Roofing Holland 1998-05-08 In hoeverre zijn de milieuverklaringen geaccepteerd?

De sleutel voor het uitbrengen van documenten of verklaringen waarvan men verwacht dat ze algemeen geaccepteerd zullen worden zit vervat in de woorden 'breed maatschappelijk gedragen richtlijnen en normen'. De recentelijk door BDA-Milieu en BDA-Keur uitgebrachte verklaringen zijn, gezien de ontstane opwinding in de dakbedekkingsbranche, zeker niet opgesteld op basis van breed maatschappelijk gedragen richtlijnen of normen.

Om inzicht te krijgen in welke procedures gevolgd kunnen worden om uiteindelijk de kwalificatie breed maatschappelijk gedragen aan een norm of richtlijn te kunnen toekennen zijn de procedures van twee vooraanstaande organisaties die pretenderen dergelijke documenten op te stellen hieronder kort samengevat.
De eerste organisatie betreft het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI). Het NNI is de organisatie in Nederland onder wiens verantwoordelijkheid NEN-normen worden opgesteld en die NEN-normen uitgeeft. Het doel van NEN-normen is het eenduidig vastleggen van de wijze waarop met een bepaald aspect moet worden omgegaan. Bijvoorbeeld de windbelasting op dakbedekking.
Dit aspect is in de norm NEN 6702 eenduidig vastgelegd, zodat iedereen op dezelfde wijze, met dezelfde uitgangspunten een berekening maakt en iedereen voor hetzelfde dak tot dezelfde uitkomst komt. Deze norm heeft het predikaat breed maatschappelijk gedragen; er zijn immers geen belangrijke marktpartijen die zich tegen het gebruik van deze norm verzetten.

   
   

Gangbare procedure

Wat is de gangbare procedure voor het opstellen van NEN-normen? Het NNI start een procedure voor het opstellen van een norm naar aanleiding van een bij het NNI binnen gekomen verzoek om voor een bepaald onderwerp een norm op te stellen. Dit verzoek kan van de overheid komen, maar ook van het bedrijfsleven kan een dergelijk verzoek komen. Het NNI onderzoekt eerst of er belangstelling is voor een norm met dat onderwerp en benadert hiertoe belanghebbende partijen met de vraag of deze geïnteresseerd zijn in dit onderwerp.
Belanghebbende partijen kunnen zijn: overheid, handel, fabrikanten, gebruikers, verwerkers, ontwerpers, eigenaren van onroerend goed, wetenschappers, kennis overdracht partijen etc. Voordat daadwerkelijk tot het opstellen van de norm wordt overgegaan moet het NNI de financiering van de werkzaamheden rond krijgen. Het kan zijn dat de overheid het project volledig financiert of dat belanghebbende partijen brengen gezamenlijk de kosten voor het opstellen van de norm op. Als de financiering rond is start het normaliseringswerk met het instellen van een normcommissie. De normcommissie bestaat uit vertegenwoordigers van de geïnteresseerde belanghebbenden. Eventueel worden vanuit de normcommissie werkgroepen gevormd (meestal specialisten die een onderdeel van het project uitwerken).
De normcommisie stelt een ontwerpnorm op. Deze norm wordt gedurende een periode ter kritiek gelegd (voor ieder toegankelijk). De binnen gekomen kritiek wordt door de normcommissie beoordeeld, de ontwerpnorm wordt desgewenst aangepast. Hierna wordt de norm ter goedkeuring aangeboden aan de NNI beleidscommissie, na goedkeuring door deze commissie is de norm definitief.

Een andere procedure volgt Stichting Bouwkwaliteit (SBK). In de bouw wordt gebruik gemaakt van documenten, die aangeduid worden met de term Kwaliteitsverklaringen. De Stichting Bouwkwaliteit heeft de taak ervoor te zorgen dat de bouw in Nederland kan beschikken over bruikbare kwaliteitsverklaringen. Van een bruikbare kwaliteitsverklaring kan slechts sprake zijn als wederom de term breed maatschappelijk gedragen van toepassing is.
Voordat sprake kan zijn van een kwaliteitsverklaring moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn:

  • Het opstellen van een kwaliteitsverklaring is voorbehouden aan onafhankelijke certificeringsinstituten
  • Een kwaliteitsverklaring mag alleen worden afgegeven volgens de regels die voor het betreffende onderwerp zijn vastgelegd in een 'nationale beoordelingsrichtlijn'
  • De certificeringsinstituten mogen een kwaliteitsverklaring alleen afgeven als zij voor het betreffende onderwerp zijn erkend door de Raad voor Accreditatie

Nationale Beoordelingsrichtlijn

Een kwaliteitsverklaring kan pas breed maatschappelijk gedragen zijn als de Nationale Beoordelingsrichtlijn (BRL) hieraan voldoet.
Wat is de gangbare procedure voor het opstellen van een BRL? Een beoordelingsrichtlijn wordt altijd opgesteld onder verantwoording van een certificeringsinstelling met één of meer eigen adviescolleges. Voor producten uit de dakenbranche zijn dat: BDA-Intron, BKB en KIWA.
Aangezien de beoordelingsrichtlijn nationale werking krijgt, is het van belang dat belanghebbende partijen (dezelfde als genoemd zijn bij normering), bij het opstellen van de beoordelingsrichtlijn, hun verlangens naar voren kunnen brengen. Door de Harmonisatie Commissie Bouw zijn regels vastgelegd voor het opstellen van beoordelingsrichtlijnen. Deze regels hebben betrekking op twee aspecten:

  • De belanghebbende partijen moeten voldoende gelegenheid hebben om hun gerechtvaardigde verlangens te uiten.
  • Aan de beoordelingsrichtlijn zelf worden randvoorwaarden gesteld.

Het rekening houden met verlangens van belanghebbenden wordt onder andere gedaan door het instellen van een begeleidingscommissie en door een ontwerp beoordelingsrichtlijn ter kritiek te leggen en deze kritiek in overweging te nemen. Om het maatschappelijk draagvlak te verhogen moet een beoordelingsrichtlijn bij voorkeur gebaseerd zijn op nationale of internationale normen die er voor het te certificeren onderwerp voor handen zijn.
Een door een certificeringsinstelling opgestelde beoordelingsrichtlijn wordt door de Harmonisatie Commissie Bouw ook getoetst. Beoordeeld wordt of in voldoende mate rekening is gehouden met gerechtvaardigde verlangens van belanghebbenden. Als aan alle voorwaarden is voldaan wordt de opgestelde BRL verheven tot nationale beoordelingsrichtlijn. Op basis hiervan kunnen kwaliteitsverklaringen worden afgegeven.

Inspraak

Uit het bovenstaande blijkt dat de gerenommeerde instituten welke betrokken zijn bij het opstellen van normen en beoordelingsrichtlijnen bij hun procedures veel aandacht schenken aan inspraak en de meningsuiting van alle belanghebbende partijen om vooral te komen tot een 'Breed maatschappelijk gedragen richtlijn of norm'.

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam