Roofs 2006-08-41 Het dak als verrijking van de stad

Met name op het dak kan particulier opdrachtgeverschap leiden tot fraaie staaltjes architectuur. Vanuit deze gedachte heeft een werkgroep van RAP Architectuurcentrum in Leiden een groot aantal bijzondere dakopbouwen geïnventariseerd en beschreven. Het heeft geleid tot de tentoonstelling ‘Parels op het dak’. Naar aanleiding van deze tentoonstelling heeft het architectuurcentrum een boek met dezelfde titel uitgegeven.

Een ‘dakparel’ is een bestaand dak waar een bijzondere opbouw op is uitgevoerd. In veel gevallen is dit met een radicale stijlbreuk gerealiseerd: een historisch gebouw werd op een moderne manier uitgebreid, waarbij vormgeving en materiaalgebruik afwijken van de oorspronkelijke bouw. Het boek heeft dan ook als ondertitel: ‘Stijlbreuk als verrijking van de stad’. In veel gevallen wordt namelijk juist door deze stijlbreuk een opvallend fraai resultaat bereikt.

Veel gemeenten hebben echter een strikt beleid waarin bijvoorbeeld is bepaald dat de dakopbouw, indien die al mag worden aangebracht, in dezelfde stijl als het bestaande gebouw dient te worden uitgevoerd. Dit beleid verschilt per gemeente: Groningen is bijvoorbeeld een gemeente waar veel mogelijk is; Maastricht is een stuk strikter. Hoewel de samenstellers uitdrukkelijk stellen niet één mening uit te willen dragen, is de uitgave te zien als een pleidooi voor ruimere bestemmingsplannen, zodat “een tweede maaiveld daadwerkelijk vorm kan krijgen”.

De werkgroep heeft niet de pretentie gehad om een compleet overzicht te bieden. In het boek worden zevenentwintig dakparels uitgebreid belicht: de achtergrondtesten van het idee, het ontwerp, de techniek en de samenhang komen voor al deze dakparels aan bod. Daarnaast is een aantal architecten en opdrachtgevers gevraagd een essay over het onderwerp te schrijven. Bovendien hebben een aantal architecten beknopt gereageerd op de stelling: ‘Stijlbreuk leidt tot verrijking’. Naast de uitgebreider beschreven dakparels is een verzameling kleine parels opgenomen waar Bernard de Mol Moncourt, psycholoog, schrijver en vrijwilliger bij RAP Architectuurcentrum, kleine fictieve verhalen bij schreef.

Dakparels

Het leeuwendeel van het boek bestaat uit mooie foto’s en beschrijvingen van eerder gerealiseerde ‘dakparels’. De voorbeelden zijn legio: met name historische steden als Groningen, Leiden, Amsterdam en Rotterdam blijken in het bezit van enkele aansprekende daken. De mogelijkheden zijn zeer gevarieerd: van een uitkijktoren op een dak in Utrecht, via een telefooncel op het dak in Leiden, tot een compleet extra huis dat op een dak is geplaatst in Groningen. In de meeste gevallen gaat het om een dak waarop vanwege ruimtegebrek een extra verdieping of bijvoorbeeld een bijzonder dakterras is aangebracht. De in dit boek beschreven daken zijn allen op een bijzonder fraaie manier uitgevoerd.

Het gaat meestal om een bestaand (historisch) gebouw, dat vanwege ruimtegebrek werd uitgebreid. Zo lezen we bijvoorbeeld het verhaal van de uitbreiding van het architectenbureau 19 het Atelier in Zwolle, dat in een voormalig pakhuis is gevestigd. Er werd een halfronde dakopbouw op geplaatst die de uitstraling van een traditionele Romney-loods moest benaderen. Zo werd het industriële karakter van het pand benadrukt en aldus in de geest van het bestaande gebouw een moderne dakopbouw aangebracht. De kopse kanten zijn open gelaten zodat de ruimte licht blijft, en het pand een mooi uitzicht biedt op de historische binnenstad.

Stijlbreuk?

Op deze manier zijn veel ‘dakparels’ uitgevoerd. De rode draad in dit boek wordt niet voor niets gevormd door de stelling ‘Stijlbreuk leidt tot verrijking’. Een groot aantal architecten is gevraagd hierover een mening te formuleren. Deze meningen lopen overigens niet zo uiteen als de inleiding suggereert. De meeste architecten zijn het gewoon met de stelling eens, mits de stijlbreuk recht doet aan het bestaande gebouw. Dit antwoord keert telkens in andere formuleringen terug: ‘De verrijking van het project is de voortzetting van een stijl, maar dan wel van deze tijd’, heet het dan aforistisch, of, elders: ‘Stijlbreuk is een verrijking als deze een dialoog aangaat met het bestaande’.

Architect Dana Ponec van Soeters Van Eldonk Ponec Architecten in Amsterdam stelt in haar bijdrage dat bestaande bestemmingsplannen teveel grenzen stellen aan verticale (en horizontale) uitbreidingen, waarmee de ontwikkeling van de bouw wordt belemmerd. Zij pleit voor een lossere omgang met de regelgeving en een globaler bestemmingsplan, zodat er meer ruimte komt voor ideeën en innovatie zonder dat dit tot ‘Belgische toestanden’ hoeft te leiden. Zij onderbouwt deze stelling met de analyse van vier in Amsterdam gerealiseerde daken. Met de beschrijving van deze daken geeft zij diverse praktijkvoorbeelden van daken die op een opvallende en eigentijdse manier zijn uitgevoerd, maar prima passen in het bestaande stadsbeeld. Ook Eric Vreedenburgh, mede-auteur van Luchtgebonden bouwen. Het dak als nieuw maaiveld (zie Roofs 4-2005), doet in dit opzicht een duit in het zakje.

Een telefooncel op het dak

Vermakelijk zijn verder de korte, fictieve verhalen die Bernard de Mol Moncourt schreef bij foto’s van verschillende ‘dakparels’. De Mol Moncourt verzon personages en situaties die de aparte dakopbouw zouden kunnen verklaren. Zo is de klassieke Engelse telefooncel op het Leidse dak volgens hem het gevolg van een uit de hand gelopen echtelijke ruzie, waarbij de vrouw voortdurend met haar vriendinnen aan de telefoon hing, terwijl haar man, een jonge boekhouder, de telefoon voor zaken nodig had. Een glazen huisje op het dak aan de Amsterdamse Vossiusstraat leidt tot het relaas van een gepensioneerde civiel ingenieur, die na zijn pensioen de dagelijkse treinreizen miste, en daarom een wachthokje op zijn dak heeft laten zetten - alwaar hij, als zijn vrouw niet thuis is, thee drinkt uit plastic bekertjes. In alle gevallen zijn de verhalen onderhoudend en vermakelijk, die er toe bijdragen dat met andere ogen naar het dak wordt gekeken.

Al met al is Parels op het dak een zeer fraai boekwerk geworden met vele voorbeelden die aantonen dat met een creatieve instelling en een soepel bestemmingsbeleid een fraai daklandschap kan worden gecreëerd. Maar de grootste verdienste van het boek is nog wel dat het de lezer bewust maakt van wat er nu al allemaal aan mooie, gewaagde en spannende daken te zien zijn voor wie er oog voor heeft.

Parels op het dak. Stijlbreuk als verrijking van de stad. Leiden: Stichting Rijnlands Architectuur Platform, 2006. ISBN: 90-810744-1-5

Dag van de Architectuur

De daken die in Parels op het dak zijn beschreven, zijn tevens opgenomen in de tentoonstelling ‘Parels op het dak’ die van 26 mei tot 26 augustus in het RAP Architectuurcentrum in Leiden te bezichtigen was. Vanaf september zal de tentoonstelling verder trekken door Nederland. De tentoonstelling toont foto’s, maquettes en filmbeelden van de meest uiteenlopende ‘dakparels’. Op de Dag van de Architectuur, op zaterdag 24 juni, organiseerde het architectuurcentrum een manifestatie rond de ‘dakparels’. Verschillende daken in de Leidse binnenstad waren voor het publiek opengesteld. Verder werden er wandelingen langs de ‘dakparels’ georganiseerd. Omdat de de Dag van de Architectuur samenviel met de Leidse Dag van het Levenslied, werden er vanaf het dak van het architectuurcentrum de gehele dag smartlappen ten gehore gebracht.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam