Roofs 2007-11-06 Skroets

Het was de laatste werkdag voor Kerstmis en Skroets ruimde zijn bureau op alvorens op huis aan te gaan. Daar zuchtte hij hartstochtelijk bij. “Het is een lang en moeilijk jaar geweest, Skroets,” zei hij tegen zichzelf. “Volgend jaar doe ik het allemaal anders. Ik zal aardig zijn voor mijn medemensen. Vriendelijk en voorkomend. Daarom zal ik me niet meer laten verleiden tot het ruzie maken met mijn personeel, met architecten, met opdrachtgevers, met producenten. Het is Kerstmis verdorie! Laat ik nu eindelijk beginnen met mezelf te verbeteren, en daarna de rest van de wereld! Zodat de wereld één grote vredige en harmonieuze plek wordt. Precies, maar dan ook precies zoals Onze Lieve Heer, wiens geboorte wij toch met dit feest gedenken en vieren, het moet hebben bedoeld!” Het kostte hem moeite om de tranen die achter zijn ogen begonnen te prikken te bedwingen. De kerstlichtjes die hij vanuit zijn kantoorraam kon zien, werden grote gele vlekken. “Je wordt oud, Skroets,” mompelde hij, terwijl hij zijn jas aantrok, zijn tas onder de arm stak en naar buiten liep.

Al decennialang was Skroets directeur van De Dakmonopolist, het grootste dakdekkerbedrijf van Nederland. Sterker nog, De Dakmonopolist was inmiddels zelfs het enige dakdekkerbedrijf dat op het dak actief was. Men beheerste alle specialismen tot in de puntjes, op zowel het platte als het hellende dak, met name omdat Skroets met zijn enorme vermogen alle dakdekkerbedrijven in Nederland had opgekocht. De tijd dat men een pluriform aanbod had van verschillende dakdekkers, die verschillende prijzen hanteerden en verschillende specialismen beheersten, was lang voorbij. Voor een dak kwam men bij De Dakmonopolist uit, een andere partij was er niet. Zzp’ers deden er goed aan hun activiteiten geheim te houden. Het zou niet voor het eerst zijn dat een dakdekker die zijn eerste aarzelende schreden op het ondernemerspad zette, op een dag spoorloos bleek te zijn verdwenen.

Lekkages bestonden voor Skroets niet, eenvoudigweg omdat hij het bestaan ervan ontkende. “Daken van De Dakmonopolist lekken niet,” was zijn standaard antwoord als een van zijn klanten belde om een lekkage te melden. Dit wist hij met zoveel volharding en overtuigingskracht te beweren, dat na verloop van tijd iedereen ervan overtuigd was dat een dak een bouwdeel is, dat niet kan lekken. Verhalen over lekkende daken werden schaterlachend afgedaan als buitenissige fabeltjes. Als er dan toevallig toch nog zo’n klant belde, werd niet zelden de hoorn weer op de haak gegooid omdat men ervan overtuigd was met een idioot van doen te hebben. En wat voor lekkages gold, gold eigenlijk voor alle problemen die op een dak kunnen spelen. Instortende daken? Nooit van gehoord! Wegwaaiende dakbedekkingen? Een grapje zeker? Rondvliegende dakpannen? Dakpannen hebben toch geen vleugels? En als zo’n klant dan onverhoopt nog langer bleef zeuren, stuurde hij gewoon even een stel potige dakdekkers langs om de vervelende drammer een lekkage in zijn hoofd te bezorgen.

Dit leverde Skroets dan misschien wel een probleemloos bestaan op, erg populair werd hij er niet van. Niet bij zijn klanten, maar ook niet bij zijn personeel, dat doorgaans spontaan van het dak afsprong zodra Skroets een werk bezocht. Dat was kennelijk een beetje gaan knagen.

Skroets stapte met opgewekt gemoed zijn kantoor uit. “Wie goed doet, goed ontmoet,” dacht hij. “Met ingang van volgend jaar doe ik het allemaal anders. Ik zal concurrentie toestaan, zodat een eerlijke markt de kwaliteit van de daken kan verbeteren. Ik zal de CAO in acht nemen. Ik zal mij klantvriendelijk opstellen. En ik zal weer een onafhankelijk vakblad op de markt toestaan, de Skroofs, die de ontwikkelingen met kritische blik volgt. Zo zal ik de wereld verbeteren!” Hij meende ergens in de verte een engelenkoor te horen zingen. Dit vatte hij op als een goedkeuring van hogerhand.

Toen hij thuisgekomen zijn auto in de garage wilde parkeren, bleek er met de afstandsbediening van de garagedeur iets vreemds aan de hand. Deze vertoonde ineens een opvallende gelijkenis met het gezicht van Martini, zijn voormalige compagnon. Enkele jaren geleden was Martini gestorven  toen hij tijdens een hoog oplopende discussie wilde bewijzen dat valgevaar niet bestaat. Skroets wilde de afstandsbediening  in zijn hand nemen, toen het plotseling begon te roepen: “Skroets! Skroets!” Hij deinsde terug en keek geschrokken naar de afstandbediening, die naast hem op de bijrijderstoel lag. “Het daken maken is je niet in de koude kleren gaan zitten, Skroets,” zei hij tegen zichzelf. “Zoals ik al zei, het is een lang en moeilijk jaar geweest. Het viel te verwachten dat je oververmoeid zou raken. Gelukkig is het nu Kerstmis en kun je lekker een paar dagen luieren.” Hij drukte in het linkeroog van zijn voormalige compagnon, die nog steeds zijn naam riep, om de garagedeur te openen, parkeerde zijn auto, en liep de gang van zijn villa in.

Terwijl hij nog bij de deur stond, hoorde hij in de kamer het gerinkel van kettingen. Hij opende de deur en kreeg de schrik van zijn leven. In het midden van de kamer stond Martini, zoals altijd behangen met gouden kettingen. Hij keek Skroets recht aan. Deze stond als aan de grond genageld. “Martini?” “Je hebt het weer mooi voor elkaar, Skroets,” bromde Martini. “Ik zat me prima te vermaken in het dakdekkersparadijs. Het staat daar vol met het complete assortiment dakbedekkingmaterialen, de nieuwste modellen van de beste autofabrikanten en er zijn lekkere wijven bij de vleet. Je hebt echt pech dat je nog leeft, Skroets, want het dakdekkersparadijs is the place to be! Ik had het daar prima naar mijn zin tot mij ter ore kwam dat jij je leven wil gaan beteren! Ik ben maar eens even naar je toe gekomen om een hartig woordje met je te spreken, jongen.”

“Want ik vraag me echt af of je nou helemaal gek bent geworden, Skroets,” sprak Martini met stemverheffing. “Concurrentie toestaan? De CAO respecteren? Een onafhankelijk vakblad accepteren? Wil je nu echt alles waar wij zo hard voor hebben gewerkt zomaar te grabbel gooien? Waar haal je, als ik vragen mag, de gedachte vandaan dat je daarmee de wereld verbeterd? Denk je echt dat dakdekkers gelukkig worden van concurrentie? Prijsdruk is het gevolg! Weet waar je aan begint! Je krijgt eindeloos geweeklaag over regelgeving, over dat die maar wordt opgelegd, over dat die niet op de praktijk aansluit, dat die in sommige situaties niet van toepassing is, over dat er geen handhaving is. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. En al dat gekibbel werk je nog eens in de hand door een onafhankelijk vakblad toe te staan! Je hebt duidelijk weinig zin om van je oude dag te genieten. Ik voorspel je dat het er dan niet van komt, van die oude dag, en dat moeten we niet hebben, want ik heb het in mijn eentje prima naar mijn zin in het dakdekkersparadijs en verheug me niet bepaald op een hernieuwde samenwerking!”

“Ik ga vanavond maar eens vroeg naar bed,” zei Skroets tegen zichzelf, “want ik begin spoken te zien.” Hij liep langs Martini naar de keuken en pakte een biertje uit de ijskast. “Luister naar me, Skroets!” riep Martini. “Als je niet direct van gedachten veranderd, stuur ik je drie geesten op je dak! De geest van het verleden, van het heden en van de toekomst. Dan piep je daarna wel anders!” Skroets schonk zichzelf een biertje in en zette de tv aan. “Ha, Lingo,” zei hij vergenoegd en nestelde zich lekker op de bank.

Hij schrok op van het geluid van een brander. Toen hij keek, zag hij dat in de hoek van de kamer een dakdekker met een brander een bitumen dakbedekking aan het aanbrengen was. “Zeg, wat moet dat!” riep Skroets. “Wil je soms mijn villa in de hens steken?” De dakdekker keek op en Skroets zag dat zijn gezicht lijkbleek was en zijn ogen leeg. “Ik ben de geest van het verleden,” zei de dakdekker. “Zie je wat ik aan het doen ben? Ik ben opgaand werk met mijn brander aan het inwerken.” “Dat zie ik,” antwoordde Skroets. “Maar doe dat even ergens anders, wil je.” De dakdekker stond op en kwam dreigend op hem af. “Als jij je leven inderdaad wil beteren, dan is dit verleden tijd. Dan wordt men bang dat wij bij opstanden en detailleringen brand kunnen gaan veroorzaken. Dan gaan ze daar een norm voor ontwikkelen en zodra die van kracht wordt, mag ik mijn brander helemaal niet meer in die zones gebruiken! Dan kan ik gaan lopen rommelen met zelfklevende materialen! Dan moet ik ineens in de detailleringen gaan lopen föhnen! Of kleefsystemen toepassen!” Het witte gezicht van de dakdekker bevond zich nu vlak voor dat van Skroets. “In naam van alle dakdekkers vraag ik je: geef je plannen om je leven te beteren op! Laat ons lekker branden! Dakbranden bestaan niet, dat heb je zelf je hele leven gezegd!” Skroets duwde de dakdekker van zich af en zei op barse toon: “Wil je nu maken dat je wegkomt, dakdekker! Ik kan niet eens naar mijn favoriete programma kijken, ik wil dit even zien, want volgens mij is het woord ‘Verzekeringspremies’!” De geest van het verleden verdween en Skroets zakte weer weg tussen de kussens.

Plotseling hoorde hij uit een andere kamer gerammel. Hij liep in de richting van het geluid en zag een dakdekker met een enorme bochel in de weer om hekwerk op te zetten. Skroets haalde diep adem en zei zo rustig mogelijk: “We zitten hier op de begane grond, dakdekker. Laat dat hekwerk maar zitten en ga naar huis, naar je gezin. Het is Kerstmis.” De gebochelde dakdekker keek op en Skroets zag dat ook het gezicht van deze dakdekker lijkbleek was en uitdrukkingsloze ogen had. “Ik ben de geest van het heden,” zei de dakdekker. “Ik ben gekomen om te zeggen dat je in geen geval je leven mag beteren. Ik zal je de huidige situatie op de veiligheidsmarkt laten zien als je inderdaad voet bij stuk houdt. Er zijn allemaal verschillende veiligheidssystemen op de markt. Iedereen interpreteert de regelgeving op zijn eigen manier. Iedereen schrijft andere systemen voor. Er zal dus op het gebied van dakveiligheid allesbehalve duidelijkheid heersen. Dat is het gevolg van die door jou ineens zo geliefde concurrentie! Ik zou zeggen, speel naar eigen believen met je eigen leven, maar niet met dat van ons! Laat ons onze daken maken in de overtuiging dat we er niet af kunnen vallen. Alleen zo zijn wij gelukkig, en alleen zo kunnen wij onze daken maken! Ik heb mijn bochel gekregen omdat ik al meerdere malen mijn rug heb gebroken, maar ik sta nog steeds op het dak! En zonder dat er een klacht over mijn lippen komt, meneertje!” Skroets pakte de dakdekker bij zijn bochel en liep naar het raam. “Ik heb het je vriendelijk gevraagd, nu gooi ik je eruit, dakdekker,” siste hij. Hij opende het raam en gooide de dakdekker naar buiten. “Zo,’ zei hij, en ging weer voor de tv zitten. “Volgens mij is het woord ‘Bangmakerij’.”

Maar nauwelijks zat hij, of hij hoorde op zolder iemand hameren. Hij zuchtte, stond op en liep naar boven. Op zolder was een dakdekker bezig een folie aan de binnenkant van de beplating te timmeren. “Nu is het afgelopen,” brieste Skroets. “Hij greep de dakdekker bij zijn shirt en sleurde hem mee de trap af. “Ik ben de geest van de toekomst,” riep de dakdekker. “Ik ben het isolatiemateriaal van de toekomst aan het aanbrengen!” “Dat kan me niet schelen, dakdekker,” beet Skroets hem toe. “Het is Kerstmis, ik ben moe en ik wil lekker naar Lingo kijken. Gegroet!” Hij gooide de dakdekker naar buiten, liep terug naar de tv en hoorde dat het woord al was geraden: ‘Hotboxmethode’.

“O nee, wat doe jij nu weer hier!?” riep Skroets. Op zijn plek op de bank zag hij Martini zitten. Martini keek hem bedaard aan. “Ik heb je nu drie geesten gestuurd. Wat denk je nu van je plan om je leven te beteren?” “Om eerlijk te zijn, Martini,” zuchtte Skroets terwijl hij naast hem op de bank ging zitten, “het zit me tot hier. Ik wil rust. Ik wil dat alles blijft zoals het is. Zolang je hard genoeg blijft roepen dat er geen problemen zijn, zijn ze er ook niet. En dat vind ik wel zo prettig.” “Dan zijn we het eens,” antwoordde Martini. Hij stond op en stak Skroets zijn hand toe. “Dan ga ik nu weer terug naar mijn dakdekkersparadijs en ik hoop je een hele tijd niet meer te zien, Skroets. Het was als altijd fijn zaken met je te hebben gedaan. Geniet van je verdere loopbaan en daarna van je pensioen, ouwe gabber. En voor nu wens ik je fijne feestdagen. Toedeloe!” Skroets bleef zitten terwijl Martini opstond. “Fijne feestdagen,” mompelde hij. Maar Martini was al verdwenen. In zijn oren klonk nog het gerinkel van Martini’s gouden kettingen. Skroets sloot zijn ogen en viel in een diepe, droomloze slaap.

Edwin Fagel

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam