Roofs 2006-04-16 Spoken op het dak?

Is het veilig om op het dak in de nabijheid van GSM- of UMTS-zenders te werken of niet? Dakdekkers, gebouweigenaars  en bewoners zijn in het algemeen geen deskundigen op dit gebied. Daarom laat Roofs in een serie artikelen deskundigen aan het woord die de belangrijkste controverses op dit gebied toelichten. In dit nummer is dat dr.ir. Michiel Haas, directeur van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) en auteur van het boek Elektrostress en gezondheid.

dr.ir. Michiel Haas

Wat is ‘elektromagnetische straling’, en wat is het effect daarvan op een organisme? Elektromagnetische straling is niet hetzelfde als radioactieve straling. Daarvan zijn de schadelijke effecten bekend. Radioactieve straling is een zogenoemde ‘ioniserende straling’, wat betekent dat het de structuur van de atomen die er mee in aanraking komen verandert. Elektromagnetische straling, die o.a. wordt uitgezonden door zendmasten voor GSM en UMTS, produceert hoogfrequente elektromagnetische velden (EM-velden). Deze vallen in de categorie ‘niet-ioniserende straling’. Omdat straling van EM-velden niet-ioniserend is, wordt theoretisch geconcludeerd dat dit soort straling geen biologische effecten kan hebben. Er kunnen alleen thermische effecten (opwarming) optreden, en die zijn gering en verwaarloosbaar. Dat is de reden waarom telefoonmaatschappijen, gesteund door diverse wetenschappers, menen dat GSM- en UMTS-zenders volstrekt onschadelijk zijn.

Deze opvatting is echter controversieel. Recente onderzoeken geven immers een ander beeld. Hoogfrequente straling blijkt in staat om subtiele processen te ontregelen in levende organismen en het blijkt zelfs DNA-beschadigingen bij mensen te kunnen veroorzaken, net als radioactieve straling. Tal van andere biologische effecten worden gerapporteerd, zoals verstoringen in de hersenen, in het immuunsysteem en motoriek- en geheugenstoring bij kinderen. Deze biologische effecten vat men samen onder de noemer ‘elektrostress’. Zijn dit spoken op het dak, of is hier echt wat aan de hand?

Onderzoek

Er wordt op diverse manieren onderzoek gedaan naar elektostress: in vitro (in de reageerbuis), in vivo (onderzoek op levende organismen, bijvoorbeeld dierproeven of proeven met mensen) en epidemiologisch onderzoek (onderzoek naar de situatie die zich voordoet in de werkelijkheid). Op elke soort onderzoek zijn aanmerkingen te maken. Met de eerste twee onderzoeksmethodes kan bepaald worden dat er biologische effecten optreden, maar er kan veelal geen conclusie getrokken worden over de schadelijkheid daarvan voor mensen. We zien dat kippenembryo’s en rattenhersenen ernstig worden beschadigd door ze bloot te stellen aan GSM-straling, maar weten daarmee nog niet of dat voor mensenembryo’s ook geldt. Dat maakt het zo moeilijk om schadelijke gezondheidseffecten te bewijzen. Bovendien reageert niet iedereen op dezelfde manier. Als er een griepepidemie heerst, krijgt toch maar een beperkt aantal mensen de griep, terwijl velen besmet worden met het virus. Zo gaat het ook met elektromagnetische velden. De een is gevoeliger dan de ander. Daarom zijn ook de uitkomsten van epidemiologisch onderzoek niet eenduidig. Verder is longitudinaal onderzoek van belang, dat is onderzoek dat zich uitstrekt over een groot aantal jaren.

Uit epidemiologische onderzoeken in Polen, Israël, Duitsland (2004), Spanje (2003), Oostenrijk (2002) en Frankrijk (2001) blijkt in ieder geval dat er biologische effecten optreden: mensen die in de nabijheid (<400 meter) van een zendmast wonen, zijn significant vaker ziek dan anderen. Het aantal kankergevallen in deze groep is drie tot vier keer hoger dan in de controlegroep, en ook worden er vaker bloeddrukproblemen, slaapproblemen, hart- en vaatklachten en depressie geconstateerd.

Voorzorgsbeginsel

De bevindingen van dit kleine aantal onderzoeken kunnen slechts tot één conclusie leiden: het is onverantwoord om zendmasten voor mobiele communicatie in de buurt van woonhuizen te plaatsen. Tot het tegendeel bewezen is, moet het voorzorgsbeginsel worden toegepast, zoals afgesproken bij het verdrag van Maastricht in 1992 en de conferenties van Rio in 1992 en 2000. Dit voorzorgsbeginsel luidt als volgt: “Bij een concrete verdenking van schadelijkheid voor de gezondheid van nieuwe technieken dient direct gereageerd te worden en niet afgewacht te worden tot de, vaak moeilijk te bewijzen, oorzaken naadloos vastgesteld zijn (…). Wetenschappelijke onzekerheid mag niet gebruikt worden om kostenveroorzakende maatregelen, die schade aan het milieu vermijden, uit te stellen” (Rio de Janeiro, 1992 en 2000). Houdt Nederland zich aan dit voorzorgsprincipe? Nee, dat doen we niet. Kijk maar naar de verschillende blootstellingslimieten voor EM-straling die in diverse landen zijn ingesteld.

Blootstellingslimiet

Gezondheidsraad Nederland: 20.000.000 µW/m2

ICNIRP (internationale standaard): 10.000.000 µW/m2

EU parlement aanbeveling: 1.000 µW/m2

Nieuw Zeeland (tot 2010): 200 µW/m2

Nieuw Zeeland (na 2010): 100 µW/m2

Salzburg (Oostenrijk) buitenshuis: 10 µW/m2

Salzburg binnenshuis: 0,1 µW/m2

De Duitse richtlijn SBM 2003 (Standaard voor Bouwbiologische Meettechniek) houdt 0,1 µW/m2 aan als aanbevolen maximale waarde voor hoogfrequente EM-golven. Er is dus een factor 100.000.000 verschil tussen de uitgangspunten van ICNIRP en SMB 2003 (10.000.000 en 0,1 µW/m2).

Uit bovenstaande opsomming blijkt dat Oostenrijk en Nieuw Zeeland een veel voorzichtiger houding innemen dan de Nederlandse overheid. Het Oostenrijkse Bundesministerium für Gesundheit und Frauen bracht eind januari een folder uit waarin zij adviezen geeft voor veilig gebruik van de mobiele telefoon: gebruik zoveel mogelijk de headset, houd de telefoon niet aan uw oor wanneer deze verbinding aan het maken is, houd gesprekken kort of stuur een sms, en leg de telefoon niet naast uw hoofdkussen wanneer u gaat slapen. Men wordt erop gewezen dat deze voorzorgsmaatregelen in het bijzonder aanbevolen worden voor kinderen.

Een mobiele telefoon in gebruik straalt meer dan 10.000.000 µW/m2 uit, terwijl optimale werking van een mobiel al mogelijk is bij 0,001 µW/m2. Enkele voorbeelden van andere stralingsniveaus zijn:

Stralingsniveaus

Mobiele telefoon in gebruik > 10.000.000 µW/m2

Zendmast telefoon 15-20 m afstand > 100.000 µW/m2

DECT basisstation 5 m afstand: 300 – 1.600 µW/m2

WLAN draadloze internetverbinding 5m: 150 – 300 µW/m2

Optimale werking mobiel mogelijk: 0,001 µW/m2

Uit deze opsomming blijkt al dat niet alleen zendmasten op daken (zenders van radio, televisie, GSM en UMTS, weer- en spionagesatellieten, politiezenders) maar ook apparaten in huis (wireless LAN, DECT-telefoons, alarminstallaties, infrarood gestuurde garagedeur en autoportieren, babyfoon, laptop, etc.) straling uitzenden die mogelijk elektrostress-verschijnselen kan veroorzaken.

Conclusie

Uit de eerder genoemde gezondheidsonderzoeken in de buurt van stralingsmasten blijkt dat EM-velden niet gevaarloos zijn. De conclusie van de Gezondheidsraad dat er geen bewijzen zijn dat er risico voor de volksgezondheid is, is dus onjuist. Het zou onze regering sieren als zij het voorzorgsprincipe in acht zou nemen en strengere richtlijnen zou hanteren voor de blootstellingsnormen voor straling.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam