Roofing Holland 1997-10-09 Dampremmende lagen goed uitgevoerd

Naast de toepassing van een dampremmende laag als middel om de hoeveelheid inwendige condensatie te beperken in een dakconstructie doet een dampremmende laag in de nieuwbouw ook vaak dienst als noodlaag tijdens de bouwfase.

Als een dakopbouw is uitgevoerd boven een ruimte met hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid, dan kan bij het achterwege laten van de dampremmende laag condensatie optreden in de dakconstructie. In algemene zin treedt deze condensatie op tegen de onderzijde van de dakbedekking en veroorzaakt een vochtig worden van de isolatie. Daarnaast kan deze condensatie ook scheurvorming veroorzaken in de dakbedekking, bijvoorbeeld bij een ECB dakbedekking met een glasvlies cachering (mede om die reden zijn tegenwoordig veel ECB-dakbanen van een inlage voorzien). Als daar de cacheerlaag vochtig van wordt treedt een sterke krimp op, waardoor scheuren en lostrekken bij randen en opstanden tot lekkages aanleiding zal gaan geven. We krijgen dan duidelijk te maken met een complexe situatie, omdat aanvankelijk inwendige condensatie de boosdoener was en pas later door lekkages vocht in de constructie geraakt.

Gebreken aan de dampremmende laag kunnen dus een vochtige isolatie tot gevolg hebben. In algemene zin kenmerkt een vochtig geworden isolatie door een onjuiste dakbedekkingsopbouw zich in het bovenste deel van de isolatieplaat.
Herstel van vochtig geworden isolatie zal, afgezien van bijzondere situaties, algemeen aanleiding zijn tot sloop van bedekking en isolatie. Uiteraard speelt de omvang/hoeveelheid van de vochtig geworden isolatie daarbij een belangrijke rol.

Als vanuit een bouwfysische berekening dus blijkt dat een dampremmende laag noodzakelijk is, dan dient een dergelijke laag uiterst zorgvuldig te worden aangebracht. Dat betekent dat bij alle aansluitingen en doorvoeren een hermetisch dampdichte (en dat gaat verder dan waterdichte) aansluiting moet worden gerealiseerd. Blijkens de uitvoering van dakbedekkingswerkzaamheden wordt veelal onvoldoende aandacht besteed aan dit gegeven.

In feite moet voor wat betreft de uitvoering van een dampremmende laag een nog grotere zorgvuldigheid aan de dag worden gelegd dan voor de dakbedekking. Per slot van rekening is waterdamp maar heel klein. Een dampremmende laag behoort altijd bij dakranden en dakopstanden te worden doorgezet tot minimaal 50 mm boven de isolatie. Daar mankeert nog wel eens wat aan.

Vooral als een dampremmende laag van PE-folie wordt toegepast, en er een bitumineuze dakbedekking wordt aangebracht blijkt de dampremmende laag niet bij dakranden en dakopstanden te worden doorgezet tot ruim boven de isolatie. Het argument van de dakdekker is dat de PE-folie toch weg zal smelten bij de applicatie van de toplaag. En dat is ook zo. Echter het is wel degelijk mogelijk om ook met een PE-folie als dampremmende laag bij dakranden en dakopstanden volkomen waterdicht aan te sluiten op de dakbedekking. Een van de methoden is om vanaf de onderconstructie bitumineuze stroken bij dakranden en dakopstanden op te zetten en vervolgens de PE-folie met een tape aan te sluiten op deze betreffende bitumineuze opstandstroken. Als de isolatieplaten zijn aangebracht, kan de onderliggende PE-folie in feite niet meer wegsmelten.

Ook bij dakdoorvoeren, zoals ontluchtingsdoorvoeren en hemelwaterdoorvoeren dient de dampremmende laag waterdicht te worden aangesloten op de betreffende doorvoeren. Om een en ander technisch goed uitvoerbaar te maken is het in veel gevallen wellicht verstandig zich te beraden op de toepassing van een PE-folie en mogelijk te kiezen voor een bitumineuze dampremmende laag.

 

door: Ing. R. ter Stege



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam