Roofs 2003-09-06 Gun elkaar het werk

Peter Breuseker (65) neemt afscheid bij Cazdak Dakbedekkingen in Rotterdam. Als er nog eens een boek over ‘Wie is wie in de dakenbranche’ verschijnt, dan zou Breuseker zeker een hoofdstuk voor zijn rekening kunnen nemen. In dit interview overziet hij zijn loopbaan in de dakaannemerij. Hij kijkt er met veel plezier op terug. Zijn kennis en ervaring is overgedragen aan een jongere generatie, zoals het volgens hem ook hoort. Een openhartige visie op de branche van een scheidend dakdekker.

• Dirk Lindeman

Wanneer en hoe bent u met de dakenbranche in aanraking gekomen?

‘Ik ben na mijn technische opleiding begonnen als technisch assistent bij de Verenigde Touwfabrieken. Daar werd in 1965 een reorganisatie doorgevoerd waarbij ik het aanbod kreeg mee te gaan naar een andere productielocatie. Maar de beide fabrieken waaruit ik kon kiezen lagen echter zo ver van Rotterdam, dat ik op zoek ben gegaan naar een andere job. Dat was in die tijd gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig zat Nederland evenals nu in een recessie. 

 

Ik stuurde daarom een heleboel brieven rond, en kreeg uiteindelijk een uitnodiging van een fabriek in Hendrik Ido Ambacht: Nebiprofa. Men zocht daar iemand voor de uitvoering. Ik had inmiddels al zoveel afwijzingen gekregen, dat deze uitnodiging mij zeer welkom was. Na afloop van het gesprek met de heren Erkelens en De Regt (respectievelijk directeur en adjunct directeur) kreeg ik direct een uitnodiging voor een tweede gesprek en vervolgens ben ik in dienst getreden als uitvoerder.

U zult begrijpen dat ik op het gebied van dakbedekkingen van toeten noch blazen wist. Ondanks dat werd ik toch direct ingedeeld bij de afdeling uitvoering werken, waar ene heer Moerland de chef was. En uiteraard werd ik direct naar een cursus van Vebidak gestuurd. Daarna wist ik een heel klein beetje van dakbedekking af en kon ik mijn carrière binnen de dakenbranche beginnen. Het begin bij Nebiprofa was er een uit duizenden, ik was de koning te rijk. Gaandeweg werd ik (na iets meer dan twee jaar) hoofduitvoerder. Maar na een periode van problemen in de relatie met het uitvoerend management  heb ik gemeend niet langer bij het bedrijf te moeten blijven, ik heb toen mijn ontslag aangeboden aan de heer De Regt.’

Waar bent u toen gaan werken?

‘Bij Selanco in Schiedam. Dit was een ovenbouw bedrijf, waar ik uiteindelijk adjunct directeur werd. Het was daar een totaal andere cultuur. Na drie jaar kreeg ik een telefoontje van de heer De Regt, met de vraag of ik terug wilde komen als hoofd uitvoering werken. Ik had het altijd naar mijn zin gehad in de dakenbranche, en na enkele gesprekken heb ik besloten de functie te aanvaarden. Ik werd als hoofd uitvoerder werken aangesteld, onder de bezielende leiding van Herman de Regt, die inmiddels algemeen directeur was geworden.

Na de overname door het Amerikaanse Central Soja werd het bedrijf eind jaren zeventig opgesplitst in twee divisies, te weten Nebiprofa Protection en Nebiprofa Productions. Protection werd ondergebracht in een pand in Zoeterwoude. De jaren in Zoeterwoude verliepen niet erg voorspoedig. Door harde concurrentie binnen de markt was er een tijd lang weinig werk, en hadden we het niet breed. Na een jaar of vijf werd besloten terug te keren naar Hendrik Ido Ambacht. Ik ben van nature een volhouder: juist als het een tijdje niet lukt, geef ik mezelf een extra schop om het nog beter te doen. Uiteindelijk zijn we uit het dal geklommen en werd Protection weer een gezonde onderneming.

Van Central Soja gingen we naar Tarmac, een Engels concern. In die periode werd ik benoemd tot directeur van Nebiprofa Protection. Tarmac was zeer bekend in de branche met het merk Ruberoid. Er waaide direct een nieuwe wind en het werd eigenlijk alleen maar moeilijker. Ook de positie van De Regt kwam steeds meer ter discussie. De Regt was een gecompliceerd man om mee samen te werken, maar in zijn functioneren was hij altijd consequent, en daar houd ik wel van. Hij bleef altijd bij zijn beslissingen, ook als hij eens mis zat.’

Gaf het wel eens conflicten tussen uitvoering en productie ?

Natuurlijk was het niet altijd koek en ei. Ik kan me mooie projecten herinneren waar wij niet aan de gang mochten, omdat een relatie van de fabriek ook had ingeschreven. Dan hadden we een intern belangenconflict. Dit soort problemen zijn intern ook altijd opgelost. Maar ik heb toen wel ontdekt dat het geen goede zaak is als er binnen een productiebedrijf ook een uitvoeringsbedrijf zit. Begin jaren negentig kwamen om deze reden zoveel conflicten, dat ik in 1991 besloot mijn ontslag aan te bieden. Ondanks vele verzoeken ben ik daar niet op teruggekomen.’

Wat ging u toen doen?

‘In 1986 had ik een gesprek met Johan Cazemier, die mij vroeg of ik er iets voor voelde om bij hem te komen werken als directeur van de Rotterdamse vestiging. Op dat moment paste het niet, maar nadat ik mijn ontslag had genomen, heb ik Johan gebeld en gevraagd of die functie nog vacant was. Binnen enkele dagen was ik aangesteld als directeur van Cazdak, waar ik meer dan 12 jaar heb gewerkt. En met heel veel plezier, zoveel zelfs dat woorden daarvoor tekort schieten.

Ik kreeg bij Cazdak de vrije hand en kon met opdrachtgevers omgaan zoals ik dacht dat goed was. Zo kwam ik ook bij de NDA terecht, de organisatie die destijds door de markt werd gezien als een groep dakdekkers waar je niet omheen kon. Die hadden de macht in Nederland en daar werd ik zomaar bij ingelijfd. Dat was voor mij een openbaring.’

Zijn er ook relaties

meegekomen naar Cazdak?

‘Er zijn onmiddellijk enkele relaties meegekomen naar Cazdak, maar wel op een nette manier. Ik had afgesproken niet actief te gaan acquireren onder de relaties van Nebiprofa, maar ik kon de relaties die zich spontaan bij mij meldden niet afwijzen; en dat heb ik ook niet gedaan. Je hebt een klant nooit voor jezelf, maar je kunt een opdrachtgever wel aan je binden door op een eerlijke manier met hem om te gaan, zodat hij weet wat hij van jou kan verwachten. Je moet een opdrachtgever inspraak geven in het hele traject. Dat is belangrijk en daarom zijn verschillende opdrachtgevers weer naar mij toegekomen. Ze wisten hoe ik werkte en dat heb ik ook waargemaakt.’

Heeft u in de loop der jaren veranderingen gezien, in hardheid binnen de branche?

‘Er is natuurlijk altijd een spanningsveld geweest en men heeft elkaar altijd beconcurreerd. Wij als NDA leden hebben ons steeds willen onderscheiden van alle Pietjes Pek die er rondlopen. Pietjes Pek die wel een hoop werk weghalen bij bedrijven die het werk goed willen uitvoeren. Die wens tot onderscheid heeft uiteindelijk tot Dakmerk geleid. Het heeft echter nooit geleid tot de doelstelling die wij, als dé bedrijven in Nederland, hadden, namelijk: gewoon het werk binnenhalen op basis van een gemeenschappelijke kwaliteitsuitstraling. We hebben altijd het gevecht moeten leveren, en zullen dat moeten blijven doen, met de onderlaag. Ik bedoel dit niet oneerbiedig, maar om aan te geven over welke bedrijven we het hebben, onder andere de ZZP’s; daarbij de goede niet te nagesproken.’

Is er een oorzaak aan te wijzen waarom het niet gelukt is?

‘Opdrachtgevers, dat wil zeggen, die opdrachtgevers die niet tot je vaste relaties behoren, zijn mensen die gewoon een prijs inkopen. Die kopen geen kwaliteit in, die kopen geen vertrouwen in, maar gewoon prijs. Zolang die bestaan (en die blijven bestaan), zal er altijd een spanningsveld bestaan tussen de A, B en C bedrijven binnen de branche. Jammer genoeg, want ik had gedacht dat men door schade en schande wel wijs zou worden. Maar voor hen is het ook een ‘struggle for life’. Hun aandeelhouders verwachten namelijk winst. Zij moeten het werk telkens voor een hele lage aanneemsom zien te realiseren. Dat kan je maar op één manier, namelijk: door de (onder) aannemers uit te knijpen. Daar is de dakaannemer hét voorbeeld van. Die is altijd als laatste aan de beurt en zal daardoor ook altijd gevraagd worden de laagste prijs neer te leggen. Dan kun je als dakaannemer geen verantwoorde kwaliteit leveren, met gerommel als gevolg. Dit is echter niet waar Cazdak voor staat, en we hebben dat ook altijd ver van ons weten te houden.’

Hoe staat u tegenover de samenwerking met uw leveranciers?

‘Ik ben het volledig eens met het verhaal van Cees van de Werke van Empol in Roofs mei 2003. Je moet altijd zorgen dat je met je leveranciers in een absolute Win-Win situatie de goede opdrachtgevers krijgt en houdt. Daarna moet je ze koesteren. Een nieuwe klant heb je zo, een nieuwe klant kun je kopen. Maar het is minder gemakkelijk een opdrachtgever te behouden.’

U bent het dus niet eens met het verhaal van Martin Mastenbroek, dat de macht van de leveranciers bij de opdrachtgevers te groot wordt?

‘Nee, ik ben het niet met hem eens, maar ik wil dit wel nuanceren. Wij hebben een perfecte verhouding met onze leveranciers, we hebben enkel voordelen van de samenwerking. Zij werken voor ons; wij hebben geen vertegenwoordiger in huis, enkel projectleiders. Onze vertegenwoordigers zijn de mensen van Empol, Soprema en Phoenix, en dat is perfect. Ik begrijp Martin Mastenbroek wel. Die heeft verschillende vertegenwoordigers in dienst die voor hen de orders moeten binnenhalen en die vinden dat de vertegenwoordigers van de leveranciers hen continu in de weg lopen. Dat is een andere situatie, daarom kunnen wij ons op geen enkele manier in zijn standpunt vinden (nog afgezien van het feit dat ik ervan overtuigd ben dat ook een kwaliteitsbedrijf als CN profiteert van de acquisitie en ondersteuning van haar leveranciers).’

Hoe ziet u de toekomst in de branche?

‘Voorspellen is natuurlijk heel moeilijk, maar ik ben positief. We hebben nu met een recessie te maken, waarin nadelen ook voordelen hebben. Er wordt gesaneerd en er zullen best heel wat bedrijven over de kop gaan of verdwijnen. Ik vind dat je als bedrijf zo’n periode moet meemaken. Je bent scherper, je reageert alerter en als je niet oplet, krijg je het heel erg moeilijk. Het maakt je sterker in het vechten om te overleven.’

Bent u het met mij eens, dat door deze recessie de macht weer geheel terug komt bij de opdrachtgever? Is het niet zo dat de opdrachtgever bepaalt?

‘De opdrachtgever heeft die macht eigenlijk altijd al gehad, en die macht wordt enkel sterker. Sinds begin jaren negentig kregen opdrachtgevers steeds meer kennis; men volgde opleidingen bij bijvoorbeeld BDA of Vebidak, en men nam de vakliteratuur goed door. Dit creëerde een andere situatie. Vanaf dat moment ging je met mensen in discussie over je vak. Voor die tijd had je of een goede verhouding met je opdrachtgever, zodat het werk je werd gegund, of je had de laagste prijs. Nu konden we op basis van kennis met elkaar discussiëren, waardoor je de eigen toegevoegde waarde kon inbrengen. Dat was een plezierige ontwikkeling.’

Heeft u nog iets, waarvan u zegt: ‘Dit wil ik nog wel even kwijt’ ?

‘In de dakbranche bestaan een groot aantal bedrijven waar ik respect voor heb. Collega’s die goed georganiseerd een betrouwbare en duurzame prestatie leveren bij hun opdrachtgevers. In mijn opvolging heb ik er gelukkig voor kunnen zorgen dat Cazdak ook in de toekomst haar kwaliteitsimago handhaaft. Ook tegen hen zou ik willen zeggen: ‘Jongens, ga goed met de dingen om en gun elkaar het werk, in plaats van elkaar altijd maar te blijven bevechten; want daar ga je uiteindelijk aan ten onder. Als je weet dat je elkaar elke keer tegenkomt bij dezelfde partij, accepteer dan ook dat ook zij regelmatig werk maken. Dan is de prijs verantwoord en is de opdrachtgever tevreden. Dan ben jij tevreden,  je collega’s zijn tevreden. Blijf daar in ieder geval aan werken.’

Noot van de redactie

Ter verduidelijking: Martin Mastenbroek heeft een lezing gehouden waarin hij zijn zorgen omtrent de rol van de leveranciers uitsprak. De expertise van de dakdekkers wordt gepasseerd wanneer opdrachtgevers rechtstreekse contacten aangaan met de leveranciers. De rol van de dakdekker zou op die wijze naar zijn mening gereduceerd worden tot leverancier van arbeid terwijl alle risico’s bij diezelfde dakdekker blijven liggen.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam