Roofs 2006-06-12 ‘Alle pret moet daken hebben’

Onderhoud was het thema van de bijeenkomst waarmee de Nederlandse Dakdekkers Associatie (NDA) op 25 april jl. in het FiGi Theater in Zeist zijn 25-jarig jubileum vierde. Onderhoud verrichten betekent voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen. Daarom wierpen de diverse sprekers in hun lezingen een blik in de toekomst en waagden zij zich aan voorspellingen.

Suzanne de Werd

‘Onderhoud vormt een grotere markt dan nieuwbouw,’ zo leidde Dirk Lahuis, directeur van NDA, de lezingenmiddag in. ‘Het aandeel van nieuwbouw en renovatie is ca. 17 miljoen m2 groot. De onderhoudsmarkt wordt daarentegen ingeschat tussen de 600 en 900 miljoen m2 dakoppervlak.’ Dat was de reden om tijdens dit congres, dat onder leiding stond van publicist en voormalig Cobouw-hoofdredacteur Willem Egels, het onderwerp “onderhoud” centraal te stellen. Daarvoor waren vier sprekers uitgenodigd die geen van allen uit de dakenbranche afkomstig waren: een trendwatcher, een bouwinnovator/hoogleraar, een asset managment specialist en een autoracefanaat.

Trends

Doordat deze sprekers als relatieve buitenstaanders het vakgebied benaderden, konden zij met een frisse blik hun mening geven over de huidige situaties en over toekomstige ontwikkelingen in de branche. Dat gebeurde allereerst in de lezing van trendwatcher Adjiedj Bakas, auteur van onder meer de bestseller Megatrends Nederland. In zijn lezing vertaalde hij de inzichten uit dit boek naar “het dak van 2020”.

Bakas voorspelt voor deze eeuw een Europese bevolkingskrimp van 20-40% en een Nederlandse bevolkingskrimp van 16 naar 12 miljoen, vanwege het afnemende geboortecijfer. Daardoor moet er ook anders gebouwd gaan worden: Europeanen gaan bijvoorbeeld ruimer wonen, nemen een tweede huisje in Spanje of Frankrijk erbij. Er komen minder nieuwe daken, maar er is meer onderhoud nodig aan bestaande daken. Ook ontstaan er nieuwe leefgroepen, zoals stadstaten: denk bijvoorbeeld aan een groep bejaarden die in onderling overleg zelf een woongroep laat ontwerpen en bouwen, zoals onlangs gebeurd is in het project St. Hubertusberg. De opdrachtgever van de toekomst is in dat geval geen projectontwikkelaar, maar een groep bejaarden. Daar moet je als aannemer rekening mee houden en op in kunnen spelen. De toenemende vergrijzing heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt: er komen minder jongeren, personeel wordt duurder. Inzet van nieuwe technologie, onderhoudsarme daken of nieuwe groepen werknemers (vrouwen, allochtonen, senioren) kunnen hier een oplossing voor vormen.

Azië

Een andere belangrijke algemene tendens is een verschuiving van de macht naar Azië, vertelt Bakas. Ook in de bouw is dat al merkbaar: Het meeste beton wordt gestort in China, de duurste kantoren staan in Shanghai en 120 Europese architecten werken en bouwen in Azië. Ook de dakenbranche zal moeten inspelen op deze tendensen en internationaal moeten gaan denken. Chinees toerisme naar Europa zal een belangrijke bron van inkomsten worden. Bakas voorspelt een droeve toekomst voor Delfts blauw: ‘De Chinezen willen geen producten die jullie van hen gejat hebben ten tijde van de Zijderoute en die jullie nu voor veel geld aan hen proberen terug te verkopen.’ Maar hij ziet gouden tijden voor de horeca: ‘Alles wat met pret te maken heeft, heeft de toekomst.’ En daar kan de dakdekker op inspelen, want: ‘Alle pret moet daken hebben.’ In Duitsland worden de komende jaren tientallen nieuwe parken en romantische kastelen gebouwd om toeristen te lokken. Bij deze kastelen en parken hoort een uitgebreide infrastructuur en parkeergarages, en daarmee werkgelegenheid voor de dakdekker.

Ook het broeikaseffect heeft gevolgen: woonboulevards in Nederland hebben vaak glazen overkappingen, en zijn daardoor te warm op warme dagen! Gevolg: iedereen blijft thuis. In China zijn de winkelcentra koel, waardoor ze juist op warme dagen veel bezoekers trekken. Anders bouwen, is dus het devies. Bakas spreekt van de “verspaansing” van het dak: vroeger moest de kou buiten gehouden worden, nu juist de hitte. Een combinatie met zonne-energiefunctie is wenselijk. Er zouden dus nieuwe, nu nog ongebruikelijke joint-ventures geschapen moeten worden, zoals vijf jaar geleden de innovatieve combinatie tussen Philips en Douwe Egberts in de productie van het Senseo-koffiezetapparaat: de dakdekker zou bijvoorbeeld een coalitie kunnen vormen met een energieleverancier, m.b.t. de plaatsing van zonnecellen op het dak.

Rekenmethode

Na Bakas’ breed uiteengezette toekomstvisie, ging Jack Seuren, directeur van SG-partners en gespecialiseerd in asset managment, in op concrete cijfers en rekenmethodes. Met de rekenmethode Life Cycle Costing (LCC) liet hij zien hoe je de kosten en baten van onderhoud kunt berekenen en daarmee ook het ideale tijdstip voor vervanging van producten kunt bepalen. ‘Negen van de tien kosten-baten berekeningen zijn fout,’ zo stelde Seuren. ‘En vijf van de tien leiden tot een verkeerde beslissing. Rekenen m.b.v. LCC kan leiden tot een aanzienlijke kostenbesparing.’ Seuren liet zien hoe de levenscyclus van dakbedekking in de praktijk werkt: in het begin moet de gebouwbeheerder flink investeren (nieuw dak of renovatie); in de 10 à 15 jaar daarna zijn de onderhoudskosten relatief laag. In de laatste periode van het dak, nemen de onderhoudskosten weer toe, door veroudering. Met behulp van rekenmethodes kon hij bepalen wanneer reparatie nog zin heeft, en wanneer vervanging geboden is.

Seuren kon daarmee eveneens een vergelijking maken tussen meer traditionele dakbouw en een “slimme”, energiezuinige dakbouw. Bij die laatste is er weliswaar een hogere startinvestering, maar door de langere levensduur, een all-in onderhoudscontract en lagere gaskosten pakt deze dakbouw uiteindelijk toch voordeliger uit voor de gebouwbeheerder. Met behulp van de LCC-software kan de dakdekker de kosteneffecten van alternatieven doorrekenen en aan de klant zichtbaar maken welke besparingen het investeren in een “slim” dak hem uiteindelijk kan opleveren.

Economische schade

“Slim” was ook het kernwoord in de lezing van Jos Lichtenberg. De hoogleraar Bouwproductontwikkeling aan de TU Eindhoven sprak in zijn lezing “Slim bouwen” over nieuwe manieren om het bouwproces te organiseren. Lichtenberg wijst erop dat er in 2000 jaar bouwgeschiedenis niet veel veranderd is. Technieken die we vandaag de dag gebruiken, vinden we ook al bij de Romeinen terug. In zijn lezing laat hij zien hoe toeleveranciers beter op elkaar in kunnen spelen.

Vooral het toenemend aantal elektrische producten vraagt om bouwtechnische oplossingen. In plaats van de wirwar aan draden onder het bureau, zou er in de vloeren van het gebouw zelf ruimte moeten worden geschapen om leidingen en kabels aan te leggen (leidingfacilitairende vloeren). Dit vereist een aantal aanpassingen van het traditionele bouwproces. Niet eerst casco, gevel en dak, en daarna installatie en inbouw, maar al in de planfase moet rekening worden gehouden met de latere functionaliteit van het gebouw.

Verandering van het bouwproces kan leiden tot een verhoogde efficiëntie. Momenteel richt de bouw veel maatschappelijke schade aan: 25% van het wegtransport, 35% van de nationale afvalberg, 40% van de energieconsumptie en CO2-emissie wordt door de bouw veroorzaakt, terwijl de bouw ‘slechts’ 5,1% bijdraagt in het BNP. Flexibel bouwen zou kunnen zorgen voor een daling van de faalkosten en vermindering van het bouw- en sloopafval. Op de Bouwbeurs 2007 zal Slimbouwen op een grote stand de nieuwste stand der techniek tonen.

Metafoor

De uitsmijter van deze middag was de lezing van Ron Braspenning, autorace liefhebber en eigenaar van een bedrijf dat gespecialiseerd is in de bouw, tuning, preparatie en het onderhoud van BMW’s voor de autosport en de openbare weg. Jan Oeij (NDA) interviewde hem over de noodzaak van een optimale voorbereiding, precisie en snelheid om te komen tot topprestaties in de autoracerij kon dienen als metafoor voor onderhoud aan vastgoed. ‘Regeren is vooruitzien, zowel in de racerij als in het dakonderhoud.’ Die boodschap en een feestelijke borrel vormden de afsluiting van de inspirerende bijeenkomst waarin diverse perspectieven werden geschetst voor het dakonderhoud van de toekomst.

 Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam