Roofs 2006-03-16 Een valongeval bij Dakdek BV

Wanneer een valongeval heeft plaatsgevonden en er letselschade is, rijst de vraag: wie is er aansprakelijk? Wat staat er in de wet en hoe oordeelt de rechter in de praktijk over werkgeversverantwoordelijkheid? Dit zal in dit artikel worden toegelicht aan de hand van een aantal uitspraken van de Hoge Raad over situaties waarbij dakdekkers van het dak zijn gevallen.

Mr. Jenny van der Velden

DAS Rechtsbijstand

Stel dat Jan Dakdekker in loondienst is bij BV Dakdek of door een uitzendbureau aan BV Dakdek is uitgeleend. Jan stapt in een gat in het dak en komt ten val en loopt hierbij ernstig letsel op. Wie kan Jan hiervoor aansprakelijk stellen? Er bestaat voor Jan de mogelijkheid om zijn werkgever BV Dakdek aansprakelijk te stellen op grond van artikel 7:658 BW. Dit artikel legt de zorg voor de veiligheid van werknemers en derden op en tijdens het werk bij de werkgever (zie hierover Roofs 8-2005, p. 6-9). Een werknemer kan zowel zijn materiële als formele werkgever aansprakelijk stellen, dus in het voorbeeld van Jan: zowel BV Dakdek als het uitzendbureau.

Werkgeversaansprakelijkheid

Is de werkgever nu altijd aansprakelijk te stellen voor de schade die een werknemer tijdens een bedrijfsongeval oploopt? Nee, de werkgever is alleen aansprakelijk voor de geleden schade als hij in zijn zorgplicht is tekort geschoten. De werkgever is dus niet aansprakelijk als hij kan aantonen dat er geen sprake is van tekortkomingen van zijn kant, als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer of als het causale verband ontbreekt.

Soms is het niet zo makkelijk om aan te tonen dat een werknemer betrokken is geweest bij een bedrijfsongeval. Stel je de casus voor waarbij een werknemer bewusteloos op de grond wordt aangetroffen. De werknemer weet niet meer wat er gebeurd is. Het kan zijn dat de betreffende werknemer flauw is gevallen, zijn hoofd heeft gestoten en hierdoor bewusteloos is geraakt. Het kan ook dat hij op een stoel is geklommen, iets op zijn hoofd heeft gekregen dat op de kast lag en hierdoor bewusteloos is geraakt. Artikel 7:658 BW geldt ook voor beroepsziekten (OPS, RSI, asbest, etc.) Het vaststellen van het causale verband tussen werk en ziekte is bij een beroepsziekte lastiger dan bij een bedrijfsongeval.

Door de Hoge Raad en het Hof zijn in een aantal zaken uitspraken gedaan over de aansprakelijkheid van de werkgever bij ongevallen op daken. Er valt de laatste jaren een ontwikkeling te bespeuren, waarbij de Hoge Raad de werkgever nu minder snel aansprakelijk acht dan zo´n zes jaar geleden. Dit zal ik toelichten aan de hand van een aantal uitspraken.

Pollemans-Hoondert

Een bekend oordeel van de Hoge Raad is de uitspraak bekend als ‘Pollemans-Hoondert’ van 20 september 1996. In deze casus geeft de werkgever Hoondert aan dakdekker Pollemans de instructie om op een bepaalde plek op het dak te blijven. De zogenoemde werkplek wordt ‘primitief beveiligd’. Ondanks de instructies van de werkgever begeeft Pollemans zich op het gedeelte van het dak waar geen bescherming aanwezig was en waar hij in verband met zijn werkzaamheden ook niet behoefde te komen. Pollemans zakt vervolgens door de dakbedekking, valt van grote hoogte naar beneden en loopt ernstig letsel op. De werkgever Hoondert stelt dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer. De Hoge Raad stelt echter dat er pas sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid als de werknemer zich bij zijn laatste gedraging onmiddellijk voorafgaande aan het ongeval ook daadwerkelijk bewust was van het roekeloze van zijn gedraging.

Volgens de Hoge Raad heeft de werkgever in veiligheidsvoorzieningen tekort geschoten en was de werkgever aansprakelijk te achten voor de schade van de werknemer.

Meneer B

Op 3 april 1997 buigt het Hof Den Haag zich over een andere zaak waarbij een dakdekker ten val is gekomen. Voorman-dakdekker ‘meneer B’ is in dienst bij dakdekkerbedrijf de Winter. Op 2 mei 1990 is B werkzaam op het dak van een in aanbouw zijnde gebouw. Van Omme en Voormolen waren als hoofdaannemer respectievelijk onderaannemer bij de bouw van het gebouw betrokken. Bij die werkzaamheden is B door een opening van 80 x 100 cm op een daaronder gelegen betonnen vloer gevallen, waardoor hij zwaar en blijvend letsel heeft opgelopen. Kort voor het ongeval was bedoelde opening, waarop een lichtkoepel gemonteerd diende te worden, afgedekt met een houten pallet. Volgens de Arbeidsinspectie was daarmee geen sprake van een inbreuk op de Arbowet.

Het Hof oordeelde echter dat het gat een levensgevaarlijke situatie opleverde. In een deskundigenrapport was aangegeven dat er andere maatregelen getroffen hadden kunnen worden. Het hof vergde de toepassing van doeltreffende veiligheidsmaatregelen, zoals het bevestigen van een plaat aan de onderzijde van het gat, wat in het rapport werd aanbevolen. Op de inlener rustte volgens het Hof de plicht voor veilige omstandigheden te zorgen. Niet relevant was volgens het Hof dat deze zorgplicht ook op de formele werkgever (De Winter) rustte. Volgens het Hof is er geen sprake van grove schuld d.w.z. opzet of bewuste roekeloosheid, ook niet als de dakdekker zelf het pallet verwijderd zou hebben. Volgens het Hof was de medegedaagde aannemer die het werk aan de (inmiddels gefailleerde) formele werkgever had uitbesteed niet aansprakelijk, aangezien hij uitsluitend materiaal leverde en met de bouw geen bemoeienis had.  Het Hof oordeelde dus dat er sprake was van aansprakelijkheid aan de zijde van de inlener.

Bijkeuken

Tenslotte de uitspraak van de Hoge Raad van 16 mei 2003. Bij de bouw van een bijkeuken zijn twee bedrijven betrokken. De bouw, inclusief het aanbrengen van dakisolatie en een lichtkoepel in het dak, is uitbesteed aan een aannemer en het aanbrengen van bitumen op het dak is uitbesteed aan een dakdekkerbedrijf. Een werknemer van laatstgenoemd bedrijf begeeft zich op het dak terwijl er reeds een uitsparing in het dak was voor de lichtkoepel en eerstgenoemd bedrijf het gehele dak – inclusief dit gat – had bedekt met isolatiemateriaal. De werknemer, die onbekend is met het gat, valt door het isolatiemateriaal naar beneden. De werknemer stelt zijn werkgever op basis van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor de schade.

De Hoge Raad oordeelt onder meer dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of de in artikel 7:658 BW bedoelde zorgplicht meebrengt dat een werkgever die een werknemer naar een karwei stuurt, vooraf een inventarisatie van de aan die werkzaamheden verbonden veiligheidsrisico´s dient te verrichten. Het ging  hier om een eenvoudig karwei van beperkte omvang met daarbij naar redelijke verwachting beperkte veiligheidsrisico’s. En daarnaast wist de werkgever niet dat er een lichtkoepel in het dak zou worden geplaatst.

De werkgever wist niet en behoefde niet te weten dat ook een ander bedrijf op het dak werkzaam zou zijn. De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake was van een tekortschieten van de werkgever in de zorgplicht. De werkgever hoefde dus niet de schade van de werknemer te vergoeden.

Conclusie

Wat kan aan de hand van deze uitspraken worden geconcludeerd? Met artikel 7:658 BW is niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van ongevallen. Een werkgever dient wel van te voren zoveel mogelijk maatregelen te treffen als mogelijk. Het is verstandig om van te voren een risico-inventarisatie te maken, de werkplek te onderzoeken en duidelijke instructies aan de werknemer te verstrekken. Een werkgever kan een werknemer niet altijd beschermen tegen alle gevaren en arbeidsongevallen. Als er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden waaraan een werkgever echt niets kan doen en niemand anders aansprakelijk is te achten, dan zal de werknemer zijn eigen schade moeten dragen. Het hangt van de omstandigheden per geval af welke maatregelen een werkgever dient te treffen.

Mocht er zich binnen een bedrijf een ongeval voordoen, dan dient het, gezien de meeste polisvoorwaarden van de verzekeringsmaatschappijen, aanbeveling om een ongeval direct aan te melden bij de aansprakelijkheids- en of ongevallenverzekeraar. Indien men niet aansprakelijk is te achten dan zal, als er sprake is van dekking op de aansprakelijkheidsverzekering, door de aansprakelijkheidsverzekering verweer worden gevoerd. Bij aansprakelijkheid zal men de schade van de werknemer vergoeden. Volledigheidshalve dien ik te vermelden dat de wettelijke verjaringstermijn bij bedrijfsongevallen vijf jaar betreft. Een werknemer dient een werkgever dus binnen vijf jaar aansprakelijk te stellen voor de door hem geleden en nog te lijden schade.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam