Roofs 2009-07-06 Een leien dak om de ogen bij uit te wrijven

In het verleden schreef Leen Iseger (thans werkzaam bij certificatie-instelling IKOB-BKB) voor Roofs de reeks De Pineut. In deze reeks werden allerlei zaken m.b.t. het hellende dak besproken, en vooral: hoe bepaalde voorkomende problemen in de toekomst te voorkomen. Vanaf deze editie neemt Iseger de draad weer op. 

 

I  Leen A. Iseger, Projectleider dak IKOB BKB BV

 

In dit artikel gaan we in op hoe KOMO-gecertificeerde leidekkers hun faalkosten beperken met een goede uitvoering.

Zo af en toe kom je van die projecten tegen waarvan je denkt: “Dit is niet te geloven.” Toch gebeurt het geregeld dat zgn. dak / leidekkers projecten uitvoeren waarvan de schadepost beduidend hoger uit zal komen dan de eigenlijke aanneemsom. Let wel : de benaming lei-dakdekker in deze context is een benaming waar slechts weinigen zich in zullen kunnen vinden. Vakbroeders zullen eerder de benaming “ frotter” of anderszins gebruiken. Helaas voor de bewoner / eigenaar zal het de nodige correspondentie  vereisen voordat dit dakwerk en aansluitende zinkwerk weer opgeknapt is.

Het artikel is in twee delen “gehakt” en in de volgende uitgave zal het zinkgedeelte aan de orde komen. We besteden in deze uitgave uitsluitend aandacht aan het leien deel.

Een kort verslag van het aangetroffen beeld:

De bedekking uit natuurleien vertoont een zeer onrustig beeld op alle vlakken omdat de leien niet op dikte gesorteerd zijn. In de Uitvoeringsrichtlijnen voor Dakbedekkingsconstructies met Natuursteenleien in de Maasdekking (URL 0538/06) staat omschreven dat leien vóór de verwerking altijd gesorteerd te worden op dikte. Gebruikelijk is sortering in drie diktes. Dik voor de onderste lei rijen op het dak (hoogste waterbelasting), middeldik voor het middendeel (minder waterbelasting) en dun voor de leien langs de nok (meest geringe waterbelasting). Door de verwerking van de leien in genoemde diktes worden tevens zgn. ”gapers” (open staande leien t.g.v. dikte verschillen) voorkomen. Blijkbaar zijn de verwerkte Cupa leien niet gesorteerd hetgeen dus in strijd is met de geldende eisen.

De hoekkeperafwerkingen staan op zeer veel plaatsen open, waardoor water in de achterliggende constructie kan dringen. De afwerking van de hoekkepers in de zgn. “ Franse vlechthoek”  vereist dat de leien zodanig op maat worden gemaakt dat zij om en om (van links en rechts) strak op maat tegen elkaar gedekt worden waardoor een vrijwel regendichte afdichting plaats vindt. Als extra zekerheid wordt tussen de leien een loodloket meegenomen (ingedekt) van min. 12 kg/m2. Deze loodloket wordt onzichtbaar in elke rij ingedekt. De afgeronde afwerking van de onderzijde van de lei vindt in de Franse vlechthoek NIET plaats : In de aangetroffen situaties zijn de leien geenszins strak tegen elkaar gedekt en zijn bovendien de loodloketten niet onzichtbaar en niet in elke rij leien ingedekt. De afgeronde onderzijde van de leien geeft de mogelijkheid aan het aflopende water, door geleiding, in de hoekkeper constructie te dringen.

De voetleien en onderste leienrij vallen met de onderzijde binnen de vooropstand van de zinken bakgoot. De voet van het leiendak dient zodanig ontworpen te worden dat de onderste leien in geen geval met het water in de goot in aanraking komen. De voetlei dient altijd met tenminste 2 leinagels aan het onderdak (voetstrook) verankerd te worden.

Aangezien aan genoemde voorwaarden ten aanzien van positie ten opzichte van de goot en de overlapping van de lei over de voetlei niet voldaan wordt, is geconcludeerd dat niet aan de gestelde eisen voldaan wordt. Dat een enkele lei in de goot uitzakt houdt in dat deze onvoldoende aan het onderdak verankerd is geweest.

Een enkele voetlei is uit het dakvlak gezakt en staat op de gootbode.

De verankeringen van de ‘op maat’ gemaakte leien aan de ondergrond (smalle leidelen en hoekkeperleien) zijn met 1-2 koperen leinagels uitgevoerd. Verankering van de leien tegen verticale gevels wordt doorgaans uitgevoerd met leihaken aangevuld met (volgens schema ‘dambord’) een extra leinagel om eventueel klapperen van de leien onder invloed van wind tegen de gevel te voorkomen. Pasleien dienen (door het ontbreken van de leihaak) altijd met tenminste 3 leinagels aan de ondergrond verankerd te worden. De leien zijn uitsluitend met leihaken aan het dak verankerd, terwijl de pasleien afwisselend met 1 of 2 nagels verankerd zijn, hetgeen ook niet aan de eisen als vermeld in de URL 0538/06 voldoet.

In het dakvlak wordt een lei aangetroffen welke een lengte heeft van 275 mm i.p.v. de eigenlijke 320 mm. De aanwezigheid van een lei met een lengte van 275 mm in het dakvlak wordt beschouwd als een incident dat hersteld moet worden. De overlapping, en daarmee de regendichtheid, wordt hierdoor namelijk ernstig geschaad aangezien de overlapping van 80 naar 35 mm terug loopt.

Naast de hoekkepers wordt een aanzienlijk aantal leien aangetroffen met een breedte variërend van 65 tot 100 mm breedte. Conform de URL 0538/06 dienen leien in het dakvlak ter plaatse van aansluitingen, als hoekkepers, een minimale breedte te hebben van 2/3 van de leibreedte. Hetgeen inhoudt dat de minimale leibreedte 2/3 x 200 mm= ca.130 – 140 mm dient te bedragen. De aanwezigheid van leien met een breedte van 60 – 100 mm bij deze aansluitingen is derhalve in strijd met de genoemde regelgeving hierin.

Naast de hoekkepers wordt een aanzienlijk aantal leien aangetroffen die een zijdelingse overdekking met de boven - / onderliggende lei hebben van 25 – 50 mm.  Conform de URL 0538/06 dient de zijdelingse overlapping van leien welke onder / boven elkaar gedekt worden tenminste de helft van eerder genoemde minimale leibreedte te bedragen, met een minimum van 60 mm. Dit houdt in dat de zijdelingse overdekking tenminste 60 mm dient te zijn.

Het aanwezig zijn van verschillende zijdelingse overlappingen van 25 – 50 mm is derhalve in strijd met eerder genoemde richtlijnen.

Naast de hoekkepers wordt bovendien een aanzienlijk aantal leien aangetroffen die “schots en scheef” verankerd zijn c.q. ten gevolge van windbelasting scheef gezogen / geblazen zijn. De aanwezigheid van ‘schots en scheef’ gedekte leien komt voort uit onvoldoende verankering aan de onderconstructie enerzijds en het onvoldoende strak dekken van de leien (leien en leihaken strak tegen elkaar aan dekken) anderzijds.

Bij de gekozen leien is het onnodig ruimte te laten tussen leihaken en leien onderling aangezien de leien voldoende maatvast zijn. Het leidekken op genoemde wijze is derhalve niet conform de geldende regels uitgevoerd.

Na beschouwing van hierboven genoemde problemen wordt het duidelijk dat voor het weer in orde brengen van het leien dak een ingrijpende operatie benodigd is. Willen we dit ook veilig uitvoeren, dan dient het hele pand in de steigers gezet te worden, alle leien verwijderd, opnieuw sorteren van de leien en het geheel opnieuw aanbrengen. Alleen bij het verwijderen al zullen de nodige leien sneuvelen waardoor extra aanvulling noodzakelijk is.

Zoals zo vaak aangetoond, is het dekken van daken een activiteit die aan specialisten overgelaten moet worden. Personen die wel eens een product in hun hand gehad hebben en daar een rechthoekig dakvlak mee gedekt hebben, zijn nog geen dak- of leidekker. Oefening en kennisverwerving door scholing en het verkrijgen van ervaring, opgedaan van vakmensen, zijn de disciplines die benodigd zijn om hellende daken regen- en waterdicht te kunnen uitvoeren. Helaas voor de opdrachtgever heeft men zich onvoldoende verdiept in het bestaan, en de meerwaarde, van proces­gecertificeerde bedrijven.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam