Roofs 2006-09-24 Doorvalgevaar: het gevaar van vallen door lichtstraten of sparingen

Bij valgevaar wordt vaak gedacht aan het vallen over de rand, maar doorvalgevaar is minstens zo verraderlijk. Lichtkoepels of andere sparingen in het dak kunnen tijdens de werkzaamheden levensgevaarlijke situaties opleveren. Peter van Houtum licht het probleem nader toe en draagt oplossingen aan.

Peter van Houtum,

Gebr. Janssen BV te Beugen

In de reeks “Valbeveiliging in de praktijk” wordt aan de hand van een inventarisatie dieper ingegaan op probleemsituaties. De probleemsituatie wordt geschetst waarbij met behulp van wet- en regelgeving een praktische oplossing wordt gegeven. De regelgeving kent immers veel grijze gebieden. Gezocht wordt telkens naar een praktisch uitvoerbare oplossing. In dit deel wordt doorvalgevaar aan de orde gesteld.

Op vele daken zijn daklichten in de vorm van lichtkoepels en lichtstraten aangebracht waarbij kunststof of glas is toegepast. Het probleem is dat niet al deze daklichten bestand zijn tegen het gewicht van een persoon, waardoor doorvallen een reëel gevaar is. Deze daklichten voldoen niet aan de normen van constructieve veiligheid volgens NEN 3569 – Veiligheidsbeglazing in gebouwen en NEN 6702 – Technische grondslagen voor bouwconstructies, belastingen en vervormingen.

De oorzaak van het niet voldoen aan de constructieve veiligheidsnormen kan zijn dat het kunststof of glas niet stevig genoeg is of haar stevigheid heeft verloren door de invloed van het weer en de zon. Ook kan het zijn dat de constructie c.q. het kozijn of koepel niet voldoende stevig is. Probleem is dat dit aan de buitenzijde niet te zien is, maar uitsluitend aantoonbaar is middels nader technisch onderzoek en/of certificaten aan de hand van de bestaande normen.

Om het lopen en werken in de nabijheid van daklichten veilig uit te voeren, dienen de daklichten doorvalbeveiligd te zijn (zie de oplossingen). Bij grote projecten zal gekozen worden voor valnetten, maar bij incidentele werkzaamheden zullen deze vanwege de tijd die benodigd is voor het aanbrengen, ofwel de technische onmogelijkheid ervan, nooit aangebracht worden. Er zal derhalve gekozen moeten worden voor een passende structurele oplossing. Is het daklicht niet doorvalbeveiligd, dan dient het valgevaar aangegeven te zijn middels markeringen en moet men vanwege het valgevaar aangelijnd zijn. Een daklicht waar een persoon doorheen kan vallen kan niet opgenomen zijn in de veilige dakzone; in een veilige zone is immers geen gevaar voor vallen!

Oplossingen voor doorvalgevaar zijn:

het ongecertificeerde daklicht vervangen voor een doorvalbeveiligd daklicht welke aantoonbaar voldoet aan de constructieve norm;

het afschermen van het daklicht middels een hekwerk of leuningen (minimaal 1,0 m boven het werkvlak);

het aanbrengen van een mandragende constructie (bijvoorbeeld een stalen frame) aan de onderzijde van het daklicht. Deze oplossing heeft niet de voorkeur omdat een persoon die valt zich kan verwonden aan de breukranden van het daklicht.

De voorschriften voor aangelijnd werken zijn beschreven in de Roofs uitgave nr. 5 van 2006. Deze gelden ook voor het aangelijnd werken in de nabijheid van daklichten.

Bronvermelding:

NEN 3569 – Veiligheidsbeglazing in gebouwen

NEN 6702 – Technische grondslagen voor bouwconstructies, belastingen en vervormingen

Roofs nr. 5 – 2006, blz. 14 en 15: ‘Aangelijnd werken’

 

Heeft u een vraag of probleem en zoekt u naar een oplossing?

Mail uw vraag begeleid met situatieschets en/of foto naar de redactie van Roofs.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam