Roofs 2007-07-12 Onderzoek naar buffer­capaciteit vegetatiedaken

Zomerse piekbuien zijn een grote belasting voor riolen in stedelijke omgeving. Daktuinen kunnen een bijdrage leveren aan het opvangen en geleidelijk afvoeren van hemelwater. Maar hoeveel water kan een groendak bergen? Aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp wordt sinds maart van dit jaar, i.s.m. de vakvereniging Dak- en Gevelbegroeiingsspecialisten (DGS), onderzoek gedaan naar de waterberging van groendaken. Roofs interviewde projectleider Ruth Fleuren over de doelstellingen, de onderzoeksopzet en de verwachtingen van dit project.

Hoe is het project ontstaan?
Fleuren: “Het project is ontstaan uit een samenwerking van de vakgroep DGS en de Hogeschool Van Hall Larenstein. De hogeschool biedt opleidingen aan op het gebied van Tuin- en Landschapsinrichting, Land- en Watermanagement en Bos- en Natuurbeheer. Wij willen ons als hogeschool graag profileren als kennisinstituut, en ook willen we graag de band tussen onderwijs en bedrijfsleven nauwer aanhalen. Daarom wilden wij dit onderzoeksproject graag uitvoeren.”

Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van het onderzoek?
“We weten uit praktijkervaring dat daktuinen water vasthouden. De hoofdvraag is: in hoeverre bufferen ze water? En een belangrijke bijvraag is: bufferen ze ook bij enorme piekbuien? Helpen daktuinen bij een vertraagde afvoer van hemelwater? Met de toenemende stedelijke verdichting en ‘inbreiding’ verdwijnt er steeds meer groen uit de steden. Dit vergroot de problemen met betrekking tot de waterhuishouding. Dakbegroeiingen kunnen – mits op grote schaal toegepast – een positieve bijdrage leveren aan de oplossing van deze problemen. Hoewel het niet de hoofdvraag is van ons onderzoek, is het gedrag van daktuinen bij piekbuien dus eigenlijk het belangrijkste element van ons onderzoek. Dit onderzoek kan laten zien dat daktuinen niet alleen een esthetische functie hebben (in de vorm van een groendak of gebruiksdak in stedelijke omgeving), maar ook een maatschappelijk nut kunnen dienen (waterberging, maar ook reductie van fijnstof). DGS wil met dit onderzoek de bewustwording vergroten van de betekenis die groendaken op dit gebied kunnen spelen. Daarom is het van belang dat de capaciteit voor waterberging onderzocht wordt, zodat we dit met officiële cijfers kunnen onderbouwen.”

Hoe is het project opgezet?
“Vijf bij DGS aangesloten bedrijven nemen deel aan het onderzoek: Zinco bv, Copijn en Van Vliet bv, Optigroen bv, Arend de Winter bv en Mostert de Winter bv. Het project omvat in totaal elf tafels: tien daarvan hebben een verschillende groendakopstelling en er is één lege tafel, om een ‘gewoon’ dak te simuleren. Het gaat in alle gevallen om een extensieve vegetatielaag (mos-sedumdak) met een maximale opbouw van 15 cm. Hiervoor is gekozen omdat dit type groendaken (met een lichte opbouw en weinig onderhoud) het makkelijkst te realiseren is in een stedelijke omgeving, wanneer bestaande daken omgebouwd zouden worden tot groendaken. Het onderzoek is erop gericht om te onderzoeken hoeveel water dit soort vegetatiedaken kunnen bergen.

De opbouw verschilt per tafel: met of zonder drainagemat voor vertraagde afvoer van hemelwater, ondergrond van puin of sediment, een grasdak of kruiden/mossen in diverse samenstelling. Sommige bedrijven hebben één tafel, anderen hebben er drie, waarbij de dikte van de opbouw gevarieerd is (5, 10 en 15 cm). Het onderzoek vindt plaats in de open lucht, midden op het uitgebreide landgoed dat de hogeschool omringt. Zo worden de normale omstandigheden van een daktuin zoveel mogelijk nagebootst. De tafels worden één keer per jaar (in mei) bemest, maar verder wordt niet ingegrepen. Er wordt geen onkruid gewied en er wordt ook niet bijgewaterd in periodes van droogte. Gedurende een periode van drie jaar worden de meetgegevens van deze tafels verzameld en geanalyseerd. DGS verzorgt de financiering van dit project: elk deelnemend bedrijf heeft de kosten betaald voor zijn eigen tafel(s).”

De proeftafels zijn als volgt opgebouwd:
Grootte: 2x 3 m
Afgedekt met EPDM-folie
Afschot 1,6% over 3 m
1 afvoerpunt
Opstaande rand 15 cm
De vegetatie verschilt per tafel (keuze deelnemende bedrijven)

Er werken in totaal vijf medewerkers aan dit onderzoek. Een watermeter en twee vegetatiemeters, een financieel projectleider en ikzelf als inhoudelijk projectleider. In de loop van het onderzoek zullen ook studenten worden ingezet om de watergegevens te berekenen en er conclusies uit te trekken. Ook hopen we een aantal lezingen en colleges te kunnen geven over dit onderwerp.”

Welke factoren worden onderzocht?
“Met deze proefopstelling wordt allereerst bepaald in welke mate dakbegroeiing water buffert. Elke twee minuten wordt de waterstand geregistreerd. Het oorspronkelijke plan was om dit per 15 minuten te meten, maar omdat we nauwkeurig willen kunnen zien wat er tijdens piekbuien gebeurt, is besloten tot een interval van twee minuten. Zo kan worden berekend wat de verhouding is tussen neerslag en afwatering bij de diverse daksystemen. Tevens wordt de vegetatieontwikkeling in de gaten gehouden: hoe is de bedekkingsgraad? Welke plantjes doen het goed en welke nemen in aantal af? Twee keer per jaar wordt bovendien de waterkwaliteit gemeten (chemische gegevens over hoeveelheid koper, zink, nitraat, fosfaat en gesuspendeerde stoffen), zodat het effect van bemesten kan worden nagegaan. De deelnemende bedrijven worden via een ‘sharepoint’-omgeving op de hoogte gehouden van de voortgang van het project. Iedere maand plaatsen we ook foto’s van de tafels op de site, zodat iedereen kan zien hoe ze erbij staan.”

Metingen
Bij elke tafel staat bij het afvoerpunt een rond vat waarin het afgevoerde water wordt opgevangen. In dit vat hangt een e+ Water-L sensor. Deze sensor meet de fluctuatie van het water in de ton. Deze meetgegevens worden onthouden door een logger. Deze logger wordt periodiek uitgelezen en de gegevens worden in een excelsheet overzichtelijk opgeslagen.
Doordat de logger continue meet, kunnen specifieke gegevens zoals de vertragende werking van het vegetatiedak tijdens een piekbui makkelijk na te zoeken zijn. Deze gegevens worden dan vergeleken met de daadwerkelijke neerslag die wordt gemonitord door een e+Rain regenmeter.

Is dit nog nergens eerder onderzocht?
“Dit is het eerste onderzoek dat in Nederland plaatsvindt naar de waterbergingscapaciteit van groendaken. In Duitsland hebben weliswaar al diverse onderzoeken plaatsgevonden, maar toch is het van belang om specifiek Nederlandse cijfers te hebben, vanwege klimaatverschillen tussen beide landen. We hebben op de Hogeschool een eigen weerstation, dat we gebruiken om de meetgegevens te verzamelen, zodat we nauwkeurig de hoeveelheid neerslag kunnen vastleggen.

Omdat nog niet eerder onderzoek gedaan is naar het bemonsteren van hele vegetatiedaken, heeft dit onderzoek nog een vrij globale opzet: je kunt je ook een situatie voorstellen waarbij tientallen tafels staan opgesteld waarop telkens één detail (drainagemat, hoogte van de opbouw, type vegetatie) verschillend is met een andere mat. Zo kun je zeer nauwkeurig onderzoek doen – en dit is onder meer in Duitsland al gebeurd – naar de effecten van een bepaalde opbouw. Dit onderzoek is veel beperkter in opzet; met zo’n groot onderzoeksproject zijn uiteraard ook veel meer kosten gemoeid. Maar we hopen natuurlijk dat dit project over drie jaar, wanneer de eerste cijfers bekend zijn, zal uitnodigen tot verder onderzoek.”

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand

 

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam