Roofs 2014-04-06 Vangnetbepaling Woningwet: hele keten is verantwoordelijk voor veiligheid

Onlangs werd de Governance Code ‘Veiligheid in de bouw’ door vijftien bepalende partijen in de bouw ondertekend. Initiatiefnemer is advocaat Bouw & Vastgoed Jelle Otten van AKD advocaten & notarissen uit Amsterdam. Met dit initiatief geven toonaangevende partijen uit bouw en infra gestalte aan hun interne veiligheidsbeleid, waarmee ze een voorbeeldfunctie willen vervullen voor de hele markt.

Roofs is met een reeks artikelen over ‘Veilig werken op hoogte’ van start gegaan omdat het aan een heldere structuur over regelgeving, naleving, invulling en toezicht ontbeert. Veiligheid kent diverse belanghebbenden die vanuit hun positie invloed hebben op veilig werken op hoogte. Door al deze belanghebbenden te interviewen ontstaat een totaaloverzicht, Roofs streeft ernaar het haar lezers zo helder mogelijk te presenteren. In dit interview is Jelle Otten aan het woord die als gespecialiseerd jurist zicht heeft op de wettelijke aansprakelijkheid die samenhangt met veilig werken op hoogte.

Jelle Otten is gespecialiseerd in bouwrecht, gebouw- en gebiedsontwikkeling alsmede in vastgoedexploitatie. Hij houdt zich onder meer bezig met ketenintegratie. Wat was de aanleiding voor het opstellen van de Governance Code? Otten: “Als jurist merk ik dat in de praktijk veiligheid vaak wordt weggecontracteerd. In Nederland heerst allang een ‘claimcultuur’, en daar hoort het verleggen van risico’s bij, ook op het gebied van veiligheid. Partijen willen zo min mogelijk verantwoordelijkheid nemen, laat staan medeverantwoordelijkheid. Wil je dus veiligheid op een hoger niveau tillen, dan moet je medeverantwoordelijkheid creëren in de keten. Je moet niet langer toestaan dat het een onderdeel is van concurrentie. Dat betekent dus dat er een verandering in de cultuur moet worden bewerkstelligd, je moet de versnippering in de bouwketen terugdringen. Het bouwen op zichzelf is niet complex, maar de organisatie van de bouw heeft het complex gemaakt. Hierdoor komen de risico’s te liggen bij partijen die het feitelijk niet kunnen dragen. Tijd is geld en daarmee is veiligheid ondergeschikt gemaakt. In andere sectoren zie je dat het wel kan, er zijn gewoon voorbeelden. Neem bijvoorbeeld de offshore industrie.”

“De Governance Code is tot stand gekomen door een gegroeid besef bij de ondertekenaars dat het anders moet. Die constateerden dat er teveel sprake is van onveilige situaties en (bijna)ongevallen. Het initiatief is drie jaar geleden genomen om de veiligheid naar een hoger plan te tillen, maar de vraag was: hoe? De ondertekenaars waren er al snel uit dat zij moesten beginnen bij zichzelf en een voorbeeld moesten stellen. Alle partijen die de Governance Code hebben ondertekend hebben een zodanige statuur in de markt dat ze een voorbeeldfunctie kunnen vervullen. De oplossing wordt niet zozeer gezocht in regelgeving (er zijn al genoeg regels), maar meer in gedragsbeïnvloeding. De Governance Code heeft geen enkele wettelijke status maar het is de bedoeling dat deze uiteindelijk een normatieve werking gaat krijgen.”

Governance Code

Op 16 januari 2014 hebben vijftien grote partijen uit de bouw, infra en installatietechniek in het bijzijn van Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) en Tjibbe Joustra (Voorzitter Onderzoeksraad voor Veiligheid) - de Governance Code 'Veiligheid in de bouw' getekend. De ondertekenaars committeren zich aan de Governance Code en de nog op te stellen uitvoeringsagenda. Zij doen dit voor het verbeteren van de veiligheidscultuur en prestaties, het versterken van de keten, standaardisatie, scholing en door te leren van elkaar. Zij zullen actief en openbaar verantwoording afleggen over hun veiligheidsinspanningen, bijvoorbeeld in hun jaarverslaggeving of op hun eigen websites.

De vijftien partijen zijn: Acta Safety Professionals, AKD advocaten & notarissen, Ballast Nedam, BAM, Ministerie van Defensie, Dura Vermeer, Heijmans, KIVI NIRIA, ProRail, Rijksgebouwendienst, Rijkswaterstaat, Strukton, TBI, Unica en VolkerWessels.

Otten: “De partijen zaten redelijk snel op dezelfde lijn maar hadden wel even tijd nodig om elkaar te leren vertrouwen en te leren dat we een gemeenschappelijke expertise op kunnen tuigen. De ondertekenaars committeren zich aan de doelstellingen zoals in de Governance Code verwoord, deze partijen gaan er zowel intern als extern mee aan de slag. De respectievelijke brancheverenigingen onderschrijven het gedachtegoed. De Governance Code is een vertrekpunt, deze is pas het begin. Partijen kunnen zich aansluiten, maar we willen erosie voorkomen. De Governance Code mag geen loos en betekenisloos ‘keurmerk’ worden. Het enkele onderschrijven van de Governance Code is onvoldoende. Men moet daadwerkelijk uitvoering geven aan de doelstellingen hiervan. De normatieve werking van de Governance Code moet dit bewerkstelligen. Ook in verband hiermee was het belangrijk dat de kerngroep evenwichtig zou worden samengesteld met vertegenwoordigers uit alle onderdelen van de keten.”

Woningwet

“De Arbowet gaat strikt genomen alleen over de verhouding werkgever-werknemer, maar er is natuurlijk meer wetgeving op het gebied van veiligheid. N.a.v. diverse grote branden, waaronder de brand in Volendam, waarbij de handhaving gefaald heeft, is een Vangnetbepaling opgenomen in de Woningwet die ziet op alle situaties waarbij gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat of voortduurt. Deze regeling is derhalve niet louter beperkt tot brandveiligheid. Daarin wordt gesproken van de ‘kring der verantwoordelijken’. Jegens deze verantwoordelijken kan gehandhaafd worden. Onder ‘verantwoordelijken’ wordt kort gezegd verstaan zij die invloed hebben en kunnen uitoefenen op de gezondheid en veiligheid. Deze bron van verantwoordelijkheid geniet vreemd genoeg nog niet alom bekendheid. Ook handhavende instanties lijken hiermee nog niet altijd voldoende bekend te zijn. Wij zijn bij een aantal zaken betrokken geweest die inmiddels hebben bijgedragen aan heersende jurisprudentie op dit gebied. Ons kantoor is hierin gespecialiseerd. Overheden en bedrijven die over een en ander nader geadviseerd willen worden, kunnen contact met ons opnemen.

“Een voorbeeld is een zaak waar sprake was van een voormalig kantoorpand dat door een projectontwikkelaar is omgebouwd tot een appartementencomplex. Aan het kantoorpand was een voorziening aanwezig ten behoeve van de reiniging van de gevels en ramen. De projectontwikkelaar heeft deze voorziening bij de verbouwing tot appartementencomplex echter verwijderd. Vervolgens ontstaat een geschil tussen de Vereniging van Eigenaren en de projectontwikkelaar. De projectontwikkelaar stelt zich op het standpunt dat er contractueel niets is afgesproken over een gevelreinigingsinstallatie. De Raad van Arbitrage oordeelt dat de bewoners er in beginsel van uit mogen gaan dat de beglazingen ofwel van binnenuit ofwel van buitenaf op een eenvoudige wijze en tegen redelijke kosten door henzelf of door een glazenwassersbedrijf te reinigen moeten zijn. In de betreffende zaak was dit enkel voor de laagbouw mogelijk met een trap. Voor de hoogbouw was een installatie vereist. De arbiter veroordeelt de projectontwikkelaar tot een vergoeding van ruim 125.000 euro voor het laten aanbrengen van een gevelinstallatie voor de hoogbouw. Bovendien behoort de projectontwikkelaar een groot deel van de proceskosten te betalen.”

Uitleg Vangnetbepaling Woningwet

Artikel 1a van de Woningwet is ingevoerd naar aanleiding van diverse branden, zoals de Volendamse cafébrand. Het artikel bevat een algemene zorgplicht, niet alleen voor eigenaren, maar voor eenieder die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen. Op grond van de zorgplicht dienen deze partijen ervoor zorg te dragen dat als gevolg van de staat van het bouwwerk geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. De Memorie van toelichting bij de in de Woningwet geformuleerde zorgplicht geeft aan dat, gezien de aard van het te beschermen belang, de werking van de zorgplicht zoveel mogelijk is geobjectiveerd aan de hand van hetgeen in een bepaald geval vereist is om geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid te laten ontstaan of voortduren. Die werking is dus niet afhankelijk van meer subjectieve kwaliteiten of eigenschappen, gelegen in de persoon van bijvoorbeeld de eigenaar of de beheerder. De zorgplicht geldt voor eenieder die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen.

Ook het tweede lid van artikel 1a Woningwet bevat een zorgplicht. Deze regardeert eenieder die een bouwwerk of standplaats bouwt, gebruikt of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt. De zorgplicht legt een specifieke verantwoordelijkheid op deze partijen om er voor te zorgen dat er geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met in hoeverre de persoon bevoegd en bij machte is het ontstaan of voortduren van een gevaar tegen te gaan. Dit gaat bij lid 2 voornamelijk om subjectieve kwaliteiten, als diens feitelijke en juridische bevoegdheden.

De zorgplicht is een vangnetbepaling, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaarzettende situaties. De zorgplicht dient de eigen verantwoordelijkheid van de burger beter in de wet tot uiting te brengen. Deze vangnetbepaling heeft zelfstandige betekenis naast de verplichting om te voldoen aan de overige bij en krachtens de Woningwet gestelde voorschriften. Het kan namelijk voorkomen dat overheidsoptreden nodig is, omdat een situatie direct gevaar oplevert voor de veiligheid of de gezondheid, zonder dat daarbij sprake is van het overtreden van de bouwregelgeving. Met de zorgplicht uit de Woningwet kan het bevoegde gezag dan toch handhavend opgetreden. Als gevolg van de zorgplicht zal namelijk niemand zich kunnen onttrekken in situaties waarin (nog) geen specifieke voorschriften van toepassing zijn of een handhavende instantie onvoldoende alert is.

Otten: “Inspectie SZW handhaaft uit hoofde van de Arbowet. Zij staat daarbij het treffen van collectieve beschermingsmiddelen voor. Dat lijkt mij juist. Er is technisch gezien enorm veel mogelijk. In de praktijk wordt onnodig vaak onveilig gewerkt omdat collectieve veiligheidsmaatregelen ontbreken. Een optimaal veiligheidsniveau begint en eindigt met veiligheidsbewustzijn bij zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers. Ik mis in discussies over veiligheid vaak het besef dat we het over mensen hebben. Je gaat toch niet op veiligheid van mensen korten? De Governance Code heeft veel reacties en vragen opgeroepen en dat betekent dat veiligheid leeft. Men is met het onderwerp bezig en dat moeten we gebruiken om een verbeteringsslag in de veiligheidscultuur te bewerkstelligen.”

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam