Roofs 2007-03-18 Een rechtszaak om een vergaan rieten dak

Een verrot rieten dak is het onderwerp van een rechtszaak die al sinds juni 2003 speelt. Het dak werd in de jaren ´90 volledig gerenoveerd, maar was na negen jaar volledig vergaan. De woningbezitter spande een rechtszaak aan tegen de rietdekker. Wie is er verantwoordelijk? Een overzicht van deze casus.

 

Rietdekker X staat alom bekend om de kwaliteit van zijn werk. Hij renoveerde het dak van een woonhuis. Na vijf jaar werd hij weer ingeschakeld om het dak schoon te maken van mos en algengroei. Toen had hij al nattigheid kunnen voelen, want er moest 2 cm riet van het dak afgehaald worden. Het schoonmaken hielp niet: vier jaar later was het dak weer begroeid. De woningeigenaar heeft toen een andere rietdekker gevraagd om het dak te onderhouden. Die constateerde: “Het dak is geheel verrot. Hier kan ik niks meer mee.” De oorzaak? De rietdekker had geen idee. Er leek oorspronkelijk goed riet te zijn verwerkt. Zijn advies was: “Neemt u contact op met de Vakfederatie Rietdekkers. Wellicht weten zij meer.”

 

Inspectie
De woningeigenaar schakelde de Vakfederatie Rietdekkers in voor een nadere inspectie. Henk Horlings bekeek namens de Vakfederatie het dak en schreef een rapport. “Nooit eerder had ik zo’n extreem vochtprobleem gezien. Vochtproblemen komen wel vaker voor bij fijn riet: dat zuigt veel water op en geeft het vanwege de capillaire werking maar traag weer af. Op basis van de kennis die we toen hadden, leek de capillaire werking van het riet de oorzaak te zijn. Het was een huis met een traditioneel gebonden rieten dak en bij de renovatie werd niets veranderd. Het oude riet ging eraf, het nieuwe ging erop. Toen de woningbezitter later problemen kreeg, was het logisch om te denken dat de oorzaak dus in het riet gelegen moest zijn.”

De hoofdvraag voor de gebouweigenaar was nu: wie moet de schade betalen? Daarom spande hij een rechtszaak aan tegen de rietdekker. Er bestond geen jurisprudentie op dit gebied. Meestal is de oorzaak van een gebrek duidelijk (bijvoorbeeld een uitvoeringsfout), en worden schades aan rieten daken door rietdekker en opdrachtgevende partij in der minne geschikt. Horlings: “ Als Vakfederatie zijn we niet betrokken bij deze rechtszaak, maar aangezien het de eerste keer is dat een dergelijk schadegeval voor de rechter komt, volgen we de ontwikkelingen op de voet.”

In juni 2003 werd de rietdekker voor het eerst gedagvaard, en 8 september 2004 kwam de rechtbank met het eindvonnis. De rietdekker werd veroordeeld tot vergoeden van de schade, dat wil zeggen:  het betalen van een nieuw rieten dak, onder aftrek van het reeds genoten gebruiksgenot. De verwachte levensduur van een rieten dak is 30 jaar; het dak ging maar 9 jaar mee: tweederde van de schade kwam dus op kosten van de rietdekker.

 

Consumentenrecht
Hoe is deze uitspraak tot stand gekomen? De zaak werd beoordeeld volgens het consumentenrecht. Daarin draait het kort gezegd om de situatie waarin een klant een product gekocht heeft dat niet voldoet (bijvoorbeeld een wasmachine die binnen de garantieperiode gebreken vertoont). De bewijslast ligt in dat geval bij de leverancier. De rietdekker beschikte over een advocaat die niet thuis was in de wereld van de rieten daken. Daardoor kon hij onvoldoende aantonen dat het gebruikte riet van goede kwaliteit was. Daarom ging de rechter ervan uit dat de gebouweigenaar in zijn recht stond.

Deze uitspraak zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor elk toekomstig rieten dak dat schade vertoont. Bij een rieten dak is namelijk na tien jaar de kwaliteit van het oorspronkelijke riet nooit meer aan te tonen. Ook het gebruik van eventuele verkeerde schoonmaakmiddelen of andere ingrepen door de gebouweigenaar of door onderhoudspartijen is niet aan te tonen. Bovendien zijn rietdekkers vaak eenmansbedrijven. Ze draaien dus persoonlijk op voor de schade. Deze rietdekker tekende op 3 december 2004 hoger beroep aan, om de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Horlings: “Hij kon niet anders. Indien aansprakelijkheid voor het riet namelijk onder het Consumentenrecht zou blijven vallen, zoals de rechter hier in eerste aanleg had bepaald, zou elk tegenvallend rieten dak in de toekomst door de rietdekker vergoed moeten worden. Ongeacht de oorzaak van de tegenvallende levensduur. Daar kan geen rietdekbedrijf de verantwoordelijkheid voor nemen.”

 

Hoger beroep
Het hoger beroep werd gevoerd door een nieuwe advocaat, die gespecialiseerd is in bouwrecht. Hij beargumenteerde dat deze zaak niet onder het Consumentenrecht, maar onder het Bouwrecht moest vallen. Bij een rieten dak is het riet namelijk geen product dat men koopt, maar is het een bouwstof: de levering van het riet staat in dienst van de aanneming van werk. Het aangebrachte riet is maar een onderdeel van de totale bouwkundige constructie. Dit valt onder het Bouwrecht. Daarin geldt dat het een geschil van bouwkundige aard betreft. De oorzaak van het gebrek moet nader onderzocht worden. De vraag moet beantwoord worden: Wie heeft waar wat fout gedaan. Op basis daarvan moet worden aangetoond wie schuld heeft.

Tegelijkertijd waren er ook belangwekkende ontwikkelingen in het onderzoek naar een tiental huizen waarbij de levensduur van het rieten dak – net als het dak dat in de rechtszaak centraal stond – enorm tegenviel. Was er iets mis met de kwaliteit van het riet van deze daken? Daar waren geen aanwijzingen voor te vinden: andere huizen die met dezelfde partij riet waren gedekt, mankeerden niets. De oorzaak moest dus elders gezocht worden. De Vakfederatie Rietdekkers heeft diverse schadegevallen onderzocht en kwam in maart 2004 met een opzienbarende conclusie: de schadegevallen hadden te maken met de isolatie die in de huizen was aangebracht (zie hierover ook Roofs 2-2007 ‘Vier honden, de MKZ-crisis en een vergaan rieten dak’ p. 12-15). Dubbele beglazing in goed sluitende kozijnen en verder ook een potdicht huis zorgden ervoor dat het vocht dat binnenshuis aanwezig was, maar één uitweg had: het dak. Het dak kan echter die grote hoeveelheid vocht niet aan.

Ook in de casus van het verrotte rieten dak bleek isolatie een rol te spelen. Toen de rietdekker het dak van de huiseigenaar herdekte, zag hij dat het hele dak door een aannemer was geïsoleerd met steenwol en gipsplaat. Dit is gebeurd na de dakrenovatie van rietdekker X, en de rietdekker had dan ook geen weet van deze na-isolatie. Het dak werd door de isolatie kouder. Het dak kreeg, door het ontbreken van een dampdichte laag aan de binnenzijde, wel evenveel vocht te verwerken als voorheen. Het dauwpunt verplaatste zich door de aanvullende isolatie naar binnen en kwam veel dieper in het riet te liggen. Dit kon het dak niet aan.

Is dus de betreffende aannemer schuldig? Waarschijnlijk niet. De aannemer had – op grond van de toenmalige stand der techniek – niet kunnen weten dat hij een dampremmende laag had moeten aanbrengen tussen isolatie en dak. Dit werd pas na maart 2004 algemeen bekend. Sindsdien is het een vereiste om een rieten dak te voorzien van een dampremmende laag wanneer er onder het riet aanvullend geïsoleerd wordt.

Deze onderzoeksresultaten werden in een rapport door de advocaat van de rietdekker ingebracht in de rechtszaak. Het rapport stelde dat de schade aan het dak is veroorzaakt door de latere aanvullende isolatie zonder dampremmende laag. De advocaat van de woningbezitter bestreed deze conclusie. Op 13 juli 2006 sprak de Rechtbank een tussenvonnis uit. Hierin bepaalde de rechter dat deze zaak inderdaad onder het Bouwrecht valt, en geen Consumentenrecht betreft. De rietdekker werd op dit punt in het gelijk gesteld. Ook eiste de rechter dat er nader onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van de schade en het effect van isolatie zonder dampremmende laag. Hiertoe werd door de rechtbank een onafhankelijke deskundige aangezocht, die objectief advies moet uitbrengen over de oorzaak van de schade.

 

Mogelijke uitkomst
De rechtszaak is nog niet voorbij. Naar verwachting zal de rechter in de eerste helft van 2007 uitspraak doen. Henk Horlings beredeneert de mogelijke uitkomst: “Op technische gronden mag aangenomen worden dat de rietdekker het hoger beroep zal winnen. Op basis van het onderzoek weten we nu dat de isolatie zonder damp­remmende laag de oorzaak is van de schade. Als de rechter de steenwolisolatie accepteert als oorzaak van de schade, kan de rietdekker dus niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade. Ik verwacht dan ook dat hij zal worden vrijgesproken.”

Betekent dit dan dat de huiseigenaar zelf voor de kosten van de vervanging van zijn dak opdraait? Horlings: “Dat is een lastige vraag en we kunnen daarover alleen speculeren. Er zijn verschillende mogelijkheden. De huiseigenaar zou een rechtszaak tegen de aannemer kunnen aanspannen. Stel dat hij dat doet, dan kan de aannemer zich verweren met het argument: ‘Ik had dit niet kunnen weten.’ Deze kennis is pas sinds 2004 bekend, en het huis is jaren eerder geïsoleerd volgens de toenmalige stand der techniek. Was er in 1999 een hygrothermische controleberekening uitgevoerd, bijvoorbeeld met het computerprogramma Therma, dan was het probleem van vochtophoping in het riet niet aan het licht getreden. Dit zou dus tot vrijspraak van de aannemer kunnen leiden. Of misschien besluit de rechter om de huiseigenaar en de aannemer allebei tot 50% van de kosten te veroordelen. Er is nog niets met zekerheid te zeggen. Momenteel wachten we het eindoordeel van de rechter in deze zaak tussen de rietdekker en zijn klant af. Vanwege het belang van deze zaak zullen we de ontwikkeling in deze casus blijven volgen.”

De zaak is nog in behandeling bij het Hof. Zodra het vonnis van deze rechtszaak bekend is, zal de uitkomst daarvan in Roofs worden besproken.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam