Roofing Holland 1998-05-12 "Milieuverklaringen missen eenduidigheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid"

Zelden heeft een gebeurtenis zoveel stof doen opwaaien als de afgifte van de milieuverklaringen door BDA aan Wand- & Dakprodukten en Empol. Slechts enkele door Roofing Holland benaderde organisaties wilden openlijk reageren. Maar bekend is wel dat bij de Stichting Bouwkwaliteit diverse klachten zijn binnengekomen.

Wand- & Dakprodukten en Empol wilden de dakenmarkt verrassen met de milieuverklaring die begin dit jaar door Bureau Dak Advies (BDA) Milieu werd afgegeven. Het effect is niet onopgemerkt gebleven. De markt reageerde inderdaad verrast, of beter gezegd: verontwaardigd. De Stichting Bouwkwaliteit SBK meldt diverse klachten over het nieuwe product van BDA Milieu. De strekking van de meeste klachten is dat er verwarring ontstaat over de status van de milieuverklaring ten aanzien van de bestaande verklaringen. Spoedberaad tussen BDA, SBK en de vereniging van toeleveranciers voor de bouw (NVTB) volgde. Bij die gelegenheid verklaarde BDA nadrukkelijk dat er geen sprake is van een kwaliteitscertificaat maar van een rapport dat tot stand is gekomen op basis van een zorgvuldige toetsing.
Verwarring ook over de rol van BDA-Intron, begrijpelijk want een associatie met het certificeringsinstituut ligt voor de hand. Haastig werd medegedeeld dat BDA-Intron op generlei wijze bij de totstandkoming en uitgifte van de milieuverklaring betrokken is geweest. BDA laat weten 'het ontstane misverstand te betreuren en zal onderzoeken hoe de verschijningsvorm van de milieuverklaring zodanig kan worden aangepast dat een eventuele verwarring met een officieel kwaliteitscertificaat kan worden voorkomen. Bovendien zal worden onderzocht of er voldoende draagvlak is om tot een beoordelingsrichtlijn en een daaraan verbonden certificatie te komen.'

"Wédéflex-reflex"

De reactie van BDA neemt de onrust niet weg. Integendeel. De Wédéflex zoals directeur C. Richter van Stichting Bouwkwaliteit de opwinding aanduidt, trad onmiddellijk in werking. "Iedereen, ook SBK, liep en loopt te hoop tegen de actie van BDA Milieu en enkele producenten die een Milieuverklaring 1998 en een BDA Rapport van technische controle op de markt brachten. Want wat is er in essentie aan de hand. BDA Milieu heeft een onderzoek verricht en in de vorm van rapportage leentje buur gespeeld bij de gezaghebbende Komo Kwaliteitsverklaringen. Dat is onjuist, verwarrend, onduidelijk en gebeurt ook nog eens precies op een moment dat gebruikers van kwaliteits- en andere verklaringen zoals het AVBB, hardop klagen dat ze door de bomen het bos niet meer zien. Iedereen vindt dat er meer transparantheid moet komen."
Op microniveau, de commerciële producent, is het volgens SBK verklaarbaar maar ongewenst. Macro gezien, voor de grootgebruikers van kwaliteitsverklaringen, is de actie absoluut niet meer te volgen. De onafhankelijke certificeringssturctuur wordt daarmee ondergraven.
Richter laat fijntjes weten dat overigens eenieder zich een eigen oordeel kan vormen over de waarde, diepte, breedte en tijdscope van dit BDA Milieu advies.
Kan de markt van deze gebeurtenis iets opsteken? "Het uiterlijk van de Milieuverklaring is in elk geval verfrissend," zegt Richter. "Komo Kwaliteitsverklaringen zou daar iets van kunnen leren. Inhoudelijk zouden de Komo Kwaliteitsverklaringen meer ruimte moeten gaan bieden aan specifieke kwaliteitsopties. In de nationale beoordelingsrichtlijnen moeten deze specifieke kwaliteitsopties worden herschreven. In de Komo Kwaliteitsverklaring wordt de door de producent gekozen optie als extra kwaliteitspunt aangegeven voor zijn product. En hiermee kunnen producenten zich onderscheiden binnen de certificeringsstructuur. "Op die manier ontstaat er ruimte voor productdifferentiatie in kwaliteitsverklaringen en worden initiatieven als milieuverklaringen overbodig."
Het woord is aan de producenten, gebruikers en certificerende instellingen, vindt SBK. Het gezamenlijke College van Deskundigen in oprichting voor dakbedekking en isolatie is hiervoor het natuurlijke platform.

Niet zorgvuldig

Desgevraagd laat Venedak weten de afgifte van de milieuverklaring onder andere te bekritiseren vanwege het ontbreken van een zorgvuldige procedure. Normen en kwaliteits/milieuverklaringen dienen onafhankelijk, betrouwbaar, geloofwaardig en eenduidig te zijn, stelt Venedak. Om dit te bewerkstelligen dienen de criteria te worden gedragen door de betrokken branches, in dit geval opdrachtgevers, verwerkers, industrie en overheid etc. Ten behoeve van de kwaliteitsverklaringen en normen wordt daarom vóóraf een platform geïnstalleerd met alle representatieve partijen. Na een openbare publicatie, waarna iedereen kritiek kan leveren, stelt het platform samen met het betrokken onafhankelijke instituut de criteria vast voor de verklaringen (certificatieinstellingen en SBK) c.q. normen (NNI). "Deze zorgvuldige structuur kost tijd maar is de enige manier om onafhankelijke, betrouwbare, geloofwaardige en eenduidige normen en verklaringen te realiseren. De criteria voor de BDA Milieuverklaringen zijn niet op zorgvuldige wijze vastgesteld. Dat het reglement voor afgifte van milieuverklaringen (dd. 5 februari 1998 ) spreekt over een commissie van toezicht die in de loop van 1998 wordt ingesteld, achten wij volstrekt onvoldoende. De toetsing van en de discussie over de criteria dienen vooraf plaats te vinden. Venedak kan zich overigens niet voorstellen dat gerespecteerde personen en organisaties zich ervoor laten lenen om achteraf criteria en procedures te accorderen."

Geloofwaardigheid

Illustratief voor de (on)geloofwaardigheid van de milieuverklaring noemt Venedak de stap van BDA-Intron om zich openlijk te distantiëren van de onder verantwoordelijkheid van de BDA-groep afgegeven milieuverklaring. Dan moet men het als organisatie wel erg bont gemaakt hebben, zo reageert Venedak. "De twijfel over de kwaliteit van de BDA Milieuverklaringen wordt verder gevoed door de stellingname van de SBK die BDA sommeerde de inhoud van de milieuverklaringen drastisch aan te passen." Het realiteitsgehalte van de verklaring wordt verder geweld aangedaan door de mogelijkheid te bieden om op basis van een intentieverklaring (bijvoorbeeld binnen twee jaar een milieuzorgsysteem implementeren) aan een criterium te voldoen. Kortom, onafhankelijke verklaringen behoren iets te zeggen over de situatie van dit moment, stelt Venedak. De BDA Milieuverklaringen voldoen niet aan het criterium van de geloofwaardigheid.
"Voor de gebruikers van verklaringen is eenduidigheid een eerste vereiste. Zonder eenduidigheid vergelijkt men appels met peren. Om eenduidigheid te bewerkstelligen is de afgifte van verklaringen in de bouwbranche strikt geregeld. De Stichting Bouwkwaliteit is door alle bouwpartners aangewezen zorg te dragen voor de noodzakelijke coördinatie. De criteria voor de BDA Milieuverklaring, maar ook de PRS Normverklaring zijn buiten dit traject opgesteld en verminderen derhalve de eenduidigheid. Daarnaast vertroebelen de criteria van de milieuverklaring de transparantie nog verder. Een beoordelingssystematiek waarbij vier van de zes beoordelingsaspecten naar keuze kunnen worden ingevuld, leidt automatisch tot onvergelijkbare verklaringen en kunnen daarom nooit in het belang van de gebruiker zijn."

Betrouwbaarheid

De inhoud van de milieuverklaring zakt in de visie van Venedak tot een zeer bedenkelijk niveau terug als het aspect 'milieuprofiel (LCA)' nader wordt bestudeerd. Letterlijk staat er: 'Als toets wordt het branchebrede milieuprofiel gebruikt conform de handleiding van de NVTB voor het genereren van milieurelevante productinformatie (MRPI) door producent/leverancier. Dit heeft geleid tot een aantal verbeteringen van het productieproces...' Dit is een nietszeggend statement, vindt Venedak. Zowel de NVTB-handleiding als het branchebrede milieuprofiel voor bitumineuze dakbedekkingsmaterialen zijn nog niet vastgesteld. In het NVTB-project 'Milieurelevante productinformatie (MRPI)' dat naar verwachting in de loop van dit jaar wordt afgerond, wordt hard gewerkt om procedures en criteria voor alle bouwproducten vast te leggen. Pas na afronding van dit project wordt het mogelijk betrouwbare, eenduidige en geloofwaardige milieurelevante productinformatie naar de markt te communiceren. Venedak heeft reeds in een vroeg stadium ingezien dat milieu-informatie daarmee valt of staat. Om de eenduidigheid in de dakbedekkingsbranche te stimuleren heeft zij daarom als NVTB-lid, de deelname aan het NVTB-project 'Milieurelevante productinformatie' bewust via de Stichting Dak & Milieu laten lopen. Hierdoor zijn ook een aantal niet-Venedak-leden bij dit belangrijke project betrokken. De bitumineuze dakbedekkingsindustrie heeft de noodzakelijke milieukengetallen al verzameld, zodat kort na afronding van het NVTB-project een getoetst branche gemiddeld milieuprofiel naar de markt kan worden gecommuniceerd. "De suggestie dat een dergelijk branche gemiddeld milieuprofiel al is vastgesteld is echter onjuist. Men kan zich daarom afvragen wat BDA Milieu ten behoeve van de milieuverklaring heeft beoordeeld."

Al met al zet Venedak grote vraagtekens bij de waarde en het nut van de BDA Milieuverklaringen. De vereniging stelt ervan overtuigd te zijn dat de markt niet gediend is met dergelijke initiatieven die de eenduidige informatieverstrekking in de markt verstoren. Vraagtekens plaatst Venedak bij de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de milieuverklaringen. De vereniging adviseert iedereen nog even geduld in acht te nemen totdat het MRPI-project van de NVTB is afgerond. Vanaf dat moment zal de gehele bouwtoelevering in staat zijn op eenduidige, geloofwaardige en betrouwbare wijze milieu-informatie te verstrekken over haar producten. Voor de meer bedrijfsmatige milieuaspecten zijn er al officiële certificatietrajecten, zo stelt Venedak. Ten aanzien van dit thema scheppen de milieuverklaringen eerder onduidelijkheid dan de gewenste duidelijkheid.

Allerlei soorten en maten

Ook certificerings- en keuringsinstituut Kiwa heeft weinig op met de BDA Milieuverklaringen. Kiwa uit zijn kritiek indirecter maar de boodschap is er niet minder duidelijk om. Kwaliteitsverklaringen, normverklaringen, milieuverklaringen, fabrikant-eigen verklaringen; ze zijn er in allerlei soorten en maten, verzucht Kiwa bij monde van Arno Bron. "Iedereen kan deze documenten afgeven maar om de waarde van zo'n document goed te kunnen bepalen, moet een dergelijk document worden beoordeeld op vier aspecten: Wat staat erin? Op welke grondslag is het afgegeven? Wie heeft de verklaring afgegeven en wordt er al dan niet doorlopend gecontroleerd?"
Kiwa waarschuwt nooit af te gaan op de titel of het mooie voorblad omdat vaak diverse criteria facultatief zijn. Bron wijst op het verschil tussen een certificaat en een verklaring. Een certificaat is altijd afgegeven op basis van vastgelegde criteria en bij een verklaring hoeft dit niet het geval te zijn. Gebruikers moeten vragen wie de criteria heeft opgesteld en of deze geaccepteerd zijn door belanghebbende partijen. Van belang is ook wie de verklaring heeft afgeven. Is het de fabrikant zelf of een zogenoemde derde partij? Als er een derde partij bij is betrokken, is het van belang dat deze partij ook wordt gecontroleerd op zijn werkwijze.
"Om duidelijkheid te scheppen binnen Nederland is er de afgelopen jaren een zorgvuldig systeem van certificatie opgebouwd," zegt Bron. "Indien een certificaat is afgegeven door een door de Raad voor Accredidatie geaccrediteerde instelling dan is de inhoud van het certificaat altijd uniform. De certificaten zijn dan ook afgegeven op basis van beoordelingsrichtlijnen die zijn geaccepteerd door Colleges van Deskundigen. Daarbij is gewaarborgd dat alle belanghebbende partijen vertegenwoordigd zijn in deze colleges."
Een derde punt is volgens Bron dat een door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde instantie doorlopend wordt gecontroleerd op de juiste werkwijze bij certificatie en het tot stand komen van beoordelingsrichtlijnen. Daartoe behoort tot slot ook de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing of maatregel van de betreffende instantie. De term 'certificaat' impliceert een doorgaande controle. "Als een certificaat of verklaring niet door een door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde instelling is afgegeven, moet de gebruiker de waarde ervan op zijn minst toetsen aan de hand van de vier genoemde aspecten."



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam