Roofing Holland 1998-11-18 Kunst in nieuw daglicht na restauratie glazen dak

Met 450 man personeel is drie jaar lang gewerkt aan de restauratie van het Haags Gemeentemuseum. Brakel Atmos vernieuwde de beeldbepalende glazendaken van het gebouw, dat ontworpen is door H.P. Berlage. Onlangs werd het gebouw na anderhalf jaar gesloten te zijn voor het publiek heropend. Bezoekers kunnen de talrijke kunstwerken, zoals bijvoorbeeld het omstreden Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan, nu in een nieuw daglicht bekijken.

De restauratie van het Berlage-gebouw Haags Gemeentemuseum startte op 24 september 1995. Ruim drie jaar later is het project gereed en zijn de beeldbepalende glazen daken van het Berlage-gebouw geheel vernieuwd.
In eerste instantie was het de bedoeling dat de oorspronkelijke glaskappen van het museum behouden zouden blijven en geheel gerestaureerd zouden worden. Vervanging van glas en restauratie van de draagroeden en de koperen afdeklijsten werd in eerste instantie voldoende geacht.
Nader onderzoek wees echter uit dat het beter was de kappen -op de stalen draagconstructie na- te vervangen. De resterende levensduur van de oorspronkelijke materialen bleek te beperkt. Het voortbestaan van de kappen voor een langere periode dan twintig jaar kon niet gegarandeerd worden. Een andere reden om de kappen te vervangen en het risico van glasbreuk te minimaliseren heeft te maken met de waarde van de in het museum bewaarde kunstvoorwerpen: hiervoor waren maximale garanties noodzakelijk.
Gekozen werd voor een combinatie van een 'standaard' glaskap/wandconstructie aan de binnenzijde die voldoet aan de huidige normen en het reconstrueren van de Berlage-esthetiek aan de buitenzijde. De nieuwe kapconstructie is geheel thermisch onderbroken: tussen koper en aluminium zijn kunststof isolatoren aangebracht. Zo zijn de koperen afdeklijsten aan de buitenzijde met bouten van nylon vastgezet en is tussen koper en glas een strip bitumen aangebracht.

Kenmerkend

"De vormgeving van Berlage moest in stand gehouden worden", zegt Ir. J. Roos, architect Braaksma & Roos Architecten. "Dit gold met name voor de buitenzijde. De kenmerkende koperen profielen, de door Berlage gebruikte glasmaten, de hellingshoek, de overlap in het glas: alles werd door Brakel-Atmos nauwkeurig nagemeten en zo nauwkeurig mogelijk gekopieerd. Op alle details werd gelet. Maar het werkproces verliep nu eenmaal anders: in de jaren dertig vonden alle werkzaamheden op het museumterrein zelf plaats. Nu worden de projecten vooraf compleet ontworpen en voor zover mogelijk fabrieksmatig geproduceerd. Er moest een middenweg gevonden worden tussen standaardiseringen en de door Berlage toegepaste fijnzinnige detaillering."
Dit leverde veel onderzoek en overleg op. Met name omdat koper intussen een heel ongebruikelijk materiaal was geworden; haast alles wordt nu van aluminium of roestvrij staal gemaakt. Elke kap werd helemaal uitgetekend ook de kopgevels. Brakel-Atmos leerde weer met koper en messing als materialen om te gaan. Een ouder type mal, decennia geleden gebruikt om metaal te walsen bleek exact het gewenste koperprofiel op te leveren. Op deze manier werd 4.600 meter koperstrip voor het museum vervaardigd.
Onderzoek van een monster van het door Berlage toegepaste koper door Koninklijke Hoogovens leverde op dat het ruim 99% koper en 0,002% fosfor bevatte: een zeer zuivere kopermassa dus. Het bij de restauratie gebruikte koper moest aan dezelfde hoge eisen voldoen om de kans zo groot mogelijk te maken dat na verloop van tijd door oxidatie precies dezelfde, voor het museum zo karakteristieke, groene kleur zou ontstaan. Ook voor het in de kappen toegepaste draadglas bleek research noodzakelijk.
Vanwege de grote ruitafmetingen kon het draadglas niet in de standaarddikte van 6 à 7 mm worden toegepast. Er moest dus naar een forsere variant gezocht worden. Als enige in Europa bleek een Oostenrijkse fabrikant twee maal per jaar de normale productie stop te zetten om een beperkte hoeveelheid draadglas met de gewenste dikte van 8 à 9 mm te vervaardigen. In totaal is 3600 m2 glas op de daken aangebracht. Ter bescherming van de kunstwerken en installaties in het museum werd het aan de binnenzijde voorzien van een folie die de schadelijke ultraviolette lichtstralen weert. Berlages eis om het glas in de glaskappen in de kopgevels mat uit te voeren werd gerealiseerd door hierop een matte ultraviolette stralen werende folie aan te brengen.

Extra problemen

"Extra problemen ontstonden doordat er in de kappen meer ventilatie dan oorspronkelijk aangebracht moest worden, zodat op zonnige dagen minder warmte in het museum binnen zou dringen", legt A. Verschoor, projectleider bij Hillen & Roosen uit. "Maar meer ventilatie-openingen leverden echter ook een grotere kans op lekkage op. Strips, windvangers, lekgoten en waterkeringen werden ontworpen en toegepast. Uitvoerig werden oplossingen besproken, gewogen en getest. De decennia oude kennis bij Brakel-Atmos omtrent het gedrag van water en wind bleek goed van pas te komen. Samen werd de juiste balans gezocht. Hoewel dit proces niet zonder de nodige haken en ogen verliep, was de oplossing steeds maximaal. Aldoende ontstonden ideale oplossingen. Voor een grotere ventilatie werden uitzetramen in de kappen opgenomen die centraal geopend en gesloten kunnen worden. Om ze zoveel mogelijk uit het zicht te houden zijn ze aan de kant van de binnentuin geplaatst, in de zakgoten, waarbij ze vrijwel vlak in het glas zijn gedetailleerd."
De restauratie van de glasdakconstructie was een proces waarbij Brakel-Atmos zich steeds in moest leven in de gedachtewereld van Berlage, die met het Gemeentemuseum zijn laatste project afleverde. De in 1934 overleden kunstenaar kreeg overigens van vakgenoten indertijd behoorlijke kritiek op het gebouw. Volgens Job Roos werd het gebouw door collega's zelfs een fietsenstalling genoemd. De schoorstenen aan de achterzijde en de glaskappen op het dak werd dan ook niet gewaardeerd.
Het gebouw is vandaag de dag een van de weinige daglichtmusea ter wereld. De hoeveelheid daglicht dat via de glazen kappen naar binnenvalt wordt met behulp van een lamellensysteem geregeld. Dit systeem is gekoppeld aan een computerprogramma. Bij teveel licht worden de lamellen gesloten, bij te weinig wordt er kunstlicht aan toegevoegd, zodat de sfeer die het gebouw uitstraalt helemaal is zo als Berlage het heeft bedoeld.

Wie zelf wil kijken hoe het Gemeentemuseum aan de Stadhouderskade 41 te Den Haag er van buiten en binnen uitziet, kan er terecht van dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Voor meer informatie: 070-3512873.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam