Roofs 2005-09-03 De bedelaar van de bouw

U kent ze wel: de goed opgeleide uitvoerders van gespecialiseerde vakaannemers die van bouwplaats naar bouwplaats gaan. Die daar hun goed opgeleide vaklieden ondersteunen en de kwaliteit van de uitvoering op peil houden. Zij zijn de steun en toeverlaat van menig hoofduitvoerder en dragen zorg voor de kwaliteit van hun specialisme. Ze zijn een graag geziene gast op de bouwplaats, maken afspraken over de start van hun werk en zorgen dat hun planning wordt afgestemd en aangepast op die van de hoofdaannemer. Het tempo van verwerking wordt op elkaar afgestemd, zodat de inzet van personeel, materiaal en materieel zo economisch mogelijk wordt.


Natuurlijk loopt de planning in de bouw niet altijd als verwacht. Het blijft ten slotte productie op locatie, met veel schakels en zo mogelijk nog meer onzekere factoren. Maar de inzet van deze uitvoerders blijft 100%, want zij weten dat alleen een tevreden klant nieuw werk genereert. Heeft deze specialist zijn planning afgestemd op die van de hoofdaannemer, dan mag je toch verwachten dat het werk als gepland kan aanvangen. Zeker als de startdatum kort voor aanvang nog eens is bevestigd. Dat dacht u maar! Want helaas: ook dan gaat het nog vaak mis.


De onderaannemer komt als afgesproken met zijn mensen en met de noodzakelijke materialen op de bouwplaats. Maar o jee, er ligt slechts voor een dag werk klaar. "O sorry, ik ben je GISTEREN vergeten te bellen," of: "Ja, ik DACHT wel dat het kon," zijn de meest gehoorde reacties van de ‘gewaardeerde en alles onder controle hebbende’ hoofduitvoerder. Pas echt vervelend wordt het als deze uitvoerder om een bon wordt gevraagd. De onderaannemer is tenslotte begonnen en kan door het ongekende organisatorische talent van de hoofdaannemer direct al niet verder. Er staat voor een klein vermogen aan materiaal op het werk, dus die vraag is echt zo gek nog niet. Helaas kan de onderaannemer negen van de tien keer wachten op zijn bon. "Want, laten we eerlijk zijn," redeneert de opdrachtgever je voor, "wat hebben jullie nou voor productie gemaakt? We zouden toch naar rato factureren?" Het bedelen om je eigen centen is voor deze uitvoerder weer begonnen.


Daar waar de ene uitvoerder volgens afspraak naar rato de werkbonnen afschrijft, vindt de ander dat hij dit bijvoorbeeld alleen op donderdag- bonnendag kan doen. Helaas schort het op dat gebied maar al te vaak aan duidelijke afspraken en een goede communicatie. Komt men voor de eerste maal om de werkbon, dan had het verzoek daags ervoor per fax binnen moeten zijn. ("Wist je dat niet? Oh, dan ben ik dat zeker bij ons eerste overleg vergeten te zeggen. Sorry hoor," kan je dan doodleuk horen.) Vraag je om het voor één keer toch te doen, dan kan hij helaas voor jou geen uitzondering maken. Weer staat er een uitvoeder te bedelen om het geld waar hij recht op heeft.


Echt vervelend wordt het als de hoofduitvoerder op de ‘bonnendag’ vrij of op cursus is. Menig onderaannemer komt dan voor niets naar de keet. Het was te druk om de bonnen klaar leggen en u weet dat zonder bon facturen niet kunnen worden geaccepteerd. Nadat de bon binnen is en de factuur, met dagstaten, werkrapporten en al het andere dat de opdrachtgever heeft kunnen verzinnen om met een rekening mee te laten sturen, de deur uit is begint voor de onderaannemer de betalingstermijn. Het is triest, maar menig boekhouder kijkt er al niet meer van op dat net voor het einde van de betalingstermijn een factuur terug komt. Waarom? Omdat veelal iemand op een kantoor ver weg zonder naam of gezicht vindt dat er nog iets bij de factuur ontbreekt of dat deze of gene ook had moeten tekenen. De onderaannemer kan vervolgens nog langer wachten op zijn geld. 


Loopt het werk en gaat de facturatie goed, dan nog is dat geen reden om tevreden en onbezorgd achterover te gaan leunen als onderaannemer. De rekeningen zijn de deur uit, maar het geld, zijn geld dus eigenlijk, is nog lang niet binnen. Betalingen binnen 30 dagen worden plotseling 45 dagen of nog langer, want: "Ja,  u begrijpt toch wel dat onze opdrachtgever ook langzaam met betalen is en de cashflow is ….," krijgt de boekhouder dan te horen. Oftewel: wacht u maar op uw centen, het werk is toch al gemaakt.


Maar één van de verschrikkelijkste antwoorden die een boekhouder of debiteurenbewaker te horen kan krijgen van zijn collega aan de andere kant is: "De factuur is hier al weg, maar ‘Huppeldepup’ heeft hem nog niet voor akkoord getekend!" Hij zegt nog net niet: "Onze uitvoerders zijn kneuzen die alleen voor de schijn mogen tekenen." Het lijkt er soms op, dat men binnen het bouwbedrijf slechts bij één ding baat heeft en dat is de facturatie frustreren en traineren. Gek hè, dat je als onderaannemer het gevoel krijg dat je ‘De bedelaar van de bouw’ bent.


 


 


Theo Wiekeraad


 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam