Roofs 2008-11-22 Duurzame energie vergt bouwprocesinnovatie

Derbigum Nederland organiseerde in oktober en november een drietal congressen over zonne-energie, n.a.v. de introductie van de bitumineuze dakbedekking met geïntegreerde PV-modulen, de Derbisolar (zie Roofs 9-2008). Diverse deskundigen kwamen op opvallende locaties in respectievelijk Oegstgeest, Heerenveen en Eindhoven te spreken over o.a. de subsidieregelingen die op dit moment in Nederland gelden.

Zonne-energie is momenteel een hot item en producent van bitumineuze dakbanen Derbigum Nederland speelt hierop in met de introductie van Derbisolar. Dit is een witte bitumineuze dakbaan (Derbibrite) waar amorfe fotovoltaïsche modulen op zijn bevestigd. Een dergelijk product is in Nederland sterk afhankelijk van subsidieregelingen. Er zijn al regelingen van kracht die de aanschaf van deze systemen stimuleren, maar het regelingenstelsel is nog een onoverzichtelijk geheel.

Daarom lanceerde Derbigum de nieuwe dakbaan met een reeks congressen die de kennis met betrekking tot deze regelingen voor het voetlicht zou brengen. Experts van SenterNovem en ECN Nederland lichtten toe welke regelingen momenteel op dit gebied werkzaam zijn. Verspreid over het land hield men deze congressen op drie aansprekende locaties, namelijk Corpus in Oegstgeest, het Abe Lenstrastadion in Heerenveen en het Evoluon in Eindhoven.

 

Stimuleringsregelingen
Als eerste sprak Rob Smit van SenterNovem over het overheidsbeleid ten aanzien van zonne-energie, en de bestaande regelingen. Toen Balkendende IV in februari 2007 aantrad, sprak het kabinet de ambitie uit in 2020 te beschikken over een van de duurzaamste en energiezuinigste economieën. Dit betekent dat zo’n 2% energiebesparing per jaar zou moeten worden gerealiseerd, het aandeel van de hernieuwbare energie tot 20% moet stijgen en 30% broeikasreductie t.o.v. 1990 dient te worden gerealiseerd.

Er zijn hiertoe drie convenanten gesloten, namelijk Meer met Minder (bebouwde omgeving), het Lenteakkoord Energiebesparing (nieuwbouw) en het convenant Energiebesparing corporatiesector. Deze hebben geresulteerd in een viertal stimuleringsregelingen:

  • Energie Investerings Aftrek (EIA): biedt fiscaal voordeel voor energie-efficiënte maatregelen en duurzame energie. Hiermee wordt in de utiliteitsbouw 44% van de investeringskosten aftrekbaar van de fiscale winst gemaakt bij investering in vijf categorieën (gebouwen, apparatuur/processen, transportmiddelen, duurzame energie, energieadvies). Jaarlijks wordt de energielijst met technieken die voor deze subsidie in aanmerking komen bijgewerkt.
  • Subsidie duurzame warmte voor bestaande woningen: dit is een tijdelijke regeling waarbij de eigenaar/bewoner of eigenaar/verhuurder van een bestaand gebouw een deel van de aanschaf van een zonneboiler of warmtepomp krijgt vergoed.
  • Subsidie UKP Verduurzaming warmte en koude: deze regeling ondersteunt innovatie investeringstrajecten op het gebied van duurzame warmte of koude, o.a. grootschalige thermische zonne-energiesystemen.
  • Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE): dit is een opvolger van de MEP en heeft betrekking op de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas en WKK. De regeling biedt 15 jaar subsidie voor teruggeleverde duurzame elektriciteit.

Op de website van SenterNovem is hierover meer informatie te vinden.

 

Vereenvoudiging en oprekking subsidies
Frits Verhoef van het jonge installatiebureau op het gebied van duurzame energie Energieker.nl, stelde dat Nederland achterloopt op de realisatie van de ambitieuze doelstelling: dat integendeel de CO2-uitstoot in Nederland groter is geworden. De vraag naar olie stijgt, terwijl de voorraad in hoog tempo uitgeput dreigt te raken. Technisch is het mogelijk de wereldeconomie op basis van duurzame energie draaiende te houden, de belemmeringen zijn echter eerder politiek van aard. Waar enerzijds geprobeerd wordt de uitstoot van CO2 terug te dringen, wordt er anderzijds bij de olieproducerende landen op aangedrongen dat ze de productie van olie verhogen om de olieprijs te drukken.

Vervolgens betoogde hij dat investeren in zonne-energie de moeite loont, ondanks dat het potentieel momenteel nog beperkt is – net als dat van andere methoden van duurzame energie. De prijs van deze systemen daalt echter door de internationale groei, en de technische ontwikkelingen zitten in een stroomversnelling. Verder heeft zonne-energie tal van voordelen, zoals weinig onderhoud, waar de opbrengst nu al substantieel is te noemen. Verhoef ging vervolgens eveneens in op de financiering van dergelijke systemen en stelde dat continuïteit in de overheidssteun van essentieel belang is voor de verdere ontwikkeling van de toepassing van zonne-energie. Tevens moeten de regelingen worden opgerekt zodat ook bedrijven kunnen investeren, en dient de aanvraag van een subsidie veel eenvoudiger te kunnen plaatsvinden – zonder alle papier die er tegenwoordig nog bij komt kijken. Het zou toch mogelijk moeten zijn een subsidie via het internet aan te kunnen vragen.

 

Contracttransitie
Vervolgens kwam Ivo Opstelten van Energie Centrum Nederland (ECN) te spreken over de toekomst van energiezuinig bouwen. Hij rekende voor dat de potentie van duurzame energie enorm is, maar dat er enige tijd overheen zal gaan voor de systemen rendabel gaan worden. De normering, regelgeving en techniek moet zich nog verder ontwikkelen, en vraag en aanbod moeten nog op elkaar worden afgestemd. Om een dak optimaal te benutten moeten keuzes worden gemaakt, want niet ieder systeem is voor iedere situatie geschikt. Momenteel zijn er drie stuurgroepen, met prominente vertegenwoordigers uit de politiek en de wetenschap, actief die de ontwikkelingen moeten begeleiden. Opstelten deed ook een oproep aan de bouwwereld om te komen tot bouwprocesinnovatie: “Duurzame energietransitie kan niet plaatsvinden zonder bouwprocestransitie; bouwprocestransitie kan niet plaatsvinden zonder contracttransitie.”

 

Duurzame relatie
Tenslotte ging Goedele Van Kerschaever van Derbigum nader in op de huidige markt voor PV-systemen, en op de argumenten voor verschillende partijen (banken, aannemers, dakdekkers) om te kiezen voor toepassing van het PV-systeem. Zo kan een PV-systeem voor een opdrachtgever een marketinginstrument zijn en is het voor de verwerker een belangrijk instrument om een duurzame relatie met de opdrachtgever aan te gaan. Garanties dienen in een dergelijke relatie natuurlijk duidelijk omschreven te zijn.

De Derbisolar werd tenslotte nader toegelicht door Amélie Richir van Dimension 5, een zusterbedrijf van Derbigum. Het gaat hier om PV-panelen die op de witte bitumineuze dakbedekking Derbibrite zijn geïntegreerd. Richir zette het systeem uiteen, als ook de begeleiding die de producent op het systeem biedt. Roofs beschreef de ontwikkeling uitgebreid in het artikel ‘Amorfe fotovoltaïsche panelen op bitumen dakbanen’ in Roofs 9-2008.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam