Roofs 2007-11-36 Het waterbufferend vermogen van groendaken

Op de Nationale Dakendag, op 6 november 2007 in het Beatrixtheater in Utrecht, stond het groendak volop in de aandacht. M.b.t. het waterbufferend vermogen van groendaken werd geconcludeerd dat er momenteel geen cijfers beschikbaar zijn die inzicht geven in de mate waarin groendaken water kunnen vasthouden. ZinCo Benelux meldt inmiddels wel over Duitse onderzoeksresultaten te beschikken die aantonen dat groendaken 40 tot 90% van het regenwater vasthouden op jaarbasis.

Overmatige regenval zorgt voor steeds meer overlast in met name de stedelijke gebieden. Door verouderde rioolstelsels en extremere weersomstandigheden is er onvoldoende capaciteit om bij hevige regenval het water op te vangen. Momenteel heeft dit tot gevolg dat de pieken tijdens en na de extreme buien op straat worden opgevangen. Gemeenten en waterschappen zijn op zoek naar andere methoden om de piekbelasting van regenval op te kunnen vangen. De groendakbranche wijst erop dat grootschalige toepassing van groendaken een mogelijke oplossing zou kunnen zijn. Groendaken houden immers een grote hoeveelheid water vast en zorgen voor een vertraagde afvoer. Naast de andere eigenschappen van het groendak (o.a. isolerende werking, afvangen fijnstof, esthetische uitstraling, natuur in stedelijke omgeving) zou de waterbufferende werking dus een belangrijk argument zijn een groendak toe te passen.

 

Discussie
Veel van deze eigenschappen staan echter nog ter discussie, zo bleek ook tijdens de Nationale Dakendag. Dat een groendak fijnstof afvangt, werd bijvoorbeeld door Vincent Kuypers, onderzoeker aan kennisinstituut Alterra, met grote stelligheid onderschreven. “Als het in Nederland aanwezige dakoppervlak voor groendaken wordt benut, zal dit een grote positieve invloed hebben op de luchtkwaliteit,” aldus Kuypers, die door dagvoorzitter Nico Hendriks consequent ‘Mister Fijnstof’ werd genoemd. Probleem aan deze bewering is dat deze niet ondubbelzinnig gestaafd kan worden met cijfers. “We leren het meest van de praktijk, we leren niets van theorie,” zei Kuypers op de Dakendag, waarmee hij aangaf dat het effect er hoe dan ook is, en dat de precieze mate waarin een groendak fijnstof afvangt uit de praktijk zou moeten blijken.

Hetzelfde zou gezegd kunnen worden van de mate waarin een groendak water kan bufferen. Momenteel wordt aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp in samenwerking met de vakvereniging Dak- en Gevelbegroeiingsspecialisten (DGS) een onderzoek uitgevoerd naar de waterberging van groendaken (zie voor uitgebreide informatie over dit onderzoek het artikel ‘Onderzoek naar buffercapaciteit vegetatiedaken’ in Roofs 7-2007). Op de Dakendag werd ook aan dit onderzoek gerefereerd, en werd aangegeven dat het nog minimaal drie jaar zal duren voor hier resultaten van kunnen worden overlegd. Peter van Dommele van het innovatieplatform EROP (Earth Recovery Open Platform) stelde echter dat de dakenbranche er gereed voor is: volgens hem is de sector nu al in staat de nodige veranderingen tot stand te brengen. “Als er een ernstige ziekte dreigt uit te breken, dan zegt ook niemand: we wachten eerst het meerjarige onderzoeksproject af, en dan gaan we beslissen of we er iets mee gaan doen. De sector is nu al in staat een wezenlijke bijdrage te leveren aan de reductie van CO2, fijnstof en de wateroverlast. Laten we aan de slag gaan.”

 

Duits onderzoek
In andere landen, met name Duitsland, zijn de ontwikkelingen al verder gevorderd. Veel van de in Nederland actieve leveranciers van groendaken hebben hun hoofdvestiging in Duitsland. Deze bedrijven hebben in het kader van de FLL Dakbegroeningsrichtlijnen onderzoek laten uitvoeren naar de mate van waterbuffering van de eigen systemen.

ZinCo GmbH, in Nederland vertegenwoordigd door ZinCo Benelux, is een van deze bedrijven. Men heeft de systemen voor de extensieve dakbegroeningsystemen Bloemenweide en Sedumtapijt in 2004 op o.a. water­buffering laten onderzoeken en deze gegevens zijn dan ook nu reeds beschikbaar. In Duitsland hanteert men een standaard onderzoeksmethode om de afvloeiingscoëfficient van daken te bepalen. Het dak wordt overmatig beregend en krijgt vervolgens 24 uur om uit te druppen. Na deze 24 uur wordt er een blokregen met een constante neerslagintensiteit van 300 lit/s/ha gedurende 15 minuten op het dak gebracht en wordt er gemeten. Gemeentes en andere overheidsinstellingen gebuiken deze afvloeiingscoëfficienten om te bepalen waar een groendak aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor bijvoorbeeld subsidie of om te bepalen of het überhaupt voldoet aan de minimale eisen.

Het ‘Sedumtapijt’ systeem is opgebouwd op een wortelvaste dakbedekking en bestaat uit de water­houdende beschermmat SSM 45, drainagelaag Floradrain FD 45 en Systeemfilter SF. Hier bovenop wordt 6 cm daktuinsubstraat ‘Sedumtapijt’ en de sedumbeplanting aangebracht. De totale opbouwhoogte komt hiermee op ca. 9 cm en het gewicht bij verzadiging met water komt neer op zo’n 95 kg/m². Onderstaande tabel levert de onderbouwing voor de claim van de leverancier dat het Sedumtapijtsysteem een waterbuffering van ca. 25 l/m² levert.

De leverancier beweert in haar documentatie dat een licht extensief dak, zoals bijvoorbeeld het systeem ‘Bloemenweide’, tot wel 42 l/m² kan bufferen; bij intensieve daken zijn nog grotere waterbergingen te realiseren.

De cijfers uit de Duitse onderzoeken geven op zijn minst een indicatie van de waterbuffercapaciteit van groendaken. Wat deze eigenschappen van het systeem nu daadwerkelijk in een Nederlands stedelijk gebied kunnen bijdragen aan het opvangen van piekbuien, dat is een vraag die momenteel wordt onderzocht. In afwachting daarop kunnen bestaande onderzoeken hiervan al wel een globaal beeld geven. Momenteel wo 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam