Roofs 1999-05-12 "Er is niks mis met HCFK in hardschuim isolatie"

Het gebruik van HCFK als blaasmiddel in hardschuim dak- en gevelisolatie wordt in 2003 verboden. De producenten beschikken nu al over goede alternatieve blaasmiddelen die bij de productie nodig zijn. Toch gebruikt Recticel nog steeds HCFK's voor de productie van een aantal specifieke hardschuim producten. In sommige kringen mag het gebruik dan omstreden zijn, op de fabriek in het Belgische Wevelgem komen ze er rond voor uit.

Dat Hydro Chloor Fluor Koolwaterstoffen (HCFK's) de ozonlaag afbreken, mag zo langzamerhand als algemeen bekend worden verondersteld. Met name vanuit de milieubeweging wordt met niet aflatende inspanning gewaarschuwd voor de schadelijke effecten die aan de toepassing van de verbindingen kleven. En eerlijk is eerlijk: alle maatregelen die een bijdrage leveren aan verkleining van het gat in de ozonlaag (of er in elk geval voor zorgen dat het gat niet groter wordt) moeten worden omarmd. Dat vinden ook de EG-lidstaten en vandaar dat na het eerdere verbod van CFK's nu ook de toepassing van HCFK's aan banden wordt gelegd. Alleen voor die toepassingen waarbij vaststaat dat het milieu er geen schadelijke effecten van ondervindt, blijft er nog enige ruimte.
Het gebruik van HCFK's hoeft niet per definitie schadelijk te zijn. Wanneer er nu maar voor wordt gezorgd dat bij de fabricage, verwerking en sloop de HCFK's niet kunnen vrijkomen dan wel volledig worden afgebroken, is er eigenlijk niets aan de hand. Op zo'n 'veilige' manier vindt de productie plaats van polyurethaan hardschuim bij Recticel in Wevelgem.

"Niet vies"

"De overheid wil op zeker spelen," zegt Jan Brandt, directeur van Recticel BV Insulation. "Daarom is het toekomstige verbod van HCFK's absoluut. Maar als deze verbindingen vies zouden zijn, had Recticel er nooit voor gekozen om ze voor bepaalde producten toe te passen." Brandt wijst erop dat het blaasmiddel HCFK in de cellenstructuur van het hardschuim opgesloten blijft. Wanneer het materiaal aan het einde van zijn levenscyclus in een afvaloven terecht komt zoals dat in een aantal West-Europese landen waaronder Nederland gebeurt, is er nog steeds niets aan de hand. Bij een temperatuur tussen de 600 en 750 graden Celsius valt de verbinding volledig uit elkaar en blijft er niks schadelijks meer over. En de temperaturen waarmee de moderne verbrandingsinstallaties werken, liggen op een beduidend hoger niveau.

Toch blijft het in zekere zin merkwaardig dat een producent die een aanzienlijk deel van de Europese markt van hardschuim producten voorziet, kiest voor het gebruik van HCFK's terwijl er met bijvoorbeeld pentaan een alleszins redelijke alternatief beschikbaar is. Wim Giebens, bij Recticel in België verantwoordelijk voor de ontwikkeling en applicatie van de producten, heeft er een simpele verklaring voor. "Een van de kwaliteiten van hardschuim is dat je met betrekkelijke kleine diktes grote isolatiewaarden kunt realiseren. Op dat punt onderscheiden we ons met PUR zonder meer van andere isolatiematerialen. Als we de HCFK's vervangen door pentaan moeten we voor een gelijkwaardige isolatie naar iets grotere diktes. HCFK's hebben namelijk een geringere warmtegeleiding dan pentaan. Op zichzelf is daar nog mee te leven. Het zijn dan ook niet de isolerende eigenschappen die voor Recticel de doorslag hebben gegeven om HCFK te blijven gebruiken, maar het brandgedrag. We passen HCFK uitsluitend toe bij die producten waar zware eisen worden gesteld ten aanzien van de brandveiligheid. Op de gehele productie van Recticel is dat hooguit een paar procent."
Tot die paar procent behoren onder meer platen voor binnenisolatie en de in de dakenbranche bekende Taufoam platen voor isolatie van staaldaken. Taufoam is een thermisch stabiele polyurethaan plaat waar verhoudingsgewijs veel isocyanaten aan zijn toegevoegd. De Taufoam plaat is daarom eigenlijk meer een PIR- dan een PUR plaat.

Franse markt

HCFK's dus in plaats van pentaan wanneer er hoge eisen gelden wat betreft brandgedrag.
Zo eist men bijvoorbeeld in Frankrijk reeds geruime tijd dat alle isolatieproducten op stalen daken een brandreactieklasse M1 halen volgende de norm NFP 95-501. Dezelfde trend vindt men terug in België en Nederland.
"Recticel kon zich niet veroorloven om een afwachtende houding aan te nemen op deze markt," aldus Brandt. "We dreigden een behoorlijk marktaandeel te verliezen aan de steenwolisolatie industrie omdat we met de pentaangeblazen platen niet altijd de vooropgezette classificaties konden halen. Dit alles heeft vooral te maken met de kleinschaligheid van de proeven waaraan in Europa tot dusver een uitzonderlijk groot belang wordt gehecht en die vervolgens dus ook de basis vormen voor de brand classificaties. In tegenstelling tot Amerika waar ten aanzien van de brandvei-ligheid gekeken wordt naar de totale constructies, houdt Europa hardnekkig vast aan kleinschalige proeven. Proeven volgens de Amerikaanse grootschalige testopstelling op basis waarvan het FM-approval wordt afgegeven, wijzen uit dat zowel PIR 141 B als PIR pentaan geblazen schuimen geen aanleiding geven tot brandvoortplanting bij hun toepassing op stalen daken. Testen op brandweerstand van een stalen dak geïsoleerd met Powerdeck toonden aan dat met een brandweerstand van meer dan 36 minuten kan halen. Recticel gelooft erin dat een pentaan geblazen Taufoam een gelijkwaardig resultaat zal opleveren.
Daarmee voldoen ze dus aan de NEN 6065. Bij een temperatuur van 450 graden Celsius verkoolt Taufoam en die verkoolde laag functioneert vervolgens als een scherm dat brandoverslag verhindert.

Bij de kleinschalige Europese brandreactietesten focust men zich echter vooral op het brandgedrag van materialen op zich. Grootte en prestatie van de stalen, de gebruikte warmtebronnen staan vaak ver van de werkelijke omstandigheden in een constructie. In deze classificaties maakt het gebruik van HCFK's in plaats van pentaan wel vaak een verschil uit. Ze zijn echter meestal niet relevant voor het werkelijke brandgedrag van een constructie. Om dezelfde reden is de opsplitsing in brandbare en niet brandbare materialen een fel overdreven simplificatie.
Hoe dan ook, in 2003 geldt voor de toepassing van HCFK's in dak- en gevelisolatie een absoluut verbod. Is het achteraf verstandig geweest om voor de resterende jaren HCFK's te gebruiken terwijl er nu al een goed alternatief is en alleen de naam al -zeker in milieukringen- bij velen kippenvel veroorzaakt? Loopt Recticel bovendien niet het risico dat de prestaties van de dak- en spouwisolatie wat betreft warmteweerstand en brandgedrag vanaf 2003 wat terug zullen lopen ten opzichte van de prestaties nu. Pentaangeblazen schuim heeft immers een iets lagere warmtegeleiding en met het blaasmiddel blijkt het moeilijk om aan de brandveiligheidseisen te voldoen. "Wij maken ons geen zorgen over de situatie na 2003," zegt Giebens op besliste toon. "Op de eerste plaats hebben de ontwikkelingen bij Amerikaanse producenten niet stilgestaan. In de VS heeft PIR isolatie een groot marktaandeel. Het is logisch dat daar het hardst naar een oplossing wordt gezocht. Het antwoord zal bestaan uit PIR schuimen geblazen met HFK's of mengsels ervan met pentaan. Wat gedrag betreft ligt het dicht bij de freon's alleen de chloorverbinding ontbreekt. En op de tweede plaats is er een duidelijke trend in de Europese regelgeving waarbij -net als in Amerika- men meer wil gaan kijken naar het brandgedrag van het product in zijn toepassing. Wij verwachten dan ook dat het systeem van de kleinschalige Europese tests wordt verlaten en dat er een systeem voor in de plaats komt dat meer lijkt op het Amerikaanse performance based classificatie systeem."

 

door: Mari van Lieshout



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam