Roofs 2010-11-03 Gelijk krijgen

Er kan een wereld van verschil zijn tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Als het in overleg treden (waarbij getracht wordt elkaar te overtuigen met argumenten) niet meer helpt, is er een conflict. Naarmate conflicten verharden, omdat geen van de partijen het verzet wil staken en er geen bereidheid is een compromis te sluiten, is er geen andere weg het conflict aan arbitrage, of een gerechtelijke procedure, te onderwerpen.

Nu leert de praktijk mij dat een arbitrage of een gerechtelijke procedure feitelijk alleen maar verliezers kent - behoudens de advocaten en adviseurs die door beide partijen ingehuurd moeten worden om de klus te klaren. Deze laatsten smullen van de toenemende gang naar arbiters en rechters.

Tot voor kort leefde bij mij de gedachte dat een procedure bij de rechter in vergelijking met een arbitrage vooral tijdrovender en kostbaarder zou zijn en per definitie leidt tot een verstoorde relatie - en bovendien meer in het openbaar plaatsvindt.

Nu word ik regelmatig in de gelegenheid gesteld namens onze opdrachtgevers beide geschil beslechtende procedures bij te wonen.

Als adviseur valt het sowieso niet mee een oordeel te vragen aan een rechter of arbiter die, zo stel ik vast, nooit – althans, laat ik het relativeren - in veler beleving zelden een gelijke specifieke kennis heeft over daken en de dakenbranche.

Toch word je geacht je bij het oordeel neer te leggen. Het oordeel is gebaseerd op de door de in het geschil betrokken partijen aangeleverde informatie en (in voorkomende gevallen bij gerechtelijke procedures) de door de rechter benoemde deskundige.

Vooral in de situatie dat de rechter zich in belangrijke mate laat leiden door de benoemde deskundige kan het kwaad kersen eten zijn als deze net niet begrijpt waar het geschil feitelijk over gaat.

Zo was ik eens bij een geschil betrokken waarbij wij optraden namens een gebouweigenaar die aan een aannemer opdracht had gegeven een kantoor en bedrijfshal tot stand te laten komen. De opdrachtgever was gebonden aan arbitrage. Een van de overigens vele bouwkundige en daktechnische aspecten waar een geschil over speelde was de vlakheid van een bedrijfsvloer.   

Mijn opdrachtgever had vastgesteld dat de vloer niet aan de overeengekomen vlakheideis binnen de opdracht/aannemingsovereenkomst voldeed. Besteksmatig stond de vlakheideis in het bestek met verwijzing naar normteksten, waarin controle, meetmethoden en toleranties gespecificeerd werden verwoord.

De vloer is ingemeten overeenkomstig deze meetmethode en bleek qua vlakheid niet te voldoen. Een “piece of cake” denkt u, en dat had ik ook mijn opdrachtgever voorgehouden: de vloer voldoet niet dus zal de arbiter oordelen dat de aannemer herstel moet uitvoeren, dan wel financieel aansprakelijk wordt gehouden voor herstel door derden.

Direct al bij de opname van de arbiters ter plaatse werd mijn opdrachtgever gevraagd waarom de vloer vlak zou moeten zijn en welke schade hij zou ondervinden van de vastgestelde onvlakheden.

Na de beantwoording van die vraag werd mij al duidelijk dat het nog niet eenvoudig zou worden herstel van de vloer en/of financiële compensatie te ontvangen. Het arbitrale begrip “billijkheid” werd te berde gebracht.

Was het wel billijk nu nog herstel te verlangen? In de visie van de arbiter wogen de kosten die hiervoor gemaakt zouden moeten worden niet op tegen de schade die mijn opdrachtgever zou ondervinden.

Aldus werd de vordering van een vlakke vloer zoals beschreven in het bestek afgewezen.

Voor de opdrachtgever en mij zeer teleurstellend, waarmee bevestigd is dat je wel gelijk kunt hebben, of denkt te hebben, maar dat je het daarmee nog niet altijd krijgt.

Niet alleen terugkijkende op deze arbitrage, maar ook op vele andere, is mijn advies aan opdrachtgevers zich (al dan niet ondersteund) tot het uiterste in te spannen een conflict zonder tussenkomst van rechters of arbiters zelf op te lossen.

 

Nic-Jan Bruins



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam