Roofs 2006-01-28 Probleemsituaties geëvalueerd: looppaden op het dak

In de reeks ‘Valbeveiliging in de praktijk’ wordt aan de hand van een inventarisatie dieper ingegaan op probleemsituaties. De probleemsituatie wordt geschetst, waarbij met behulp van wet- en regelgeving een praktische oplossing wordt gegeven. De regelgeving kent immers veel grijze gebieden. Gezocht wordt telkens naar een praktisch uitvoerbare oplossing. In dit tweede deel worden de looppaden op het dak aan de orde gesteld.

Peter van Houtum, Dak-RI&E-adviseur Gebr. Janssen te Beugen

Op het dak kan men vallen, uitglijden, struikelen en stoten. Daarom zijn eisen gesteld aan looppaden, zodat gevaar voor de veiligheid en gezondheid zoveel mogelijk is voorkomen. Uiteraard kan niet het hele dak voorzien worden van beloopbare voorzieningen zoals tegels, maar het lopen over grind of andere dakbekleding dient beperkt te blijven. Routes dienen aangewezen te worden als looppad.

Vanwege de veiligheids- en gezondheidseisen:

zijn looppaden zoveel mogelijk vrij van obstakels en oneffenheden, vast, stabiel en stroef; daar waar er kans bestaat op struikelen, bijvoorbeeld omdat er buizen of kabels over het dak lopen, dient dit aangegeven te worden middels waarschuwingstekens/pictogrammen;

zijn looppaden opgeruimd, ordelijk, vetvrij en zoveel mogelijk vrij van stof;

zijn looppaden zoveel mogelijk vrij van stoot- en stralingsgevaar; daar waar hier toch kans op bestaat, dient dit duidelijk gemarkeerd te zijn middels pictogrammen én waar mogelijk dienen maatregelen zijn genomen om letsel te beperken door bijvoorbeeld scherpe randen af te schermen;

zijn looppaden duidelijk aangegeven en gemarkeerd; bijvoorbeeld door een tegelpad van beton- of rubbertegels in bij voorkeur de waarschuwingskleur geel;

zijn looppaden vrij van valgevaar; daar waar er kans is op vallen zijn maatregelen genomen tegen valgevaar, bijvoorbeeld een hekwerk of een verankeringslijn*;

worden looppaden periodiek geïnspecteerd of de aanwezige voorzieningen en genomen maatregelen voor een veilig looppad nog adequaat functioneren, waar nodig dient het pad schoongemaakt, of gebreken hersteld te worden; looppaden kunnen bijvoorbeeld door mos- en alggroei glad worden;

dienen klimvoorzieningen ge­­maakt te worden daar waar overstappen (ergonomisch) niet of moeilijk mogelijk zijn, denk hierbij bijvoorbeeld aan niveauverschillen op het dak van meer dan 0,50 meter (dit is telkens weer afhankelijk van de situatie);

zijn looppaden voldoende breed, bij niet-frequente looproutes is gangbaar dat men een breedte van 0,50 meter breed aanhoudt (bij doorgangen minimaal 0,60 meter); indien het Convenant Gevelonderhoud van toepassing is, dan is vereist een looppad van minimaal 0,60 meter breed;

zijn looppaden gecreëerd rekening houdend met de toepassingsvoorwaarden**.

* Indien publiek het dak op kan, bijvoorbeeld op een dakterras of een vluchtweg, dient er altijd een doelmatig hek- of leuningwerk aanwezig te zijn.

** De toepassingsvoorwaarden in het kort (reeds besproken in het artikel ‘De grijze gebieden in de regelgeving’, Roofs 10-2005):

dichter dan 2,0 m1. van de dakrand: hekwerk/borstwerking van 1,0 m1. boven het werkvlak

van 2,0 tot 4,0 m1. van de dakrand: fysieke afzetting

vanaf 4,0 m1.: markering aanbrengen tussen veilige en onveilige zone

Aanvullende voorwaarde is dat de werknemer adequate en gerichte instructie krijgt over de looppaden op het dak én eventuele risico’s tijdens het lopen over het dak.

Heeft u een vraag of probleem en zoekt u naar een oplossing?

Mail uw vraag begeleid met
situatieschets en/of foto naar de
redactie van Roofs.

Bronvermelding:

Arbobesluit hoofdstuk 3 – inrichting arbeidsplaatsen

Convenant Gevelonderhoud

A-blad Platte Daken

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam