Roofs 2007-07-10 NII: “Voor alle spelers gelden dezelfde spelregels”

Momenteel wordt er een discussie gevoerd over meerlaagse isolerende folies. In onze vorige editie reageerde directeur Hans Rutte van Hapeja Trading, importeur van de isolerende folies van de Franse fabrikant Actis, op de aantijging dat de materialen de geclaimde isolatiewaarde niet halen. In dit artikel reageert de Nederlandse Isolatie Industrie (NII) op enkele in Roofs 6-2007 gepubliceerde beweringen.

De NII is de koepelvereniging van de verschillende brancheverenigingen in de isolatiebranche. Namens de Mineral Wool Association (MWA) is Agnes Schuurmans bij het gesprek aanwezig, namens de vereniging van fabrikanten van EPS-bouwproducten Stybenex spraken wij met Dolf van Moorsel, en namens het Centrum van Onderzoek en Studie van Minerale Isolatiematerialen in Nederland (Cosmin) sprak Marco de Kok.

Waarom zijn de producenten van de isolerende folies eigenlijk geen lid van de NII? “De NII is een koepelvereniging, waar alleen brancheorganisaties lid van kunnen worden, geen individuele bedrijven,” antwoordt Schuurmans. “De producenten van meerlaagse isolerende folies hebben zich onlangs in Europees verband verenigd in de EMM (European Multifoil Manufacturers), maar op nationaal niveau hebben zij nog geen vereniging en daarmee geen basis om lid te worden van de koepelvereniging. Het staat een eventuele toekomstige branchevereniging van de producenten van meerlaagse folies vrij een aanvraag in te dienen. Een aanvraag resulteert overigens niet automatisch in een lidmaatschap. Een nieuw lid moet vanzelfsprekend voldoen aan de statuten van de vereniging: vastgesteld moet worden dat de belangen van het nieuwe lid overeenkomen met de belangen die de vereniging behartigt: de gezamenlijke belangen dus van de verschillende isolatieproducenten. Een aanvraag van de producenten van meerlaagse folies zal niet op een andere manier in behandeling worden genomen dan die van ieder ander.”

Concurrentie
De NII reageert met name op opmerkingen over de hotbox methode die Rutte deed in het juninummer van Roofs. De Kok: “Het bevreemdt ons dat ons wordt verweten op een oneerlijke manier te concurreren, terwijl de hotbox methode nu juist is ontwikkeld om een eerlijke vergelijking tussen de verschillende isolatiematerialen te kunnen maken. De methode is gebaseerd op fysische wetten en je kunt dus moeilijk stellen, zoals in het artikel gebeurt, dat de methode is verouderd. Fysica blijft fysica. De Stelling van Pythagoras geldt ook nog steeds.”

De hotbox methode is vastgelegd in de EN ISO 8990:1996. Het gaat hier om een goed geïsoleerde doos waarbij aan een zijde van de te testen een hoge, en aan de andere kant een lage temperatuur wordt ingesteld. Het gemeten warmteverlies tussen de binnen- en de buitenkant van de doos levert de R-waarde op. Meerlaagse isolerende folies behalen in de tests met de hotbox methode een beduidend lagere R-waarde dan men in de commerciële uitingen communiceert. In het juninummer van Roofs legde Rutte uit dat dit komt omdat de hotbox methode geen rekening houdt met de specifieke werking van isolerende folies, namelijk: isoleren d.m.v. reflectie.

Van Moorsel: “Het is niet zo dat de methode geen rekening houdt met isolatie d.m.v. straling. Alle elementen van warmteverlies worden in de meting meegnomen: door geleiding, door straling en door convectie (voortplanting van warmte via lucht of vloeistof). De hotbox methode is alleen niet in staat de componenten te onderscheiden."

Op de opmerking dat de methode een laboratoriumopstelling is, en dus een theoretische meting is, en geen praktijkmeting, zegt Van Moorsel dat dit nu juist de bedoeling is: “Men kan alleen een vergelijk maken tussen verschillende isolatiematerialen als deze onder dezelfde, en dus geconditioneerde, omstandigheden worden getest. De hotbox methode is nu juist ontwikkeld om te voorkomen dat iedereen die in zijn kelder een eigen testmethode heeft ontwikkeld om op zijn eigen materialen toe te passen zomaar kan roepen dat zijn materiaal het beste is.”

Praktijkopstelling
Actis communiceert de isolatiewaarden van het materiaal op basis van de uitkomsten van praktijkonderzoeken. In diverse klimatologische omstandigheden heeft men diverse praktijkopstellingen opgebouwd, bestaande uit drie volwaardige gebouwen: één ongeïsoleerd, één geïsoleerd met minerale wol en één geïsoleerd met de reflecterende isolatiefolie. Vervolgens heeft men over een periode van 12 tot 14 weken het energieverbruik gemeten die nodig is om een constante binnentemperatuur te behouden. Deze tests zijn uitgevoerd door verschillende internationaal gerenommeerde onderzoeksinstituten. De uitkomsten van deze onderzoeken bevestigen voor Actis dat de isolatiefolie Tri Iso 9 een gelijkwaardige isolatiewaarde heeft als 200 mm minerale wol (namelijk: R=5). 

“Probleem aan deze onderzoeksresultaten is dat ze niet zijn gestandaardiseerd, niet zijn genormaliseerd en internationaal niet door de officiële instanties zijn erkend,” aldus Van Moorsel. De EMM heeft nu wel via EOTA een traject ingezet dat moet leiden tot erkenning van de praktijkopstellingen als testmethode als basis voor de CE-markering. De route via de CEN-werkgroep, die leidt Europese normalisatie, staat nog open. Wij willen de testresultaten erkennen zodra de officiële in­stanties dat hebben gedaan; zodra dus duidelijk is welke productnormen er voor het product gelden, welke testmethoden aan de waarden ten grondslag dienen te liggen en dat deze testmethoden zijn genormaliseerd.”

De NII wil de cijfers uit de rapporten van de verschillende onderzoeksinstituten niet betwisten, maar signaleert wel dat niet duidelijk is hoe deze tot stand zijn gekomen. Schuurmans: “Is de minerale wol bijvoorbeeld wel volgens de daartoe geldende verwerkingsvoorschriften aangebracht? Wat is de R-waarde van de gehele constructie? We weten het niet, en weten dus ook niet hoeveel waarde we aan de testresultaten moeten hechten. Ook de rol van de onderzoeksinstituten moet niet worden overdreven; de test is ontwikkeld en gecoördineerd door de fabrikant zelf, de onderzoeksinstituten zijn alleen voor de feitelijke uitvoering ingehuurd.”

Hotbox?
Kees Castenmiller van TNO bevestigt desgevraagd dat de hotbox methode ook voor materialen die isoleren op basis van reflectie een geschikte testmethode is en noemt de bewering dat dit niet zo is ‘onzin’. Verder noemt hij het ‘bedenkelijk’ dat Actis hogere isolatiewaarden communiceert dan men waar kan maken. Aan de test in de praktijkopstelling hecht Castenmiller weinig waarde. “Je moet goed voor ogen houden: wat meet ik? Je kunt niet zomaar concluderen dat de isolatiewaarde van een materiaal gelijkwaardig is aan een ander materiaal als je het energieverbruik in twee test­opstellingen meet, als het ene materiaal luchtdicht is en het andere niet. Je meet het effect (dat is de som) van warmtetransmissie en luchttransport, terwijl een warmteweerstand alleen betrekking heeft op warmtetransmissie.”

Spelregels
“Het komt er concluderend op neer dat er op de isolatiemarkt spelregels zijn die voor iedere isolatieproducent gelden,” aldus Dolf van Moorsel. “Het is ondenkbaar dat er een partij komt die zegt: ‘Die regels gelden niet voor mij’. Als dat inderdaad zo is, dan dient de officiële weg te worden bewandeld: er moet een eerlijke vergelijking tussen de verschillende materialen gemaakt kunnen worden. Dit is tot op heden niet gebeurd. Indien men isolatiemateriaal toepast dat niet is getest volgens de geldende normen, zou er een aansprakelijkheidsrisico kunnen ontstaan, zeker wanneer wordt afgeweken van het bestek. Andere producenten van reflecterende isolatiefolies erkennen wel de bestaande normen, regels en testmethoden en communiceren op basis hiervan hun isolatiewaarden. Dat is ook echt de enige manier waarmee op een eerlijke manier kan worden geconcurreerd.”

Reactie Actis
Gevraagd naar een afsluitende reactie meldt Hans Rutte dat inmiddels (per 20 juni) de branchevereniging RIFON (Reflecterende Isolerende Folies Nederland) is opgericht, waarmee direct het lidmaatschap van NII zal worden aangevraagd.

Over de hotbox stelt Rutte dat deze slechts in zeer beperkte mate rekening houdt met de effecten van straling. “Ook Actis erkent de bestaande regelgeving, maar wij vinden dat wel het hele verhaal moet worden verteld. Als in de hotbox methode op een juiste manier rekening zou worden gehouden met het reflecterende karakter van onze materialen, dan zou men een spouw laten tussen de hotbox en ons materiaal, om contact te vermijden en dus geleiding te voorkomen: alleen dan kan het materiaal warmte of kou reflecteren en kan een waarheidsgetrouwe meting worden gedaan. Inmiddels zijn de ontwikkelingen zo ver gevorderd, dat hotbox niet meer zaligmakend is,” aldus Rutte.

Als antwoord op het bezwaar dat de praktijkmetingen van Actis nog niet door een officiële instantie wordt erkend, wijst Rutte op een nog vertrouwelijk rapport, ter inzage gegeven aan Roofs, waaruit blijkt dat Deutsches Institut für Bautechnik, een onafhankelijk EOTA geaccrediteerd instituut, momenteel praktijkonderzoeken uitvoert in opdracht van EOTA. In dat onderzoek wordt met alle aspecten (vochthuishouding, windsnelheid, etc.) rekening gehouden. Rutte: “Het instituut ziet erop toe, in tegenstelling tot wat gesuggereerd wordt door NII, dat alle materialen volgens de daartoe geldende verwerkingsvoorschriften worden aangebracht. De bevindingen in dit rapport zullen als basis dienen voor de ontwikkeling van normen en beoordelingsrichtlijnen voor isolerende folies.” Roofs zal hier t.z.t. op terugkomen.

Verder wijst Rutte erop dat de testen in de praktijkopstellingen plaatsvinden volgens ISO 9001:2000 en dat de rapporten waarin de testmethoden en -omstandigheden worden beschreven openbaar zijn.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam