Roofs 2004-05-36 Vochtregulerende folies voor het hellende dak

De BRL 4708 voor waterkerende membranen voor geïsoleerde daken en gevels is, als gevolg van de Europese regelgeving, ingrijpend veranderd. In de dagelijkse praktijk bestaat nogal wat onduidelijkheid over deze membranen: wanneer gebruik je welke folie? In dit artikel een toelichting op de verschillende problemen en een uiteenzetting van de juiste toepassing van het materiaal.

Is bij platte daken de vochtregulering en het gedrag van vocht in de constructie redelijk bekend, bij hellende daken komt deze kennis net op gang. Zie ook het artikel: ‘een 10 of een 0’ in Roofs 4-2004.

Hellende daken zijn, wanneer deze worden voorzien van een isolatie tussen de gordingen of de sporen, te beschouwen als ‘koud-dak-constructies’. Na-isoleren is dus niet zonder risico. Het komt dikwijls voor, dat de onderdakfolies foutief worden toegepast, met alle gevolgen van dien. Herstelwerkzaamheden zijn duur en veroorzaken grote ergernis; om nog niet te spreken van de ellende die de gebruiker daarvoor al heeft moeten doorstaan. Een juiste toepassing is dan ook van essentieel belang. Leverancier van vochtregulerende folies Meuwissen uit Gorinchem maakt inzichtelijk wanneer welke folie (of: membraan) moet worden toegepast, door de wikkels van de verschillende producten te voorzien van onderscheidende kleuren.

Rood is warm, blauw is koud

Vochtregulerende folies voor het hellende dak dienen ter voorkoming van lekkage of condensatie in een dakconstructie. Voor de verschillende plaatsen van het dak zijn verschillende soorten folie beschikbaar. De binnenzijde van de constructie is de warme zijde. Dampremmende of dampdichte folies voorkomen dat damp uit de binnenruimte in de dakconstructie komt en aldaar, door contact met de koudere buitenzijde, condenseert. In het assortiment van Meuwissen folies uit Gorinchem zijn deze folies voorzien van een rode wikkel en opdruk: rood staat voor warm.

De buitenzijde van de constructie is de koude zijde. De membranen aan deze zijde weren het vocht van buiten; damp uit de dakconstructie wordt doorgelaten, zodat dat niet in de dakconstructie condenseert. Dit zijn de waterdichte, damp-open membranen (WDO) of de waterkerende, dampdoorlatende membranen (WKD) en zijn voorzien van een blauwe wikkel en opdruk (koud). Men begrijpt, dat een verkeerde toepassing van deze folies grote problemen kunnen veroorzaken.

Kroepoekzakjes

Het prestatieverschil per toepassing voor de rode folies is duidelijk uit te leggen aan de hand van kroepoekzakjes. Per situatie worden andere eisen aan het verpakkingsmateriaal gesteld. Als je kroepoek bij de Chinees haalt, eet je dat meestal dezelfde dag nog op. Dat moet ook wel, anders is het niet meer goed. De kroepoek is verpakt in een open verpakking. In de supermarkt heb je echter de keuze uit verschillende soorten, waarbij het ene merk in een gesloten verpakking nog twee weken goed blijft, en het andere, in een aluminium dampdichte verpakking, tot bijvoorbeeld mei 2005. De keuze van het verpakkingsmateriaal hangt af van de toepassing en van de eisen die men eraan stelt. Zo ook met de vochtregulerende folies.

Aanpassing BRL

BRL 4708 is een beoordelingsrichtlijn voor de folies die aan de koude zijde van de constructie worden bevestigd. De nadruk van de BRL ligt op de mechanische en de bouwfysische kwaliteiten van de folies.

De versie van BRL 4708 uit mei 1997 voldeed niet. Frank van Paaschen van Meuwissen vertelt: ‘De kwaliteitsverschillen tussen de folies onderling waren enorm. Maar deze verschillen waren niet in kaart gebracht. Daarnaast was er onduidelijkheid over de toepassing van deze folies in het daksysteem: welk product gebruik je bij welk type gebouw en op welke ondergrond. De nieuwe BRL is bedoeld om het kaf van het koren te scheiden en direct duidelijkheid te bieden over de verschillende folies en toepassingen.’

De folies voor de koude zijde van de dakconstructie zijn onder te verdelen in enerzijds de waterdichte en damp-open folies (WDO), en anderzijds waterkerende en dampdoorlatende folies (WKD). Er is dus geen verschil in functie, wel een verschil in werking. Men dient bij toepassing bijvoorbeeld rekening te houden met de klimaatklasse (zwembaden en sauna’s vereisen een andere membraan dan woningen en kantoren). Ook de ondergrond moet in de overweging worden meegenomen: zachte ondergronden, zoals een luchtlaag of zachte isolatiedeken, vereisen stevigere, mandragende membranen. Harde ondergronden vragen juist meer om waterdichte folies die niet doorlekken ten gevolge van het zogenaamde tentdoekeffect. Tenslotte is ook de veroudering als gevolg van UV-straling van belang, en het gedrag van het membraan daarna.

Aanscherpen testmethoden

De vernieuwde BRL 4708 benoemt de verschillende prestaties en eisen en heeft de testmethoden aangescherpt. Deel 1 van BRL 4708 behandelt de WDO membranen (spinvliesfolies), deel 2 de WKD membranen (geperforeerde folies). Welke folie tot de ene categorie hoort, en welke tot de andere, wordt bepaald middels een aantal tests. Onder geconditioneerde omstandigheden wordt water op de folie gegoten, waarna de waterdoorlaat wordt gemeten. Categorie W1 laat geen water door, en is dus waterdicht. Categorie W2 laat in 3 uur minder dan 100 ml water door, en is daardoor waterkerend. Als een membraan meer water doorlaat, is het ongeschikt voor de toepassing in daken.Voor deze folies is er een restcategorie: W3. In deze categorie laat de folie niet meer dan 500 ml per 5 uur door.

De folies worden daarnaast onderworpen aan een reeks andere tests, zoals de rek bij breuk. Hierbij wordt bekeken in hoeverre het materiaal bestand is tegen mechanische belasting. De test houdt in, dat men bekijkt, hoeveel procent men het materiaal kan uitrekken. De treksterkte wordt gemeten aan de kracht waarmee het materiaal uiteindelijk breekt. De folies worden op een soortgelijke manier in klassen onderverdeeld, waarbij de klasse QS de hoogste klasse vertegenwoordigt, en de folies in klasse PR de laagst toegestane waarden vertegenwoordigen: deze membranen mogen alleen worden toegepast op een dragende ondergrond.

Duidelijkheid

Met deze BRL is helder welke folie het meest geschikt is voor welke toepassing. De eisen die aan de vochtregulerende folies worden gesteld, zijn hiermee helder en met het initiatief van Meuwissen wordt ook in één oogopslag duidelijk met welke folie de verwerker te maken heeft. Van Paaschen ziet het als een compliment dat de systematiek door andere leveranciers wordt overgenomen: ‘Uiteindelijk gaat het erom duidelijkheid te scheppen in de markt.’

  Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam