Roofing Holland 1998-09-36 Trocal S en Sikaplan 12G gaan met gemak 30 jaar mee

In opdracht van HT Nederland heeft BDA onderzoek verricht naar het gedrag van Trocal en Sikaplan daken in de praktijk. Op basis van de bevindingen mag de levensduur minimaal op 25 jaar gesteld worden voor toepassing in losliggende en geballaste systemen. Voor mechanisch bevestigde systemen ligt deze inschatting op minimaal 30 jaar.

Daken voorzien van een PVC dakbedekking hebben in Nederland een betrekkelijk korte geschiedenis. Pas in het begin van de jaren zeventig zijn in Nederland PVC-daken op grotere schaal geïntroduceerd. Een belangrijke rol bij die introductie speelde HT Nederland. Het was deze onderneming die Trocal S en in een later stadium Sikaplan 12 G op de Nederlandse markt bracht. Begin dit jaar gaf HT Nederland opdracht aan BDA Dakadvies om onderzoek te verrichten naar de verwachte levensduur van deze PVC-dakbedekkingen.
Vijftien daken heeft BDA uit een referentielijst van 30 projecten onderzocht. Daarbij is geprobeerd een zo gelijk mogelijke verdeling te verkrijgen wat betreft daken met verschillende bevestigingswijzen.
Elke dakbedekking heeft zijn eigen achilleshiel. Bekend is dat die hiel bij PVC de weekmaker betreft. Naarmate het materiaal ouder wordt, daalt het percentage weekmakers met als gevolg dat de kwaliteit afneemt. Op ieder project zijn ten behoeve van het onderzoek één of meer insnijdingen gemaakt ter plaatse van de overlap. Aan de hand van deze monsters is het weekmakergehalte van het geëxposeerde deel van het monster bepaald. Indien mogelijk werd ook het weekmakergehalte van het niet-geëxposeerde deel (het 'flapje' aan de onderzijde ter plaatse van de overlap) onderzocht. Verder is de koudebuigtemperatuur en de dikte van zowel het geëxposeerde als het niet-geëxposeerde materiaal onderzocht.
Aan de hand van het verloop in het weekmakergehalte in de loop van de tijd kan een inschatting worden gemaakt van de resterende levensduur. Om die reden heeft BDA ook een aantal 'jongere' daken in het onderzoek betrokken.
Het oudste dak betrof dat van Schadebo te 's-Hertogenbosch. In 1976 werd dit dak gemaakt met Trocal S. De overige daken zijn alle gerealiseerd in de eerste helft van de jaren tachtig.
Inherent aan een onderzoek naar de conditie van de daken is dat er in het verslag per definitie melding wordt gemaakt van aangetroffen gebreken en onvolkomenheden. Bij de presentatie van het onderzoek werden deze punten uiteraard aangehaald. Enkele verwerkers waren daar minder gelukkig mee omdat zoals zij stelden "zij slechts bij hoge uitzondering klachten ontvingen."
En dat kan kloppen, want ook in het onderzoeksrapport wordt nadrukkelijk gesteld dat de algemene indruk van de onderzochte daken goed tot zeer goed is. Het uiterlijk van de daken is overigens niet altijd even fraai. Soms is in bepaalde situaties verkleuring geconstateerd. Lokale invloeden zoals vervuiling, onderliggende bevestigers en reparaties kunnen grote kleurverschillen geven.

Weekmakergehalte

In tegenstelling tot de meeste andere bouwmaterialen is bij PVC een redelijk betrouwbare inschatting te maken van de te verwachte levensduur. De prestatiekwaliteit wordt namelijk sterk bepaald door het gehalte aan weekmakers dat er voor moet zorgen dat het materiaal soepel blijft. Doorgaans wordt als kritische ondergrens een weekmakergehalte aangehouden van 20% (m/m).
Uit de onderzoeksresultaten volgt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de losliggende en geballaste systemen (hierbij wordt uitsluitend Trocal SGmA toegepast) en de mechanisch bevestigde systemen (hier Trocal S of Sikaplan G toegepast). Voor de laatste twee materialen geldt bovendien dat er een substantieel verschil is tussen de oorspronkelijke weekmakergehaltes. Deze kunnen aan de hand van het 'flapjesonderzoek' en onderzoekservaringen worden ingeschat als 38 % voor Trocal en 32 % voor Sikaplan.
Uit ander onderzoek is bekend dat het verloop van weekmakerverlies in de tijd een soort S-curve in spiegelbeeld vertoont. Dat wil zeggen, dat er in de eerste vijf jaar maar heel weinig verlies is, relatief het meeste verlies optreedt in de daarop volgende tien jaar en dat na het vijftiende jaar het verlies minder snel gaat. Echter ook bekend is dat er in de praktijk nogal wat spreiding kan bestaan. Om daarmee om te gaan wordt wel gewerkt met een bandbreedte die zo goed mogelijk de gevonden resultaten volgt. Hierdoor ontstaat er een lijn die de algemene indruk weergeeft en in relatie daarmee een veilige boven- en ondergrensgrens. Uit deze methodiek volgt dat een veilige inschatting voor de minimale levensduur van Trocal SGmA, toegepast in losliggende en geballaste systemen 25 jaar bedraagt. Voor mechanisch bevestigde systemen ligt deze inschatting op meer dan 30 jaar. Omdat de curves in dat gebied nogal vlak worden, is niet meer nauwkeurig aan te geven hoe de dakbanen presteren na die periode. Waarschijnlijk in deze niet geballaste uitvoering nog tientallen jaren.

Koudebuigproef

De resultaten van de koudebuigproef ondersteunen in algemene zin de indruk die is verkregen met de bepaling van het weekmakergehalte. Het lijkt erop dat bij weekmakergehaltes boven de 28 % de koudebuigtemperatuur -20 oC of lager is en bij lagere weekmakergehaltes de koudebuigtemperatuur tussen -10 en -20 oC zit. Uit eerder onderzoek dat is uitgevoerd voor de Stichting Bouwresearch volgt dat bij weekmakergehaltes lager dan 20 % de koudebuigtemperatuur hoger ligt dan -10 oC.
De bevindingen aan een van de monsters dat afkomstig was van een foliedeel dat onder grindballast heeft gelegen en een foliedeel vanonder tegels, rechtvaardigen de veronderstelling dat vervuiling een belangrijke rol speelt in de mate van weekmakeruittreding. Ook de verschillen van de objecten onderling wijzen in die richting.
Gebleken is dat de kwaliteit van de scheidingslaag tussen bijvoorbeeld polystyreenschuim en PVC eveneens een rol speelt. In het algemeen mag worden gesteld dat een scheidingslaag noodzakelijk is. Dat wil zeggen dat ook op gecacheerd polyurethaanschuim (zelfs met een speciale cachering) en minerale wol een scheidingslaag van minimaal 200 g/m2 compact polyestervlies moet worden aanbevolen.

Zoals gesteld is de algemene indruk van de technische conditie van de onderzochte Trocal en Sikaplan daken volgens BDA goed tot zeer goed. De kwaliteit van de uitvoering heeft bijgedragen tot deze constatering. In het algemeen is er netjes en strak gewerkt, zijn de overlappen deugdelijk en de details vakkundig uitgevoerd.
Met uitzondering van enkele mechanische beschadigingen, vormen de aangetroffen onvolkomenheden geen gevaar voor de waterdichtheid. De onvolkomenheden kunnen worden samengevat als: scheurvorming van Trocal S ter plaatse van voegen in daktrimconstructies; plooivorming bij opstanden, vooral bij dakhoeken als gevolg van krimpverschijnselen; aftekening van mechanische bevestiging bij Trocal S daken (vloeistof gelast op mechanisch bevestigde schijven bij een vrij zachte ondergrond); mechanische beschadiging door vogelpik en op een enkel werk was een daktrimconstructie losgetrokken als gevolg van krimp.

Aanbevelingen

Op grond van de onderzoeksresultaten wordt aanbevolen voor Trocal en Sikaplan een ondergrond toe te passen die voldoet aan begaanbaarheidsklasse C (volgens BRL 1309) inzake thermische isolatiematerialen. Daarnaast moet altijd een scheidingslaag van compact polyestervlies van tenminste 200 g/m2 worden toegepast.
Bij losliggende en geballaste bedekkingen wordt aanbevolen vervuiling zoveel mogelijk te beperken door toepassing van tegels in plaats van grind. Vervuiling zal ook minder optreden bij gebruik van een geschikte scheidingslaag (bijvoorbeeld polypropyleenvlies) tussen Trocal SGmA en grind. Wanneer tegelballast als geheel niet mogelijk of haalbaar is, wordt aanbevolen om in elk geval rond de afvoeren circa 10 m2 tegels op tegeldragers toe te passen. Een laatste aanbeveling van BDA gaat in de ogen van veel beheerders misschien wat ver: aanbevolen wordt om de ballastlaag om de tien jaar schoon te maken. Het is betrekkelijk kostbaar onderhoud maar vanuit technisch oogpunt wel wenselijk.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam