Roofing Holland 1998-03-06 PRS Derbigum introduceert eigen normverklaring

PRS Derbigum verlaat als eerste in de dakenbranche de VB-coderingen en introduceert in de plaats daarvan een eigen normverklaring. Volgens algemeen directeur van Empol, Alexander van de Pol, is besloten om tot een PRS normverklaring over te gaan omdat de kwaliteit van de dakbedekking een betere aanduiding verdient dan met de VB-coderingen mogelijk is. Op 12, 13 en 14 maart jl. werden de erkenninghouders op de hoogte gebracht.

 Een opmerkelijke actie. Zo mag de stap van PRS Derbigum om formeel een eigen norm te stellen op zijn minst worden genoemd. Een opmerkelijke stap om twee redenen. Op de eerste plaats omdat Derbigum met haar PRS normverklaring als enige in de dakenbranche eigenzinnig kiest voor de fabrieks-eigen-verklaring. En opmerkelijk ook omdat de controle op deze verklaring wordt afgegeven door BDA keur. Hiermee laat BDA in zekere zin een systeem los waarvan het mede zelf aan de wieg heeft gestaan.
Producenten en afnemers hebben al vaker hun bedenkingen geuit tegen de gehanteerde VB-systematiek. Waar komen de irritaties eigenlijk vandaan, wat deugt er niet aan het huidige VB-systeem waarmee de branche inmiddels al weer zo'n tien jaar vertrouwd is? "Wij hebben er grote moeite mee dat we door gebruikmaking van de VB-coderingen niet kunnen aangeven dat onze rol een klasse apart is," zegt algemeen directeur Alexander van de Pol van Empol. "Daarom hebben we in samenwerking met BDA een eigen standaard ontwikkeld, een norm die op verschillende onderdelen wél recht doet aan de specifieke kwaliteiten van ons product. Met onze eigen PRS-normverklaring nemen we als producent ook meer verantwoordelijkheid voor ons eigen product."
Tot voor kort werkte PRS Derbigum zoals gebruikelijk in de dakenbranche met een Certificaat van Technische Goedkeuring (CTG) waarbij de kwaliteit van rollen regelmatig door BDA volgens een bepaald systeem werd gekeurd. Aan dit CTG ligt de BRL 1501 deel 3 ten grondslag waarin wordt beschreven aan welke minimale eisen een rol dient te voldoen. Juist dat 'minimale' stoorde PRS Derbigum. Want hoe kan je dan aangeven dat de treksterkte ruimschoots de norm overschrijdt, dat de koude buigproef beduidend gunstiger uitvalt dan de minimale eisen die in de BRL worden genoemd of dat de rol zich inderdaad in positieve zin van het product van de concurrent onderscheidt wat betreft zijn ponsweerstand? Naast het CTG komt Derbigum daarom nu met een PRS normverklaring. Vijfmaal per jaar wordt de normverklaring door BDA gecontroleerd.
"We leggen de lat voor onszelf een stuk hoger," aldus Van de Pol. "De BRL geeft ons niet de ruimte om de productspecificaties aan te passen ten gunste van het eindresultaat. Met de PRS normverklaring hebben we die mogelijkheid wel. We zijn nu onder meer in staat om aan te geven dat onze rol een optimale dimensionele stabiliteit heeft met een krimp van nul wanneer de rol volgens voorschrift is verwerkt."
PRS Derbigum wordt voortaan in de markt aangeduid als PRS 46 P11. In de typering komt geen verwijzing meer voor naar een bepaalde klasse. Dat is nu eenmaal onmogelijk, zegt Van de Pol want de kwaliteit van PRS Derbigum is van een klasse die de concurrent ver achter zich laat.

 

Vliegvuurbestandheid

 Eén facet waarin die klasse onder meer tot uitdrukking komt betreft de grote mate van vliegvuurbestandheid. Door een uniek procédé dat PRS in de fabriek te Perwez zelf ontwikkelde kan PRS Derbigum namelijk elke brandproef met glans doorstaan. Daarbij wordt verwezen naar de vliegvuurbestandheidsproeven die op basis van verschillende Europese normen zijn uitgevoerd. Het zijn proeven zoals NT Fire 006 (gehanteerd in Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken), de DIN 4102 deel 7 (Duitsland), de vrijwel identieke NEN 6063 (Nederland) en de Europese ontwerpnorm prEN 1187-1. Als enige bitumineuze rol voldoet PRS Derbigum aan klasse 4, d.w.z. de zwaarste. Dat betekent voor de Nederlandse markt onder meer dat de toepassing van PRS Derbigum niet meer beperkt is tot daken met een helling tot 20o maar dat de rol inzake de vliegvuurbestandheid toepasbaar is voor alle daken.

Milieuverklaring

Het milieuaspect heeft zowel bij de ontwikkeling als de toepassing van PRS Derbigum altijd centraal gestaan. Het is daarom niet verwonderlijk dat juist PRS Derbigum een van de twee dakrollen is waarvoor een zogenaamde milieuverklaring is afgegeven. (De andere rol betreft Wédéflex van Wand en Dak Producten in 's-Hertogenbosch).
De milieuverklaring is een document waarin BDA milieu op grond van onderzoeksresultaten verklaart dat het product waarop de verklaring van toepassing is, een minimale milieubelasting veroorzaakt. De verklaring is twee jaar geldig en jaarlijks vindt er een evaluatie plaats
Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor de milieuverklaring is de duurzaamheid. Het product moet een bewezen duurzame toepassing hebben in de bouw van tenminste vijftien jaar. Een uitspraak over de duurzaamheid van het product moet gebaseerd zijn op een onderzoek door een onafhankelijk bureau aan tenminste vijftien objecten waar het product is toegepast. De duurzaamheid moet betrekking hebben op de volgende aspecten: de materiaaleigenschappen, de verbindingstechniek, de kwaliteit van de overlappen en de aansluitingen, het uiterlijk en de waterdichtheid. Ook de kwaliteitscontrole door de leverancier dient bij het onderzoek te worden betrokken. Op alle punten beantwoordde PRS Derbigum ruimschoots aan de gestelde eisen en hoge verwachtingen. In die zin is de leverancier ook wat betreft de milieuverklaring niet over een nacht ijs gegaan.

Recyclingstechniek

 De fabrikant van Derbigum, Performance Roof Systems SA-NV (PRS) beschikt over een recyclingsinstallatie waarmee productie-afval wordt gerecycled voor diverse toepassingen. Het opwerken van het productie-afval bestaat uit een twee-staps recycleproces: vermaling van het afval, gevolgd door een defibrage. Het eindproduct van het recycleproces wordt voor een gedeelte ingezet als vervanging van het virgin-materiaal bij de productie van nieuwe dakbanen. Deze recyclingsinstallatie en de daarbij behorende procedures zijn door BDA Keuringsinstituut B.V. onderzocht en hierbij zijn de volgende resultaten gevonden:

  • Circa 50% van het productie-afval wordt terug ingevoerd in het eigen productieproces als virgin-materiaal;
  • Circa 40% van het productie-afval wordt gebruikt voor toepassing in diverse doeleinden zoals zogenoemde kantstrippen, secundaire grondstof voor gietasfalt en dergelijke;
  • Circa 10% van het productie-afval wordt gestort.

Hiermee wordt voldaan aan de minimum-eis van artikel 8.2.3 van de 'Regels voor de afgifte van een milieuverklaring'.

Milieuprofiel (LCA)

Milieu heeft een belangrijke plaats ingenomen in het ondernemingsbeleid van zowel Empol b.v. als PRS. Dit wordt mede ondersteund door de LCA-methodiek. Als toets wordt het branchebrede milieuprofiel gebruikt conform de handleiding van de NVTB voor het genereren van milieurelevante productinformatie (MRPI) door producent/leverancier. Dit heeft geleid tot een aantal verbeteringen van het productieproces bij PRS, zoals onder meer blijkt uit de bijlage inzake recyclingtechniek en die inzake het milieuzorgsysteem. Bij Empol b.v. heeft dit, in samenwerking met PRS, geleid tot initiatieven ter verbetering van:

  • verwerkingsrichtlijnen
  • adviezen inzake toepassing
  • ontwikkeling nieuwe producten

De resultaten van al deze verbeteringen worden verwerkt in een LCA-berekening op het moment van actualisatie.

Milieuzorgsysteem

Het milieuzorgsysteem van Empol b.v. en PRS Performance Roof Systems SA-NV is onderzocht in het kader van certificering conform ISO 14000. De afrondende audit heeft plaatsgevonden in maart 1998. Op grond hiervan zal Bureau Veritas Quality International het milieuzorgcertificaat uiterlijk mei 1998 afgegeven.
Van de Pol zegt, "We praten dus niet over zomaar een rol. Om de markt dat overtuigend uit te kunnen leggen moesten we dus wel met een PRS normverklaring komen. En een milieuverklaring is daar in zekere zin een logisch vervolg op."



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam