Roofing Holland 1997-05-08 Ontwerpers vergalopperen zich regelmatig aan elementaire zaken

De bouwkundige details zijn nogal eens een bron van problemen bij platte daken. Je zou verwachten dat met alle aandacht die in de vorm van cursussen, artikelen, voorlichting en documentaties aan platte daken worden besteed de meest elementaire zaken door ontwerpers in acht worden genomen. Te vaak bewijst de praktijk het tegendeel. Hieronder zijn enkele veel voorkomende probleemsituaties aangegeven.

   
   

Op een galerij moet een warmdakconstructie worden aangebracht voorzien van tegels op tegeldragers. De opstandhoogte bij het voetlood is nog acceptabel (uitgaande van 100 mm isolatie); bij de onderdorpel van het kozijn is de opstandhoogte ook zonder toepassing van isolatie te laag. Omdat het voetlood veel hoger in het metselwerk is aangebracht dan de onderkant van het kozijn is het vrijwel niet mogelijk de neggekant waterdicht af te werken. Uitsluitend door het inkorten van de kozijnen kan in deze situatie een betrouwbare waterdichte aansluiting worden gemaakt.

Bij een ander project zijn dakbedekking en isolatie reeds aangebracht. De opstandhoogte gemeten vanaf bovenzijde dakbedekking tot aan de onderzijde van het kozijn bedraagt minder dan 40 mm. Hoewel de dakdekker geen schuld heeft aan deze geringe opstandhoogte is dit toch een rede om een werk af te keuren voor verzekerde dakgarantie. Het risico op inwateren langs deze opstand is immers te groot.
Nogal eens wordt in dit soort situaties door de aannemer, dakdekker of gebouweigenaar voorgesteld een dubieus bouwkundig detail uit te sluiten van verzekerde garantie. Een dergelijk voorstel beperkt voor de verzekeraar echter zelden het risico, omdat ingeval van lekkage vrijwel zeker een discussie zal ontstaan of de te lage opstand wel of niet de schuldige is. Een dergelijke discussie is voor de verzekeraar niet acceptabel, rede waarom bij twijfel (ongeacht de schuldige) in principe geen goedkeuring voor verzekerde dakgarantie wordt afgegeven.

De situatie van foto 1 moet daarom door de dakdekker onmiddellijk bij de bouwkundig aannemer worden gemeld met vermelding van de consequenties, zoals bijvoorbeeld het in gevaar komen van verzekerde dakgarantie.

   
   

Een lager gelegen dakvlak sluit aan tegen een opgaande gevel bestaande uit sandwichpanelen. Deze panelen zijn aan de buitenzijde voorzien van een licht geprofileerde metaalplaat. De bouwkundigaannemer heeft een aansluitdetail met knelstrip in gedachten. Een van de voorwaarden om een knelstrip afwerking te kunnen toepassen is een vlakke ondergrond. Deze eis wordt gesteld, omdat uitsluitend op een dergelijke volledig gebrand aangebrachte opstandstroken een eerste waterdichte aansluiting vormen. Het aanbrengen van een knelstrip tegen deze stroken voorkomt dat de stroken door bijvoorbeeld vochtbelasting op de bovenrand van de stroken loslaten. Het afkitten van het knelprofiel is een extra waterdichte aansluiting.

Het detail van foto 3 kent twee problemen. Het eerste probleem is dat de kitnaad tussen knelprofiel en opgaandwerk de enige waterdichting is. Het tweede probleem is 'inwateren' langs de verticale naad tussen de sandwich panelen.
De verticale naad is meestal uitgevoerd volgens het mes en groef principe. In een dergelijke groef wordt terugliggend van het geveloppervlak water naar beneden afgevoerd. Normaliter valt dit water op een druiplijst en blijft dan buiten de constructie. Bij een aansluitdetail met een knelprofiel moet ook de verticale naad tussen de elementen over de volledige hoogte worden afgekit om een waterdicht aansluitdetail te kunnen krijgen.
Bij dit aansluitdetail is men voor een waterdichte aansluiting dus volledig overgeleverd aan de levensduur van de kitnaden en het onderhoud dat daaraan wordt gepleegd. Voor een tienjarige (verzekerde) dakgarantie worden de risico's voor het vroegtijdig verloren gaan van de waterdicht bij dit detail te groot geacht. Een goedkeuring voor verzekerde dakgarantie wordt op dit detail in principe niet gegeven.
Door de bouwkundig aannemer moet een aansluitdetail met druiplijst of voetlood worden gemaakt. Voor de situatie op foto 3 betekent dit echter een aantal bouwkundige ingrepen, zoals: horizontaal doorzagen van de sandwichpanelen, een druiplijst tot de binnenzijde aanbrengen, ter hoogte van de horizontale naad een horizontale steunconstructie aanbrengen, de horizontale naad winddicht en thermisch isolerend afwerken. Dit kost geld en van dit alles is natuurlijk het nodige aan de binnenzijde zichtbaar, waartegen niet zelden esthetische bezwaren worden aangedragen. De kernvraag blijft echter: wil men een duurzaam waterdichtdetail?

   
   

Dakdoorvoeren en ontluchtingen zijn soms op de meest vreemde plaatsen gesitueerd. De doorvoer van foto 4 bestaat uit een kunststof pijp welke zich in de kim tegen opgaandwerk bevindt. Op deze wijze is het natuurlijk niet mogelijk een betrouwbare waterdichte aansluiting te maken. Een oplossing is bijvoorbeeld de doorvoer zodanig van de opstand af te plaatsen dat een metalen plakplaat in de dakbedekking kan worden ingewerkt.

Tegen een bestaand dakvlak is een nieuw dak gebouwd. Tussen het nieuwe en oude dak is een brandmuur gemetseld. Het circa 100mm hoger liggende bestaande dak watert door de brandmuur af op het nieuwe dak. De 'afwatervoorziening' bestaat uit een aluminium stadsuitloop met een op de uitloop geschoven kunststofaansluitstuk. In deze situatie is echter de 'opstandhoogte' vanaf de bovenzijde van de dakbedekking tot de onderzijde van de uitloop uiterst minimaal. De getoonde oplossing is dus niet acceptabel. In dit soort situaties kan uitsluitend met een loden stadsuitloop in combinatie met een aan de dakzijde van het lager gelegen dak in het werk aan de uitloop gesoldeerde loden plakplaat, welke in de opstandstroken wordt ingeplakt, een waterdichte aansluiting worden gemaakt.

 
 

Daktuinen en bijbehorende metselwerkmuurtjes, aangebracht op dakbedekking komen in toenemende mate voor. Te weinig realiseren de architect en aannemer zich dat de dakbedekking (kunststof en bitumineus) beschermd moet worden tegen enerzijds krachten die optreden door de langdurige druk van het metselwerk en de krachten die ontstaan door lengteveranderingen van metselwerk door temperatuurverschillen tussen zomer en winter.
Foto 6 betreft een betondak waarop een polyester scheidingslaag en EPDM dakbedekking zijn aangebracht, welke door de dakdekker waterdicht is opgeleverd aan de aannemer. Op de EPDM is een scheidingslaag van dunne PE-folie gelegd, en zijn muurtjes gemetseld. Onder de muurtjes is een te smalle strook rubbergranulaat gelegd, hierdoor drukken dikke speciebaarden op de dakbedekking.
Bij het inmiddels 3 jaar oude dak treden lekkages op. Lekkage door perforatie van de EPDM folie onder speciebaarden wordt zeker niet uitgesloten geacht. Omdat nader onderzoek hiernaar betekent dat muurtjes moeten worden gesloopt worden eerst alle 'eenvoudigere' verdachte punten nader onderzocht.
Als onder de muurtjes een rubbergranulaatstrook van ruime breedte (ca. 50 mm uitstekend aan beide zijden van de muurtjes) zou zijn toegepast zou geen gevaar voor perforaties hebben bestaan.
Een warmdakconstructie dat wordt gebruikt als dakterras sluit in verband met de afwatering aan op een lager gelegen prefabbetonnen balconplaat. Door de dakdekker is de dakbedekking tevens gebrand op het ca. 100 mm brede horizontale gedeelte van de opstand. Dit aansluitdetail is in de huidige vorm zeer kwetsbaar voor mechanische beschadigingen. Bovendien bevindt de aanhechting van de dakbedekking op het beton zich in het watervoerende vlak waardoor mogelijk onthechting tussen dakbedekking en beton kunnen optreden.
Een verbetering van dit detail door het aanbrengen van een in bitumineuze pasta geweld aluminium hoekprofiel op de opstand (figuur 1) biedt een betere bescherming tegen mechanische beschadiging en voorkomt het risico op onthechten van de dakbedekking. Dit profiel belemmerd echter wel een goede afwatering.

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam