Roofs 2007-10-48 De IKOclip verbeterd

Recent is het IKOclip systeem (voorheen awaClip) verder verbeterd op het gebied van de waterdichte inwerking en de thermische afdekking. Ruud van Scheijndel, senior adviseur bij Nebiprofa BV, zet de aanpassingen uiteen en maakt de vergelijking met systemen die door de dakdekker worden aangebracht.

Ruud F.M. van Scheijndel
senior adviseur Nebiprofa BV

Als totaalleverancier van materialen voor het maken van complete dakbedekkingsconstructies had dakgroothandel Aliso BV de beschikking over een eigen adviesafdeling. In 1985 werd hiervoor de basis gelegd met als doel niet alleen de dakdekker als verwerker van de geleverde materialen te helpen, maar vooral ook om opdrachtgevers als gebouweigenaren en de architect als ontwerper te ondersteunen bij de keuze van oplossingen voor problemen waarmee men te maken kreeg.

Deze adviesgroep maakte medio 1998 voor het eerst kennis met ankerpunten voor valbeveiliging, die op dat moment onder de naam awaClip via moederbedrijf AWA GmbH te Bonn sinds 1996 al in Duitsland werden toegepast. Eerst maakte de adviesgroep een studie van de geldende voorschriften in Nederland, alsmede de in Europa geldende regelgeving. Hieruit bleek dat we in Nederland in de praktijk achterliepen bij de toen geldende regelgeving. Het Arbobesluit was van juli 1997 maar in de praktijk werd op het gebied van valbeveiliging op het dak hier niets mee gedaan. Ook niet nadat de Arbowet 1998 in november 1999 als wet van kracht was. De EN-795 voor valbeveiliging, waarvan de NEN-795 een vertaling is, dateerde ook al uit 1996.

In die tijd leefde het onderwerp ‘valbeveiliging’ nog nauwelijks in de dakenbranche. Men was er niet mee bezig, of men vond het werken met deze voorzieningen onmogelijk. ‘Had de politiek in Den Haag wel eens bekeken hoe een dakdekker z´n werk moest doen?’ Toch waren er bedrijven, al was het een minderheid, die de noodzaak en mogelijkheden wel inzagen. Dat waren in eerste instantie geen dakdekkers, maar vooral bedrijven uit de wereld van de veiligheidssector. De adviesgroep van Aliso BV was geïnteresseerd in deze materie omdat de daksector zich toen bewust werd dat thermische lekken (koudebruggen) voorkomen moesten worden. Dit onderdeel is tegenwoordig opgenomen in NEN 1068 en NPR 2068.

De verantwoordelijkheid van de sector in het zorgen voor een blijvende waterdichtheid, ongeacht het aantal doorvoeren en door derden uitgevoerde werkzaamheden, speelde daarbij ook een rol. De eerste ankerpunten voor valbeveiliging werden op de markt gebracht door gespecialiseerde bedrijven die geen kennis hadden van waterdichtheid en thermische lekken. Dat werd meestal gezien als het probleem van de dakdekker die na het aanbrengen de ankerpunten deze nog moest inwerken. Hoe - dat was zijn vakgebied.

De eerste awaClip die op de markt kwam, had een geïsoleerde kunststof doorvoer die na montage werd voorzien van een eveneens geïsoleerde afdekkoker. Bij bitumen dakbanen werden de doorvoeren voorzien van een geprofileerde EPDM-plakplaat. De kunststof dakbanen werden ingewerkt afhankelijk van het type kunststof. Soms werden plakplaten gebruikt, of er werd een manchet gebruikt, gemaakt van het materiaal van de betreffende dakbaan. De ervaringen in de praktijk vanaf 2000 opgedaan vielen niet tegen. Omdat dakbedekkingbedrijven door montagebedrijven uit de veiligheidssector werden ingeschakeld voor het inwerken van gemonteerde ankerpunten, zag men de mogelijkheden in de praktijk.  

Systeem in ballastgrind
Omdat in de verstrekte adviezen aan gebouweigenaren als woningstichtingen ook gewezen werd op de noodzaak en regelgeving op het gebied van valbeveiliging, nam de toepassing van ankerpunten vanaf 2003 een grote vlucht. Door toename van aanbieders en systemen ontstond er tevens een bredere discussie over de verschillen tussen de diverse systemen. Zo zijn er systemen ontstaan vanuit de sector veiligheid, maar het antwoord vanuit de dakbedekkingsector bleef niet lang uit. Dit thema heeft de afgelopen tijd voldoende aandacht gekregen zodat daar in dit artikel niet nader op in zal worden gegaan.     

De ontwikkelingen van speciale ankerpunten, aangebracht door de dakdekker, zijn bijzonder snel gegaan. Men kan de vraag stellen of hierbij wel voldoende gekeken wordt naar het thema waar het hier om gaat: de veiligheid van mensen die het systeem moeten gebruiken. Er is niets mis met het combineren van functies, mits het uitgangspunt niet uit het oog wordt verloren. De awaClip voldeed aan alle eisen maar was misschien minder vriendelijk bij gebruik door de dakdekker. Nadat Aliso BV en de awaClip waren overgenomen door IKO Europe NV is het systeem nog eens kritisch bekeken. Na enkele aanpassingen is het systeem onder de nieuwe naam IKOclip nu door diverse dochters van IKO Europe NV in het programma opgenomen.

De doorgevoerde aanpassingen op het gebied van de waterdichte inwerking en de thermische afdekking betreffen een kleine facelift. Na overleg met toeleveranciers is besloten de geprofileerde EPDM-plakplaat te vervangen door een waterdichting met een aluminium plakplaat. Dit biedt de mogelijkheid de plakplaat mechanisch te bevestigen aan de bouwkundige onderconstructie. De plakplaat is nu voorzien van een buisdoorvoer die de doorvoer van het ankerpunt uit het waterniveau tilt. Op een gebruiksvriendelijke wijze kan het inwerken worden uitgevoerd met behulp van een afdichtingsmanchet die fabrieksmatig is ingeklemd tussen de plakplaat en de buisdoorvoer. Voor bitumen dakbanen wordt gebruik gemaakt van een manchet op basis van elastomeer gemodificeerde bitumen (SBS). Op bestelling is eventueel ook een plastomeer (APP) of universeel gemodificeerde bitumen manchet leverbaar. Bij kunststof dakbanen wordt gebruik gemaakt van een manchet gemaakt van de betreffende kunststof zoals PVC, EPDM of TPE, maar op bestelling zijn andere kunststoffen ook mogelijk.  

Thermische afdekking IKOclip
Het verwijderen en herplaatsen van de oorspronkelijke thermische afdekking was niet echt gebruiksvriendelijk en een aanpassing was hier gewenst. De nieuwe IKOclip heeft een thermische afdekking voorzien van een bajonet sluiting, ook wel het ´twist click´ systeem, waardoor verwijderen en herplaatsen erg eenvoudig is geworden. Het totale systeem is veel gebruiksvriendelijker geworden, hetgeen vaak een voorwaarde is om systemen in de praktijk te blijven gebruiken.        

Het leveren van de bewijslast dat het systeem ook na montage voldoet aan het gestelde in de norm blijft in veel gevallen in de praktijk nog een probleem. Op basis van de certificering is voor het IKOclip systeem in samenwerking met Fischer Nederland BV een keuze gemaakt uit een aantal bevestigingsmiddelen. Voor de afzonderlijke toepassingen is er een compleet systeem beschikbaar per onderconstructie en in diverse lengtes, afhankelijk van de dikte van de gekozen dakbedekkingsconstructie. Uitgangspunt is altijd dat de IKOclip ankerpunten worden bevestigd op de bouwkundige dakvloer of de bouwkundige draagconstructie. Hieraan worden geen concessies gedaan. Ook voor bijzondere onderconstructies is een groot aantal oplossingen beschikbaar. Voordeel van deze werkwijze is dat bij het vervangen of het overlagen van de  baanvormige dakbedekkingsystemen de IKOclip ankerpunten zelf niet gedemonteerd of vervangen behoeven te worden.  

Ieder type IKOclip wordt standaard geleverd voorzien van de bij het betreffende systeem en onderconstructie behorende bevestigingsmiddelen, alsmede voorzien van een hierbij behorend montagevoorschrift. Hierin zijn alle details opgenomen waaraan tijdens de montage moet worden voldaan, wil het gemonteerde systeem voldoen aan het gestelde in de norm. Voor de gebruikte  bevestigingsmiddelen worden de benodigde berekeningen gemaakt overeenkomstig ETAG waarmee deze tevens aan de Europese regelgeving voldoen.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam