Roofs 2006-04-12 Daktuin vergt inbreng kennis vanaf de ontwerpfase

De Koninklijke Ginkel Groep behaalde begin februari als één van de eerste groenbedrijven in Nederland het kwaliteitscertificaat BRL Dak- en Gevelbegroening volgens Groenkeur. Naar aanleiding hiervan interviewde Roofs directeur Wim van Ginkel en Leo van Dalen, adviseur daktuinen, over de toekomst van groendaken en de noodzaak van een kwaliteitscertificaat.

S.V. de Werd

Meervoudig grondgebruik is het woord dat steeds vaker gebruikt wordt om toekomstige bouwprojecten te omschrijven. Groendaken spelen daarin een steeds belangrijkere rol, en de mogelijkheden worden steeds beter uitgebuit. Functies worden gecombineerd: parkeergarages ondergronds, met daarboven een plantsoen en promenade, overkluizingen van snelwegen of een groen stadspark bovenop een winkelcentrum, etc. Specialistische kennis omtrent de aanleg van groendaken is daarbij onontbeerlijk. De Ginkel Groep houdt zich sinds 10 jaar bezig met de aanleg van daktuinen, en werkt daarbij hoofdzakelijk met het Duitse Optigroen-systeem. Het bedrijf hoort bij de eerste partijen die in het bezit zijn van het nieuwe certificaat op basis van de BRL Dak- en Gevelbegroening.

FLL en BRL

Binnen het landelijk werkende groenbedrijf werkt Leo van Dalen als adviseur daktuinen. Hij fungeert hiermee  als centraal aanspreekpunt. In de vijf jaar dat hij deze functie nu bekleedt, heeft hij de houding ten opzichte van groendaken zien veranderen: ‘Vroeger was men huiverig voor het plaatsen van groendaken, uit angst voor lekkages of niet goed functionerende systemen. Nu we kunnen aantonen dat er goede systemen bestaan, is deze angst voor een groot deel weggenomen. Ook met dakdekkers, die vroeger liever niet wilden dat er een vreemde op hun dak kwam, is inmiddels een goede verstandhouding en samenwerking ontstaan. Het is natuurlijk van groot belang dat een groenbedrijf aan de opdrachtgever de garantie kan geven dat een systeem aan alle eisen voldoet. Wanneer er een lekkage optreedt, staat hij namelijk het eerste bij ons op de stoep. Daarom heeft de Ginkel Groep al aan het begin van haar werkzaamheden op daktuingebied ervoor gekozen om te werken met het systeem Optigroen. Dat systeem voldoet aan de Duitse FLL-richtlijn voor de aanleg van groendaken.’

‘In samenwerking met het Duitse FLL (ForschungsgesellschaftLandschaftsentwicklung Landschaftsbau) is door een aantal betrokken partijen zoals Vebidak en de Vereniging van Dak- en Gevelbegroeiingsspecialisten (DGS) de Duitse FLL-richtlijn de afgelopen jaren vertaald en aangepast aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Deze richtlijn is in Nederland uitgebracht onder de naam FLL Dakbegroeningsrichtlijn 2005. In deze richtlijn staat de laatste stand der techniek beschreven, als ook de minimale eisen waaraan opbouw en materialen van een daktuin moeten voldoen.’

Wim van Ginkel vult aan: ‘In Nederland hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers in de groenvoorziening het initiatief genomen tot oprichting van de stichting Groenkeur. Deze geeft certificaten af op vier gebieden: de BRL Tuinaanleg/tuinonderhoud, de BRL Groenvoorziening, de BRL Boomverzorging en de BRL Dak- en Gevelbegroening. Ons bedrijf was al in het bezit van de eerste drie certificaten, en is in februari ook in de vierde categorie gecertificeerd. De BRL Dak- en Gevelbegroening is gekoppeld aan de eisen in de FLL en is een procescertificaat dat beschrijft hoe je tot een goed groendak kunt komen. Het certificaat is drie jaar geldig, en deelnemende bedrijven worden jaarlijks gekeurd om te zien of ze nog voldoen aan de normen. Met het certificaat is voor opdrachtgevers onmiddellijk inzichtelijk te maken dat men van doen heeft met een betrouwbare partij.’

Zit daar geen prijskaartje aan? ‘In eerste instantie gaan we voor kwaliteit. Maar omdat Optigroen één van de grootste spelers is in Europa, kunnen we concurrerende tarieven bieden. Voor een opdrachtgever is het vooral van belang om problemen te vermijden. Dit kan hij doen door in zee te gaan met een gerenommeerde partij, die werkt volgens vastgestelde kwaliteitseisen.’

Ontwerpfase

Van Ginkel: ‘De realisatie van een daktuin is een proces waar al in het voorlopig ontwerp voldoende aandacht aan moet worden besteed. Zo voorkomt men later in het bouwproces storende fouten die de realisatie van een daktuin belemmeren of zelfs verhinderen. Gelukkig worden specialistische groenbedrijven tegenwoordig steeds vaker ook in de ontwerpfase van een gebouw betrokken om advies uit te brengen over de aanleg van een groendak.’

‘Bij de huidige bouwtrend om in lagen te bouwen, zie je steeds vaker dat bijvoorbeeld een ondergrondse parkeergarage begroeiing op zijn dak krijgt. Die begroeiing kan geen gebruik maken van gewoon grondwater, en er moet rekening gehouden worden met hemelwaterafvoeren, leidingen, bekabeling, afschot en andere factoren. Daarom is advies van een daktuinspecialist over de opbouwhoogte  en soort opbouw onontbeerlijk. Ook zijn er berekeningen nodig om het maximale gewicht van de opbouw op het dak te berekenen (het gewicht bij volledige verzadiging met water), om de benodigde sterkte van de bouw en het dak te berekenen. Van Dalen: ‘Het is ons in het verleden wel eens gebeurd dat we halverwege de inrichting van het groendak gestopt zijn, omdat onze jongens de dakconstructie niet vertrouwden. Uit nieuwe berekeningen bleek toen dat de constructeur grote fouten in de constructieberekeningen gemaakt had en er extra kolommen moesten worden geplaatst, omdat het dak het gewicht niet aankon. Dit toont het belang van goede berekeningen aan.’

Duitsland

Op het gebied van daktuinen fungeert Duitsland als gidsland. ‘De Duitse overheid geeft in bepaalde gevallen subsidie voor de aanleg van groendaken,’ vertelt Van Ginkel. ‘Dit allereerst bij compensatieregelingen. Een projectontwikkelaar kreeg toestemming om ergens te bouwen, maar wel onder voorwaarde dat hij er groen voor zou terugplaatsen. Dat leidde al snel tot het plaatsen van groenvoorzieningen op hoogte. Hierdoor ontdekte men een zeer voordelige bijkomstigheid van groendaken, namelijk de waterbufferende en afvoervertragende eigenschappen.’ Een groendak kan 50% tot zelfs 100% van het regenwater absorberen. Dit is vooral in regenachtige gebieden met kans op overstromingen een uitkomst. Vandaar dat in diverse Duitse deelstaten de overheid subsidie geeft op de aanleg van daktuinen. Ook in Nederland is de inzet van daktuinen, bijvoorbeeld bij inbreidingsprojecten, een gunstig middel om de riolering te ontzien. Van Ginkel: ‘Vaak eist men dat bij inbreiding ook de riolering sterk vergroot wordt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van groendaken, kan de opvang en vertraging van het water zó geregeld worden dat aansluiting bij de gemeentelijke riolering niet meer nodig is. Deze gunstige eigenschap van daktuinen wordt door de Nederlandse overheid nog veel te weinig onderkend.’

De Koninklijke Ginkel Groep is een landelijk werkend groenbedrijf met zes vestigingen en ruim 165 medewerkers in dienst. Naast aanleg en onderhoud van tuinen en terreinen, richt het bedrijf zich op openbaar en infrastructureel groen. Aangaande de daktuinen werkt het bedrijf hoofdzakelijk met het systeem Optigroen.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam