Roofs 2006-04-10 ‘Dakensector moet werk maken van professionalisering van de markt’

Dit jaar bestaat de Nederlandse Dakdekkers Associatie (NDA) 25 jaar. Reden voor Roofs een jubileuminterview te houden met ing. Dirk Lahuis, directeur van NDA. Hij komt in dit artikel te spreken over het nut van kwaliteitsbeheersing, de huidige ontwikkelingen in de dakenbranche en de rol die de NDA daarin speelt.

De NDA werd in 1981 opgericht als inkooporganisatie van een groep dakdekkerbedrijven, maar ontwikkelde zich al snel tot een hechter samenwerkingsverband. Doel van deze samenwerking was door kennisuitwisseling een verdere professionalisering van de bedrijven en de dakensector te bewerkstelligen. De participerende dakdekkerbedrijven komen hiertoe regelmatig bij elkaar om ervaringen uit te wisselen over o.a. product en uitvoering. De NDA ontwikkelde zich zodoende al snel tot een belangrijk kenniscentrum. In 1986 werd de huidige locatie in Almere gebouwd, dat behalve het kantoor ook het Dak/Informatie- en Adviescentrum huisvest. Hier staan alle mogelijke soorten dakopbouw tentoongesteld en zijn diverse ruimten ingericht voor het geven van presentaties. Regelmatig worden hier dan ook seminars en lezingen georganiseerd. Ontwerp en indeling van het gebouw zijn zoveel mogelijk gericht op transparantie. ‘Kennisuitwisseling is essentieel voor een verdere professionalisering van de branche,’ aldus Lahuis. ‘Voor onze lidbedrijven vormen wij een belangrijke factor in deze ontwikkeling.’

Activiteiten

Momenteel telt het samenwerkingsverband elf lidbedrijven met in totaal veertien vestigingen. Op termijn is er nog ruimte voor een tweetal bedrijven. Zo wordt een landelijke dekking verkregen van dakdekkerbedrijven met uiteenlopende specialiteiten die zich onderscheiden met een eigen kwaliteitsstandaard, die zich uit in een uitgebreid systeem van proces- en kwaliteitsbeheersing. De samenwerking behelst een groot aantal gebieden. Naast een gezamenlijke inkoop (wat prijstechnische voordelen biedt) kan de NDA bijvoorbeeld optreden als centraal aanspreekpunt voor alle onderhoudswerkzaamheden die door de lidbedrijven dienen te worden uitgevoerd. Ook levert de Associatie op tal van gebieden (gebruiksdaken, veiligheid, renovatie) advies en staat men de opdrachtgever met raad en daad bij.

Lahuis: ‘Er is sprake van een loyale samenwerking tussen de lidbedrijven. Natuurlijk zijn het ook concurrenten en komen ze elkaar wel eens tegen op een project, maar omdat de vestigingen en activiteiten tamelijk uit elkaar liggen, zal dat geen schering en inslag zijn. De kwaliteit van werken staat voorop. Dat is in de huidige markt helaas geen vanzelfsprekendheid, maar het is wel de enige manier om je te handhaven.’

Capaciteit als dilemma

‘De huidige markt is er één van constant duwen en trekken. Als het planboard leeg dreigt te raken, denkt de dakdekker: “Paniek!”. Vervolgens gaat hij rondbellen om werken binnen te halen. De opdrachtgever voelt aan dat deze dakdekker honger heeft en zal proberen een zo gunstig mogelijke prijs te bereiken. Op het moment dat de dakdekker het planboard vol heeft, is het een kwestie van stampen om alle werken op tijd opgeleverd te krijgen. Dat dit een nadelig effect heeft op de kwaliteit van werken behoeft geen betoog. De dakdekker gaat uitwegen zoeken om de eigen kosten zoveel mogelijk te drukken: in de keuzes voor goedkopere materialen, in het aantrekken van goedkope arbeidskrachten. Deze dakdekkers nemen eventuele latere problemen voor lief en gokken er op dat de ellende binnen de perken blijft. Dit leidt allemaal tot niets. De dakensector moet werk maken van het professionaliseren van de markt. Een dakdekker heeft bestaansrecht als hij betrouwbaar werk aflevert tegen een redelijke prijs. Er is in deze kleine markt geen plaats voor iedereen. Het bevorderen van de professionaliteit van werken (dus: kennisuitwisseling, het werken met de juiste materialen en kundig personeel) moet altijd de voorkeur genieten boven het proberen in stand te houden van bedrijven die geen bestaansrecht hebben.’

‘De sector ontbeert naar mijn mening het vermogen te onderscheiden waar het werkelijk om gaat,’ vervolgt Lahuis. ‘Er vindt onthutsend veel kapitaalvernietiging plaats met talloze rapporten, aanbevelingen, verklaringen en bedenkelijke marktbeschermende regels. Als er aan de onderkant ruimte blijft om met de normen te rommelen, en die blijkt er altijd te zijn, schraapt men de bodem uit de markt. Vaak wordt er dan gewezen op buitenlandse werknemers. Dat is echter de verkeerde discussie. Poolse dakdekkers, om een voorbeeld te geven, zijn vaak vakmensen, die hier gewoon komen om te werken en ook kwalitatief goed werk afleveren. De lonen van deze mensen zullen langzamerhand naar ons niveau groeien, simpelweg omdat de welvaart in de Oostbloklanden groeit. De lagelonenlanden zullen daarom steeds verder weg liggen, tot het niet meer de moeite loont deze mensen naar Nederland te halen. Kortom, daar schuilt wat mij betreft niet het probleem waar de dakensector mee te kampen heeft. Het probleem schuilt veel eerder in de prijsdruk in de bouwsector in zijn geheel alsmede in de dakensector en de wijze waarop partijen hiermee omgaan.’

Kantel het dak!

Wat is dan volgens Lahuis de methode om de negatieve spiraal te doorbreken? ‘Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: het is van belang dat de dakensector naar de markt toe werkt. Dat houdt in: luisteren naar de opdrachtgever, en stel vragen om helder te krijgen wat voor dak deze precies wil. Op deze manier kan de vakkundige dakdekker de opdrachtgever maatwerk bieden. Verder zou de marktwerking in de bouw meer gestimuleerd moeten worden; momenteel is daar te weinig sprake van. Kijk maar naar de vele kantoorpanden die tot op de dag van vandaag bijgebouwd worden, terwijl een flink percentage van deze kantoren leeg staat. Dit is een gevolg van het planeconomisch model waarbij de overheid en de bouw zichzelf dicteren en niet vraag en aanbod dicteert; de productiecapaciteit is zodoende onvoldoende gericht op de benodigde capaciteit. Op deze manier zal er nooit een markt ontstaan die in balans is.’

‘Alleen als de bereidheid tot veranderen er is, zal de markt zich op een goede manier kunnen ontwikkelen,’ aldus Lahuis. ‘Daarom juich ik de schaalvergroting die je momenteel in de dakensector ziet van harte toe. Hoe krachtiger de partijen zijn, hoe meer ruimte er is in nieuwe ontwikkelingen te investeren. Dit zal zich uiteindelijk vertalen in de toepassing op het dak. Nog steeds speelt het dak een marginale rol in de aanbesteding van een gebouw, gewoonweg omdat het geen ‘sexy’ bouwdeel is. De dakensector is maar klein, en mede daarom is het belangrijk dat het belang van een goed dak onder de aandacht wordt gebracht. Mijn devies aan alle betrokken partijen is dan ook: kantel het gebouw, kijk vervolgens naar het dak zoals er naar de gevel wordt gekeken, onderken het belang van een goed dak, en geef het de aandacht die het verdiend. Als dat besef doordringt, en de dakdekker een breder blikveld heeft dan enkel zijn planboard, kan de dakensector zich op een goede manier ontwikkelen.’

 

 

Lidbedrijven NDA

 

Van Venrooy Dakbedekking (Apeldoorn en Hoogeveen)

Schiebroek Dakbedekkingen (Best en Maastricht)

Lukasse Dakbedekkingen (Goes)

Schadenberg Dakwerken (Hem)

Schut Dakbedekking (’s-Hertogenbosch)

Voormolen Dakbedekkingen (Nieuwerkerk a/d IJssel)

Rudde Dakbedekking (Nijverdal)

Cazdak (Rotterdam)

Olster Dakwerken (Steenwijk)

Dakdekkersbedrijf Verkoelen (Weert)

Eurodak-Norg (Westervelde)

Kwerreveld Dakbedekkingen (Winterswijk)

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam