Roofs 2009-10-04 Resultaten behaald in het verleden….

Met een Levensduurverklaring, op basis van een duurzaamheidsonderzoek, communiceert een fabrikant van een dakbedekking de te verwachten levensduur van het eigen product. Dit type verklaring volgt op onderzoek aan bestaande daken. Maar in hoeverre zeggen de resultaten van deze onderzoeken iets over de producten die tegenwoordig op de markt zijn? Met andere woorden: in hoeverre bieden resultaten behaald in het verleden garanties voor de toekomst?

I Van de redactie


Duurzaamheidrapporten hebben een belangrijke functie gehad in de discussie over duurzaamheid van dakbedekkingen, in relatie tot de op dat moment geldende regelgeving. De diverse duurzaamheidonderzoeken en de bijbehorende duurzaamheidrapporten zijn op één uitzondering na exclusief uitgevoerd en opgesteld door Bureau Dakadvies (BDA). Begin  jaren ’90 werd het duurzaamheidonderzoek voor het eerst uitgevoerd; in opdracht van enkele marktpartijen met als doel inzichtelijk te maken in welke mate verouderingsverschijnselen op de daken uitgevoerd met het product zich voordeden. In de betreffende duurzaamheidrapporten werd tevens een uitspraak gedaan over de te verwachten resterende levensduur van de onderzochte daken. Deze extrapolatie van gegevens werd gedaan aan de hand van de bij het bureau aanwezige kennis en betrof een extra periode van ca. 5 jaar.

Wanneer dus daken onderzocht waren van 20 jaar oud, dan werd dat bij afwezigheid van kenmerkende verouderingsverschijnselen opgewaardeerd naar 20 + 5 is 25 jaar. Niet verwonderlijk dat het rapport als een marketinginstrument werd ingezet. De toon was gezet en meerdere leveranciers van producten wensten een uitspraak over de levensduur van het product op daken. Deze onderzoeken waren voor BDA lucratief in twee opzichten, namelijk als onderzoeksopdracht sec en het feit dat BDA als referentie werd gebruikt door toonaangevende merken. Dat resulteerde weer in levensduuronderzoeken voor andere producten en BDA maakte vervolgens een verklaring waar de onderzoeksresultaten met nog wat andere zaken een eigen nieuw ‘document’ op gang brachten.

Regels zijn opgesteld, o.a. over de hoeveelheid daken die onderzocht konden worden, waaruit het bureau dan weer een ‘steekproef’ deed, welke bewijzen overlegd moesten worden om aan te tonen hoe oud de betreffende producten waren en rapportages werden aangevuld met een tevredenheidonderzoek van de gebruiker. Weer later werd het duurzaamheidonderzoek een verplicht onderdeel van een milieuverklaring en alles op basis van de kennis aanwezig bij het bureau. En bij het opstellen en inzichtelijk maken van de regels is het wat wazig geworden allemaal. Wat wel duidelijk werd voor leveranciers is dat er zo veel termen in gebruikt werden dat de afdeling marketing er alle gewenste kanten mee op kon. De eerste commotie over levensduurverklaring barstte los op de Dakendag 2001 toen BDA de levensduurverklaring uitreikte aan Esha (zie ook Roofs 2002 - 2&3). Van de Werke van Derbigum gaf destijds forse kritiek op de in zijn ogen misbruik van het duurzaamheidonderzoek dat hij onder andere geïnitieerd had. Die discussie lijkt nog altijd niet afgerond. Laten we enkele aspecten nader bekijken

 

Representatief?
Het duurzaamheidonderzoek komt als volgt tot stand. De fabrikant levert een aantal projecten aan die door het onderzoeksbureau worden onderzocht. De betreffende daken worden bezocht en onderzocht op verouderingsverschijnselen die voor het product als maatgevend worden beschouwd. Uit de betreffende daken worden monsters genomen en deze worden in het laboratorium verder ontrafeld en bestudeerd. De resultaten van dit onderzoek zeggen iets over de staat van het dak en de kwaliteit van het aanwezige materiaal. Maar men kan zich afvragen in hoeverre dit onderzoek representatief is voor de kwaliteit van het product. Bij een statistisch representatieve steekproef wordt afhankelijk van de gewenste nauwkeurigheid uit een van te voren gedefinieerde verzameling toegepaste producten een hoeveelheid getrokken, in ons geval daken. De resultaten van die steekproef zijn dan representatief voor de gehele verzameling. Daarvoor moet bekend zijn hoeveel van dit product er in de jaren toegepast is op daken in Nederland. Is de productie en de hoeveelheid verkocht product nog redelijk te achterhalen, de hoeveelheid toegepast product is een stuk lastiger en al helemaal waar die zich op een gegeven moment bevindt. Wanneer slechts nog maar een beperkte hoeveelheid daken bekend zijn en die opgevoerd worden als representatief gaat dat naar de regels der statistiek niet meer op. 25 daken van 15 jaar oud maken uitsluitend duidelijk dat er daken zijn die naar tevredenheid over die periode al dan niet functioneren, niets meer of minder. Helaas wordt dat zelden zo gepresenteerd en te vaak geheel anders voorgesteld.

 

Objectiviteit?
Men kan vraagtekens zetten bij de objectiviteit van de beoordeling. Het rapport komt namelijk tot stand na beoordeling van daken die door de fabrikant of leverancier zelf zijn geselecteerd. Men kan dus al in hoge mate van tevoren bepalen of de onderzochte daken de gewenste kwaliteit hebben. Ook selecteert de fabrikant of leverancier zelf het onderzoeksbureau dat het onderzoek dient uit te voeren. Daar is het ook allemaal mee begonnen en daar is niks mis mee. Fout gaat het als het een soort van kwaliteitsnorm beoogt te zijn en dat nu is waar het document veel te veel ruimte laat voor suggestie. Bovendien is de kennis van verouderingsverschijnselen en de extrapolatie daarvan moeilijk objectief te noemen, getuige de discussie alleen al over craquelé. Dat duurzaamheidonderzoeken in tijd juist de informatie opleveren om de juiste verouderingsverschijnselen te benoemen, verschilt meer dan waarschijnlijk per soort en zelfs per merk dakbedekking. Informatie die van belang is voor de fabrikant zelf, maar die zal in het document niet opgevoerd worden - wat eigenlijk wrang is.

 

Samenstelling?
Onderzoek naar het presteren van oude daken kan niet los gezien worden van kwaliteitszorg.
Want wat is het onderzoek waard als de samenstelling van de toegepaste producten in de tijd  niet is vastgelegd. Hoe anders kunnen de verouderingsverschijnselen die als maatgevend beschouwd worden voor de resterende levensduur getoetst worden. Onderhoud aan het dak bepaalt in sterke mate de levensduur, is dan een niet onderhouden dak dat probleemloos functioneert beter? Een goede uitvoering en detaillering bepaalt in sterke mate de kwaliteit, wordt die dan eveneens beoordeeld aan de hand van de verwerkingsvoorschriften als destijds opgesteld en hoe controleer je dat?  Recepturen veranderen, dat kan verbetering inhouden maar ook kan gestuurd worden op efficiëntie. Ook de samenstelling van het systeem heeft effect op de levensduur van de dakbedekking. Resultaten van het onderzoek aan oude daken zijn dus waardevoller naarmate andere factoren eveneens bekend zijn.

Geen fabrikant verkoopt nog hetzelfde product als 25 jaar geleden, dat zou immers leiden tot een kwaliteitsstop. In de tussentijd zijn de materialen aangepast in samenstelling en specificatie. De eisen aan dakbedekkingmaterialen zijn in de loop der tijd ook veranderd. Te denken valt aan de eisen voor brandvoortplanting maar ook aan de toepassing bijvoorbeeld als waterkerende laag onder een daktuin. De regelgeving heeft dus een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteit van de dakbedekking zoals die nu is. Deze toevoegingen zijn van invloed op de levensduur van de dakbedekking en onderschrijven de noodzaak van achtergrondinformatie.

 

Conclusie
Iedere leverancier en elke marktpartij heeft het recht commercie te bedrijven en daarbij de middelen in te zetten die daartoe ter beschikking staan. Maar het Levensduurrapport alléén kan nooit iets zeggen over de kwaliteit van het product. Daarvoor dienen andere factoren meegewogen te worden. Uitsluitend het Levensduurrapport dat iets zegt over de te verwachten levensduur van de producten die tegenwoordig worden geproduceerd en verkocht is onvolledig en daarmee onjuist. Er zijn diverse documenten en certificaten in omloop waarmee men de overige voor de opdrachtgever relevante kwaliteiten van het (huidige) product kan communiceren. De verschillende in Nederland actieve producenten dienen zich dan ook te onderscheiden door al deze kwaliteitsaspecten te communiceren. Op basis van bovenstaande kan niet anders dan geconstateerd worden dat het instrument als een soort keurmerk ongeschikt is en in die zin inmiddels is ingehaald door de werkelijkheid. 

Is het dan een zinloze exercitie geweest? Beslist niet, het heeft bij partijen een bijdrage geleverd aan het denken en praten over duurzaamheid en als zodanig aan de kwalitatieve verbetering van de respectievelijke producten. Gelukkig hebben in onze sector partijen de handdoek opgepakt en zelfstandig verder gegaan met het thema duurzaamheid.  Materiaalkeuze, de mate van onderhoud, de verwerking en het gebruik zijn onderdelen die niet op zichzelf staan. Natuurlijk is het van belang al deze zaken op zichzelf te onderzoeken om tot verbetering te komen, maar een conclusie moet dan wel weer terug geplaatst worden in het geheel - waarbij alle factoren als ook ontwerp, verwerking, verwerker en gebruiker worden meegewogen.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam