Roofing Holland 1997-05-15 De fiscale wereld volgens Willem Vermeend (2)

Willem Vermeend raasde in 1996 in de hoogste versnelling over de paden van onze fiscale wetgeving. Het ene na het andere wetsvoorstel werd door hem gelanceerd. In een serie publicaties zullen de verschillende nieuwe regels de revue passeren. In dit artikel volgt een greep uit de vele wijzigingen voor ondernemers. Het gaat daarbij om de inkomsten- en loonbelastingsfeer.

Een aangename aanpassing betreft de verruiming van de aftrek van de zogenaamde 'gemengde' kosten, ook wel 'Oort-kosten' genoemd. De gemengde kosten worden in aftrek beperkt omdat zij volgens de wetgever privJ-elementen zouden bevatten. Voor een aantal van deze kosten wordt vanaf 1997 de aftrek opgerekt van 75% tot 90%.
Het gaat hier om kosten voor voedsel, drank, genotmiddelen, representatie (recepties, feestelijke bijeenkomsten, vermaak), congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke inclusief reis- en verblijfkosten.
In plaats van 90% aftrek kan de ondernemer er echter met ingang van 1997 ook voor kiezen om deze kosten volledig in aftrek te brengen en vervolgens fl. 3.000 bij de fiscale winst te tellen. Zijn de genoemde kosten in een jaar hoger dan fl. 30.000 dan is het dus voordeliger om voor de fl. 3.000 bijtelling en 100%-aftrek te kiezen. Deze regeling geldt overigens tevens in de sfeer van de vennootschapsbelasting indien er aanmerkelijk-belanghouders in de vennootschap werkzaam zijn. Bij deze vennootschap zijn de kosten voor voedsel, etc. voor 90% aftrekbaar. De keuze bestaat ook hier om -per werknemer/aanmerkelijk-belanghouder- fl. 3.000 bij de fiscale winst te tellen en de kosten onbeperkt af te trekken. In vennootschappen waar geen aanmerkelijk-belanghouders werken, zijn de gemengde kosten altijd voor 100% aftrekbaar.
Geldboeten en kosten die verband houden met vaartuigen voor representatieve doeleinden blijven niet aftrekbaar.

 

Vergoedingen en verstrekkingen

Computers

Vanaf 1 januari 1997 vindt geen fiscale bijtelling in de loonsfeer plaats ter zake van het ter beschikking stellen of verstrekken van computers en bijbehorende apparatuur. Voorwaarde hierbij is dat de waarde in het economische verkeer van de computer en de andere apparatuur tezamen, in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan fl. 5.000. Tevens geldt dat aannemelijk moet zijn, dat de computer mede wordt gebruikt voor het verwerven van het loon. De werkgever kan ook terzake een onbelaste vergoeding geven.

 

Kleine consumpties

Een andere tegemoetkoming aan het bedrijfsleven is de wijziging dat kleine consumpties die tijdens werktijd door de werkgever worden verstrekt, voortaan onbelast blijven. Met kleine consumpties wordt gedoeld op koffie, thee of een stuk fruit. Onder kleine consumpties worden derhalve geen maaltijden begrepen. De vrijstelling voor kleine consumpties geldt niet voor vergoedingen in geld.

 

Verhuiskosten

De verhuiskostenregeling is versoepeld in die zin dat voortaan zonder meer 12% van het loon (met een maximum van fl. 12.000) als verhuiskosten vergoed mag worden bij een zakelijke verhuizing. Daarvan is sprake als:

  • binnen een termijn van twee jaar na aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing, de werknemer verhuist naar een andere woning gelegen op niet meer dan 10 kilometer van de nieuwe werkplek terwijl hij op een afstand groter dan 10 kilometer van deze werkplek woonde; of
  • door verhuizing de reisafstand met ten minste 50% en ten minste 10 kilometer wordt bekort.

In andere gevallen ligt de bewijslast dat om zakelijke redenen is verhuisd bij de belastingplichtige.

 

Werkkleding

Het begrip werkkleding is verscherpt. Werkkleding is alleen belastingvrij te vergoeden indien het gaat om kleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voor het werk geschikt is, of door uiterlijke kenmerken, zoals bedrijfslogo's van ten minste 70 cm2, daarvoor bestemd is.

 

Kantoorruimte

De reeds geldende aftrekbeperking van de kantoorruimte in de eigen woning is aangescherpt doordat deze regeling nu ook van toepassing is op andere 'werkruimten' (bijvoorbeeld garage en atelier). Een onbelaste vergoeding van deze kosten is nog slechts mogelijk indien de belastingplichtige zijn inkomen voor meer dan 70% in of vanuit de werkruimte thuis verwerft. Van belang is daarbij tevens of de belastingplichtige naast de werkruimte thuis ook nog een andere werkruimte tot zijn beschikking heeft, bijvoorbeeld bij zijn werkgever. Hiermee lijkt de belastingvrije vergoeding voor het stallen van de auto van de zaak in de privJ-garage van de baan.

 

Kost, inwoning en maaltijden

Voor verstrekkingen aan het personeel in de vorm van kost, inwoning en maaltijden moet ook in 1997 weer een bijtelling plaatsvinden op het loon van de werknemer. Echter het onderscheid in waardering van deze posten naar de hoogte van het inkomen is vervallen.

 

Eindheffingsregeling

Teneinde de bruteringsproblematiek (de loonheffing wordt niet verhaald op de werknemer) in een aantal gevallen op te lossen is een zogenaamde 'eindheffingsregeling' (lumpsum - of loonsomheffing) ingevoerd.
De regeling houdt in dat niet de werknemer, maar de werkgever de loonheffing voor zijn rekening neemt. Over deze eindheffingsbestanddelen zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Afhankelijk van het karakter van het loon wordt het zogenaamde enkelvoudige tarief of het gebruteerde tarief volgens een nieuwe tabel toegepast.
Het is overigens niet verplicht deze eindheffing toe te passen. Het staat de werkgever vrij te kiezen voor de normale wijze van heffing, waarbij de loonheffing van de werknemer wordt ingehouden.

 

door: Mr. T.H. van Blaricum



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam