Roofs 2014-06-26 Hoe brand ik veilig en zuinig?

Dakdekkers weten wel hoe de brander te hanteren, zou je zeggen. Toch is ook het branden aan ontwikkeling onderhevig. Roofs staat met Michel Venicz van leverancier Sievert stil bij een veilige en zuinige manier om te branden.

“Dakdekken is een vak dat in veel gevallen van vader op zoon is overgedragen,” begint Venicz het gesprek. “De manier waarop het werk wordt uitgevoerd is er daardoor vaak een beetje ingesleten en dan staat men er niet bij stil dat het gereedschap op een handigere manier kan worden gebruikt, waardoor het langer meegaat en een besparing in het materiaal kan worden gerealiseerd.”

Reduceerventiel

Het belangrijkste accessoire is het reduceerventiel dat tussen brander en gasfles wordt geplaatst, en dat ervoor zorgt dat het gas gedoseerd in de brander wordt aangevoerd. Dit laatste heeft een aantal belangrijke voordelen: de vlam blijft kleiner, er wordt niet meer gas verbruikt dan nodig en het reduceerventiel zorgt er tenslotte voor dat de gasfles helemaal leeg wordt getrokken.

Venicz licht toe: “Met name de oudere dakdekkers zijn nog wel eens van mening dat er een flinke vlam uit de brander moet komen. De huidige dakbedekkingen zijn echter inmiddels zodanig verder ontwikkeld dat een grote vlam helemaal niet meer nodig is – en ook niet wenselijk. Met een grote vlam heb je immers meer kans om iets in de brand te steken. De NEN 6050 houdt er rekening mee dat binnen een afstand van 750 mm van de randzone of opgaand werk niet wordt gebrand. De vlam die uit de brander komt mag dus niet langer zijn.”

Dit is ook uit economisch oogpunt belangrijk. Venicz: “Een te grote vlam betekent ook verspilling van gas. Als de vlam oranje is, is dat een signaal dat er teveel druk is: er vindt een niet volledige verbranding plaats en het gas vervliegt. Een dakbrander kan 8,25 kilo per uur aan. Meer gas kan er niet verbrand worden en is dus niet nodig. Op deze manier kan men bij een werk al zo’n 10-20% van het gasverbruik besparen.”

Het reduceerventiel zorgt verder voor een stabiele, blauwe vlam. Door dit stabiel verbruik zorgt het reduceerventiel er bovendien voor dat de gasfles helemaal wordt leeggetrokken. “Dakdekkers zijn eraan gewend dat wanneer de gasfles ‘leeg’ is, er nog wel gas in de gasfles zit,” aldus Venicz. “Onvoldoende bekend is dat dit helemaal niet nodig is, met het reduceerventiel wordt de volledige inhoud van de gasfles verbruikt. Zodoende kan men een verdere besparing op het gasverbruik realiseren die kan oplopen tot 20-50%.”

Tenslotte vervult het reduceerprofiel een belangrijke rol in de veiligheid van werken: zodra er een lek ontstaat, bijvoorbeeld als gevolg van een breuk in de gasslang, dan slaat de gasfles door het reduceerprofiel dicht. “Daar heb je echt een reduceerprofiel voor nodig,” benadrukt Venicz. “In de praktijk wordt soms gedacht dat een doorstroombegrenzer die functie ook heeft maar dat is niet zo. Deze misvatting kan schijnveiligheid veroorzaken.”

Gasslang

Het gebruik van de brander heeft meer aandachtspunten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de gasslang. Deze slijt snel, of gaat kapot, door verkeerd gebruik tijdens het werk, het vervoer of de opslag. “Onnodig,” vindt Venicz. “Net als al het andere gereedschap gaat de gasslang langer mee als er op een professionele manier mee wordt omgegaan. Dus bijvoorbeeld voor het transport niet de slang in het busje aan een spijker hangen, maar rol hem netjes op, bind de slang bij elkaar met elastiek en hang hem aan een bijbehorend elastiek op.”

Ander aandachtspunt is de veroudering van de gasslang. Venicz: “Er bestaat geen vervaltermijn voor het gebruik van een gasslang. Gasslangen dienen vervangen te worden bij verkleu­ring, vervorming, beschadiging of eerste tekenen van poreusheid. Voor oranje slangen adviseren wij om ze uiterlijk na twee jaar te vervangen omdat slangen bij regelmatig gebruik poreus kunnen worden. Bij intensief gebruik raden wij aan ze na één jaar te vervangen. Als het goed is, is op de slang aangegeven volgens welke NEN-normen de slang is goedgekeurd. NEN 559 geeft aan dat de slang geschikt is voor propaangas. NEN 5654 (of NEN-EN 1761 1 t/m 4) geeft aan dat de slang Europees is goedgekeurd. Ook staat vermeld hoeveel druk de slang aankan, het jaartal van productie en de naam van de leverancier.”

“Controleer altijd of alle onderdelen juist aan elkaar zijn gekoppeld. Idealiter beschikt men over een gasfles met hierop aangesloten een reduceerventiel. Op het reduceerventiel moet een gasslang zitten met aangeperste koppelingen om fouten bij het aandraaien van de koppelingen uit te sluiten. Te strak aangedraaide slangklemmen vormen immers een zwak punt in de gasslang. Verder is het raadzaam voor het werk altijd even de gasslang optisch te controleren op eventuele beschadigingen in de buitenmantel. Het reduceerventiel moet voorzien zijn van een rubbertje, het ontbreken hiervan kan lekkage veroorzaken. Controleer voor het werk dus ook even of het rubbertje in het reduceerventiel zit.”

“De besparing die men met deze manier van werken bewerkstelligd, is eenvoudig uit te rekenen,” besluit Venicz. “Daar komt bij dat op deze manier een veilige manier van werken wordt gerealiseerd en dat men bovendien aantoonbaar CO2 bespaart. Het loont dus in alle opzichten de moeite op een bewuste manier met de brander en de bijbehorende accessoires om te gaan.”

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam