Roofs 2010-06-06 Dakmerk: “Zo wordt de kwaliteit van het platte dak gegarandeerd!”

Hoe weet een opdrachtgever dat hij waar voor zijn geld krijgt? In het meinummer van Roofs stelde Nic-Jan Bruins in zijn column dat de huidige inspectiepraktijk niet zaligmakend is. In dit interview reageert David Kemena, directeur van de enige kwaliteitsorganisatie van het platte dak, Dakmerk.

“In zijn column noemt Bruins de ‘certificerende instellingen’ als belanghebbende partij,” aldus Kemena. “Dakmerk is het enige keurmerk voor het platte dak, wij voelen ons daarom deels aangesproken. Men bereikt een gegarandeerde kwaliteit van het dak door met een gerenommeerde partij in zee te gaan die een bewezen kwaliteit levert, en waarvan de solvabiliteit aantoonbaar in orde is. Het Dakmerk keurmerk toont dit aan, en geeft daarmee de garantie dat de opdrachtgever in zee gaat met een betrouwbaar bedrijf waarbij de kwaliteit van werken voortdurend wordt gecontroleerd.”

Kwaliteitsborging

De vraag die Bruins opwerpt is: ‘Kwaliteit door inspecteren of opleveren?’  Het antwoord van Kemena hierop is duidelijk: “Kwaliteit ontstaat niet door inspecteren of opleveren. Kwaliteit ontstaat door een geheel traject van kwaliteitsborging. Wij geven de opdrachtgever zekerheid, omdat wij naast technische controles op het werk ook controleren op alle andere relevante aspecten: BRL 4702, VCA, solvabiliteit, en ook bijvoorbeeld of het bedrijf is ingeschreven bij de KvK, zich aan de arboverplichtingen houdt, of het bedrijf netjes de belastingen en sociale premies heeft afgedragen, etc.”

Dit alles op volstrekt onafhankelijke basis. Kemena: “Feitelijk zijn wij een certificerende organisatie, net als bijvoorbeeld Kiwa, IKOB-BKB of INTRON. Wij zijn als zodanig als enige organisatie binnen de dakenbranche erkend door het Ministerie van Economische Zaken. Alle dakdekkers mogen certificaathouder bij Dakmerk worden, mits zij voldoen aan de (strenge) kwaliteitseisen. Dit alles betekent dus dat wij geen leden hebben, maar certificaathouders - net zoals bijvoorbeeld Kiwa geen leden heeft. Wij kunnen daarom bij problemen optreden als onafhankelijke partij met als voornaamste zorg dat alles goed komt.”

Inspecties

Wat betreft de inspecties vertelt Kemena dat er in de Dakmerk-methodiek geen sprake is van ‘een scala aan inspecteurs’, zoals Bruins stelt. “Bij onze certificaathouders komt er maar één inspecteur van een extern bureau op bezoek, die op alle aspecten controleert. Wij doen in principe onaangekondigde inspecties, met jaarlijks minimaal 10 bezoeken per certificaathouder. Een enkele certificaathouder krijgt wel 80 inspecties, afhankelijk van de omzet. In onze statuten staat dat de selectie van de te inspecteren werken aselect plaatsvindt en niet door ons kan worden beïnvloed. Dus ook niet door de dakdekker. Wellicht kan de notie ‘onaangekondigd’ in onze systematiek verder worden verbeterd, hier zijn wij sinds vorig jaar mee aan de slag gegaan.”

 

“Ook voeren wij intensieve klanttevredenheidsonderzoeken uit,” vervolgt Kemena. “De resultaten van de inspecties worden jaarlijks met het betrokken bedrijf besproken; er worden verbeterpunten aangegeven en er wordt gecontroleerd of hier inderdaad iets mee wordt gedaan. Verder betekent het Dakmerk Waarborgfonds financiële zekerheid voor de opdrachtgever. Als er iets fout gaat bij onze certificaathouders, kost dat Dakmerk geld, want wij zijn verantwoordelijk voor een goede afwikkeling. Een betere garantie dat de kwaliteit geborgd is kun je niet geven.” Zie voor meer informatie hierover het artikel ‘Dakmerk duidelijker in de markt positioneren’ in Roofs 1-2010.

Duidelijkheid

De platte dakenbranche heeft in dit opzicht volgens Kemena de zaken goed op orde. “We hebben adviseurs, inkooporganisaties, een brancheorganisatie (Vebidak) en een kwaliteitsorganisatie (Dakmerk). De opdrachtgever krijgt optimale zekerheid als alle partijen de taken uitvoeren waar ze voor zijn opgericht. Hier geldt natuurlijk wel het aloude spreekwoord: ‘schoenmaker, blijf bij je leest’.”

“De taken van de verschillende organisaties in de dakenbranche zijn helder,” vervolgt Kemena. “De kracht zit hem juist in die gescheiden taken. NDA, bijvoorbeeld, is een inkooporganisatie. Zij hebben een eigen kwaliteitssysteem. De meeste leden van NDA zijn daarnaast echter ook Dakmerk certificaathouder, omdat zij  begrijpen dat een onafhankelijke kwaliteitsorganisatie, dat zonder ‘aanziens des bedrijfs’ opereert, meer impact in de markt heeft, dan wanneer zij werken vanuit hun eigen organisatie.”

“Hier wordt echter afbreuk aan gedaan wanneer organisaties taken gaan uitvoeren, of dat pretenderen te doen, die helemaal niet tot hun pakket horen. Zo komen onze  certificaathouders tegenwoordig Vebidak in de bestekken tegen. In sommige bestekken wordt het Vebidak lidmaatschap als kwaliteitsnorm voorgeschreven. Dit is volstrekt onjuist. Vebidak is een branchevereniging en vervult als zodanig een belangrijke en nuttige rol in de platte dakenbranche. Zo voert ze namens de leden de CAO-onderhandelingen, beheert de verzekeringen en pensioenregelingen, speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van regelgeving en normering, en in voorkomende gevallen adviseert zij haar leden op technisch gebied. Dat is de taak van een branchevereniging en Vebidak geeft daar prima invulling aan. Maar zij zijn géén kwaliteitsorganisatie, en zij moeten zich dan ook niet als zodanig (willen) profileren.”

Kemena: “Een aantal belangrijke leden van Vebidak zijn certificaathouder bij Dakmerk – maar niet alle. Het lidmaatschap van een branchevereniging is immers geen kwaliteitskeurmerk. Het probleem van deze onduidelijkheid is dat verwachtingen bij de opdrachtgever worden gewekt die de branchevereniging niet waar kan maken. De branchevereniging controleert niet op de zaken waar wij op controleren, en kan in conflict met de eigen leden komen indien zij in opdracht van opdrachtgevers bestekken maakt.”

Kemena pleit er daarom voor de verhoudingen binnen de dakenbranche zuiver te houden. “Als alle partijen zich bij hun eigen ‘leest’ houden, dan is er duidelijkheid voor de opdrachtgever. Laat alle partijen in de markt Dakmerk gebruiken waarvoor de kwaliteitsorganisatie destijds mede voor is opgericht: het bewaken, bevorderen en garanderen van de kwaliteit van het bitumineuze en kunststof dak!”

Noot van de redactie

Technisch hoofdredacteur Nic-Jan Bruins waardeert de reactie van David Kemena, maar vindt het jammer dat hij niet inhoudelijk op zijn column ingaat. Zo klopt het natuurlijk dat er maar één keer tijdens de uitvoering, wel of niet aangekondigd, een Dakmerk-inspecteur, een op de 10 dakwerken in uitvoering bezoekt. Zonder Dakmerk tekort te willen doen is het wel de dagelijkse praktijk dat er ook inspecteurs van andere organisaties op het werk komen.

De vraag die Bruins wilde opwerpen is: verstrekt een “proces” inspectie je voldoende inzicht om een uitspraak te doen over de kwaliteit van een dak of geeft een oplevering je hiervoor meer relevante informatie? Zijn stelling, welke hij ter discussie stelt, is dat bij een inspectie van het eindresultaat, een oplevering, je een meer gefundeerde uitspraak kunt doen over de kwaliteit van een dak (inclusief alle bouwkundige voorzieningen en aansluitingen) en vooral het verwacht toekomstig presteren, dan een inspectie tijdens de uitvoering

In de context van de reactie van David Kemena benadrukt Bruins dat in zijn beleving een Dakmerk proces inspectie met de genoemde frequentie en de inhoudelijke aan de orde zijnde controle inspectiepunten onvoldoende gegevens en informatie oplevert om de uitspraak, een Dakmerk dak is per definitie een kwaliteitsdak, te doen. Indien Dakmerk zich op deze wijze wil profileren zal zij, zo zegt Bruins, toch nader inzicht moeten geven over criteria die zij hiervoor inzake haar kwaliteitsbewaking, op het dak waar de prestatie moet worden geleverd, anders dan de BRL 4702 voorschrijft, hanteert.
 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam