Roofs 2014-01-16 Naar een private kwaliteitsborging

Wat betekent de privatisering van de kwaliteitsborging in de bouw voor de bestaande certificatie, testmethoden en het toezicht? Certificatie-instelling SGS INTRON organiseerde op 28 november 2013 een seminar waarop vooral duidelijk werd dat de markt flink in beweging is.

Het congres werd ingeleid door Rob Woonink, scheidend certificatiemanager van SGS INTRON. Hij zette de verschillende aspecten van kwaliteitsborging uiteen. Wat certificeer je, met welk doel? Woonink ging in op de CE-markering, waarmee aan de hand van testen de waarden van producten worden vastgelegd, zodat een eerlijk vergelijk kan worden gemaakt. De kwaliteit is daarmee echter niet geborgd. Kwaliteit is een lastig grijpbaar begrip: de interpretatie van ‘kwaliteit’ is aan ontwikkeling onderhevig en ook verschilt per situatie of een product ‘kwalitatief’ is of niet. Daarom is een systematiek voor kwaliteitsborging noodzakelijk, voor zowel producten als processen. Procescertificaten voor de dakenbranche zijn o.a. BRL 4702 (platte daken) en BRL 1513 (hellende daken).

Als gevolg van de deregulering verandert er momenteel veel. Certificatie vervalt grotendeels als instrument voor het aantonen van producteigenschappen terwijl CE in veel gevallen geen gelijkwaardig alternatief is. Het attest blijft volgens Woonink een geschikt instrument voor het aantonen van de productprestatie in de toepassing; de kwaliteitsborging van het proces is echter wel voor verbetering vatbaar.

Privaat

De transitie naar private kwaliteitsborging is een rechtstreeks gevolg van de Actieagenda Bouw zoals het Bouwteam dat in 2012 presenteerde. In deze Actieagenda werden 10 Acties geformuleerd en 7 Routekaarten gepresenteerd via welke aan de benodigde acties invulling kan worden gegeven. Eén van die Routekaarten is die naar private kwaliteitsborging.

Peter Ligthart van Ligthart Advies lichtte de Routekaart tijdens het seminar toe. Onder het motto ‘publiek wat moet, privaat wat kan’ is momenteel een nieuw stelsel van kwaliteitsborging in de bouw in ontwikkeling, waarbij de rol van Bouw- en Woningtoezicht (BWT) kleiner wordt en die van private partijen groter. De verantwoordelijkheid voor het bouwproces en bouwkwaliteit liggen in de nieuwe situatie bij de aanvrager; het bevoegd gezag ziet slechts toe op de naleving van de Woningwet. Bij de oplevering zal een goedkeurende verklaring moeten worden overlegd en er zal een opleverdossier worden aangelegd. De transitie zal stapsgewijs worden ingevoerd: na enkele pilots in 2014 en 2015 zal een overgangsperiode gelden waarin een duaal stelsel wordt gehanteerd (nieuw en oud naast elkaar). In 2018 zal de kwaliteitsborging volledig privaat moeten zijn.

Toenmalig minister Donner formuleerde in 2011 enkele basiseisen aan de kwaliteitsborging voor de bouw, namelijk dat gewaarborgd wordt dat voldaan wordt aan het Bouwbesluit, dat er een heldere verantwoordelijkheid geldt voor de betrokken bouwpartijen, en een heldere aansprakelijkheid na oplevering van het gebouw. Hiertoe dienen dus private instrumenten worden ingezet en een toezichtorganisatie in het leven geroepen die in kan grijpen bij misstanden en die rapporteert aan de Minister. Deze toezichtorganisatie wordt momenteel onder auspiciën van Stichting Bouwkwaliteit opgetuigd en staat momenteel in de steigers.

Ontwikkelingen

Het belang van certificatie als instrument om de kwaliteit van het bouwwerk te borgen groeit. Maar hoe hier invulling aan te geven? Daarover kwam Marco de Kok van SGS INTRON te spreken. De Kok is senior account manager van de vakgroep Daken & Gevels van de certificatie-instelling. Hij gaf een overzicht van de huidige vormen van kwaliteitsborging. De CE heeft volgens De Kok het nadeel dat er teveel onderscheid bestaat in het controleniveau van de verschillende materialen. Het in het leven roepen van een Keymark voor isolatiematerialen onderkent dat probleem, het is volgens De Kok echter de vraag of na de invoering van het CPR (Construction Products Regulation) per 1 juli 2013 de Keymark nog bestaansrecht heeft.

Het voordeel van KOMO ten opzichte van CE is volgens De Kok dat hiermee de aansluiting met het Bouwbesluit wordt bewerkstelligd. Het is een door de overheid erkende kwaliteitsverklaring die bovendien het controleniveau van alle bouwmaterialen op een gelijk niveau stelt, en daarmee een ‘level playing field’ creëert. Als gevolg echter van de ‘opwaardering’ van CE, aldus De Kok, zal er ongetwijfeld iets gaan veranderen aan de huidige vorm van KOMO-attest-met-productcertificaat en SGS INTRON zal die wijzigingen omarmen.

Doordat de ‘essentiële’ kenmerken van bouwproducten sinds de invoering van het CPR per 1 juli 2013 verplicht moeten worden opgenomen in het CE, is onduidelijkheid ontstaan over de vraag of de kwaliteitsverklaringen van KOMO ook betrekking mogen hebben op deze ‘essentiële’ kenmerken. Directeur Ton Jans van Stichting KOMO zat in de zaal en vertelde naar aanleiding van de opmerkingen van De Kok over dit onderwerp dat er voor de kwaliteitsverklaringen van KOMO geen beletsel is de ‘essentiële’ kenmerken te vermelden, zolang deze niet conflicteren met het CE. Er is dus voor KOMO voldoende ruimte kwaliteitsverklaringen af te geven die aanvullend zijn op de CE en dit biedt naar zijn mening kansen voor KOMO.

De Kok ging tenslotte in op de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitsborging. De twee pijlers waarop de Routekaart naar private kwaliteitsborging drijft is de Bouwbesluittoets in combinatie met de startmelding van de bouw en, na afloop van de bouw, een goedkeurende verklaring van het Technisch Controle bureau. In de tussentijd moet er toezicht op de bouw zijn om te controleren of er volgens de goedgekeurde vergunningaanvraag gebouwd wordt en of er na eventuele wijzigingen in de bouw nog steeds aan de eisen van het Bouwbesluit voldaan wordt. Dit kan door certificatie, ook wordt veel gesproken over TIS (Technical Inspection Service), dat echter volgens De Kok nog wat teveel risicogestuurd is. Ook zijn er nieuwe initiatieven te verwachten op het gebied van kwaliteitsborging, zoals bijvoorbeeld een periodieke externe verificatie van producteigenschappen.

Over de toekomstige rol van SGS INTRON kon De Kok weinig concreet worden. Mogelijk is een rol als ‘toezichthouder’ op de Technische Controle Bureaus voor het bureau weggelegd, maar voorlopig beperkte De Kok zich tot de opmerking dat het bureau in gesprek blijft met marktpartijen om ook in de toekomst invulling te kunnen blijven geven aan de marktvraag.

Tenslotte vertelde Piet Vitse van Pittsburgh Corning over de ervaringen met PCA en ETA. Hij pleitte voor eenduidige technische referentiedocumenten (normen), zinvolle end-use testprogramma’s en transparantie in de technische onderbouwing. Hij signaleerde de noodzaak tot een verregaande, ‘grensoverschrijdende’ samenwerking tussen de diverse marktpartijen.

Laatste ontwikkelingen

SBK, KOMO en Stabu brachten tijdens een bijeenkomst van het CE communicatieforum op 18 december 2013 een eenduidig en afgestemd verhaal naar buiten, gekoppeld aan een planning en implementatieperiode. SBK gaf aan de erkende systematiek te gedogen in de aanpassingsperiode welke KOMO en haar licentienemers nodig hebben om de screening te voltooien. Tijdens de bijeenkomst bleek dat Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het niet tot haar taak rekent om te beoordelen of de essentiële kenmerken al dan niet volgens de huidige inzichten zijn verwerkt.

Stabu gaf aan de oude versie, inclusief BRL’s, operationeel te houden voor de gebruikers. De nieuwe systematiek wordt operationeel vanaf januari 2015. Vanaf dat moment zal Stabu de nieuwe en de door de Toetsingscommissie Bouwbesluit (TBB) vrijgegeven BRL’s herplaatsen.

Roofs houdt u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam