Roofs 2003-09-03 Als het kalf verdronken is, dempt men de put’

       

Het laatste half jaar hoeven we niet alleen meer de vakbladen open te slaan om over daken te lezen. In de landelijke en regionale kranten, weekbladen, op internet en zelfs tijdens de nieuwsberichten op de televisie, wordt het dak en de daarop werkende dakdekker in het spotlight gezet.

Helaas zijn de nieuwsberichten vrijwel zonder uitzondering negatief. Er breekt, al dan niet door schuld van de dakdekker, brand uit, of het dak waait van het gebouw af. Het dak stort in tijdens een hoosbui of de dakdekkers werken onveilig op grote hoogte en worden beboet.

Omdat het binnen mijn vriendenkring alom bekend is dat ik beroepsmatig over de daken loop, wordt mij inmiddels regelmatig mijn visie gevraagd over al deze nieuwsitems. Met enig leedvermaak vraagt men zich af of er sprake is van structurele domheid. Ik antwoord dan als een adviseur: dat er regelgeving, normen, beoordelingsrichtlijnen, kwaliteitsrichtlijnen en certificaten zijn, maar men zich hier, om mij onduidelijke redenen, niet altijd aan houdt of naar gedraagt.

De berichtgeving heeft mij wel aan het denken gezet. Wie zoekt naar oplossingen ter voorkoming, wat is de oorzaak van de incidenten? In de problematiek herken ik ten eerste de ‘burgerlijke’ en ‘ambtelijke’ ongehoorzaamheid in het niet naleven van onderling afgesproken regels. Wie zijn de schuldigen en wie moet wie tot de orde roepen?

Het aanwijzen van schuldigen laat ik graag aan anderen over. Om een eind te maken aan die negatieve berichtgeving, moet het wel duidelijk zijn wie de ‘orde’ moet handhaven. Het is, getuige de nieuwe activiteiten die zichtbaar worden in de dakenmarkt, wel duidelijk dat er sprake is van een leemte aangaande dit aspect. Hier moet u denken aan adviesbureaus die de risico-inventarisaties op het gebied van veiligheid, wateraccumulatie, brandveiligheid, enz. verzorgen.

Het ontstaansrecht van de nieuwe activiteiten is legitiem. Zolang in het ontwerp- en uitvoeringsproces regels niet inzichtelijk of transparant zijn, is het, zo blijkt, een kwestie van markt scheppen en verkopen.

Daarom moeten we de basis van controle op het naleven van ‘regels’ actualiseren. Naar mijn idee is hier een belangrijke rol voor de overheid weggelegd. Het mag niet langer zo zijn dat de ambtenaren van Bouw en Woningtoezicht het dak een ondergeschikt onderdeel vinden tijdens de vergunningscontrole. Een deel waar op reguliere wijze handhaving van de regelgeving moet worden getoetst.

Het is dan ook noodzaak dat die ambtenaren de vaktechnische kennis in huis halen of aankopen. Getuige recente berichten wordt het inhuren van gecertificeerde bedrijven overwogen. Het specialisme is, zo blijkt na inventarisatie bij bouw- en woningtoezicht op daktechnisch gebied, gerelateerd aan bovengenoemde nieuwsitems, beperkt tot niet aanwezig. Om die reden is op dit moment wel duidelijk dat zij de ‘dakburgerlijke’ ongehoorzaamheid voorlopig niet zullen inperken.

De problematiek is echter zo actueel, dat er snelle actie gewenst is. Laat ik dit illustreren met mijn ervaringen betreffende de wateraccumulatie problematiek. Alle gemeenten zijn aangeschreven, om in beheer of in bezit zijnde publieke gebouwen te controleren op het risico van instorting door wateraccumulatie. Nadat de brief, helaas met een gemiddelde ambtelijke snelheid van enkele maanden, en een vervolg herinnering van VROM in behandeling zijn genomen, worden er conclusies getrokken, die ver staan van gewenste rekenkundige controle, zoals vastgelegd in de voorgeschreven normen. Zo zouden daken kleiner dan 1.000 m2 niet instorten, daken met een goed afschot voldoen en daken ouder dan vijf jaar bewezen hebben alle klimaatinvloeden te kunnen doorstaan. Zo zijn er nog vele statements te noemen. Een benadering van het probleem, die ik met ongeloof en verbazing aanhoor.

Gelukkig reageert de markt en biedt zij assistentie. Zo kan iedereen bij verschillende partijen terecht om in deze cases het dak op wateraccumulatie te laten berekenen. Maar wie weet nou nog of de regels correct worden toegepast?

Op het gebied van veiligheid is het al niet veel anders. Het maken van risico-inventarisaties blijkt een lucratieve bezigheid, zeker als je het kunt combineren met de verkoop van de voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen. Ook hier geldt: wat zijn de verplichtingen van de opdrachtgever ? Zijn de marktpartijen die om ‘commercieel’ gewin wel willen adviseren en handhaven correct bezig ? Als gebouweigenaar kun je nergens terecht met deze vragen.

Een ongewenste situatie omdat in de praktijk, zo blijkt uit de nieuwsberichten, dat we het in de dakenwereld nog niet zo goed voor elkaar hebben. Een eerste gewonde bij een dakinstorting, met een week later een bericht over een dodelijk valongeluk, deed mij denken aan één spreekwoord.

Het wordt in mijn visie dan ook tijd dat door de rijksoverheid aangestelde ordehandhavers weer functioneel aan het werk gaan met het controleren en handhaven van bouwregels. En als er besloten wordt kennis en kunde in te kopen, men er voor waakt voldoende kennis in huis te hebben, om te controleren of de uitbestede werkzaamheden voldoen aan de ‘regels’. De dakenbranche zou er aan moeten bijdragen deze kennis en kunde inzichtelijk aan te reiken.

Laten wij met elkaar voorkomen dat we nog langer ‘slecht nieuwsberichten’ over daken moeten lezen.

Nic-Jan Bruins

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam