Roofing Holland 1998-01-16 Ballastlaag en stormvastheid

Sinds de invoering van het Bouwbesluit en de daaraan gekoppelde NEN-bladen NEN 6702 en NEN 6707 is het mogelijk om de dikte van een ballastlaag te bepalen in verband met de vereiste stormvastheid. In zijn algemeenheid is dakdekkend Nederland gewend geraakt aan de beduidend dikkere ballastlagen, zoals blijkt bij hantering van de vereiste NEN-bladen. Ook met de invoering van een praktijkrichtlijn (in casu de NPR 6708) is nog steeds sprake van behoorlijk forse afmetingen van een ballastlaag.

   
   

Naast de gewenning aan een grotere dikte voor de ballastlaag van grind is het ruimer toepassen van een zogenaamde vormvaste ballastlaag, veelal betontegels op rubbergranulaat tegeldragers, algemeen goed geworden. Duidelijk blijkt echter dat sprake is van een toegenomen vraag op het gebied van dakgrind.
Echter onder meer op basis van enerzijds deze toegenomen vraag en anderzijds de thans in Nederland afgegeven afgravingscontingenten alsmede de vanuit milieugroeperingen gemaakte bezwaren tegen verdere aantasting van het landschap is grind een schaarsteproduct aan het worden. Grind is dus duur en wordt waarschijnlijk nog duurder door dit dreigende tekort. En mede omdat het grind dus duurder wordt zullen opdrachtgevers, voor zover dat al niet wordt gedaan, kritischer zijn c.q. worden op de kwaliteit van het geleverde dakgrind.

Eisen aan dakgrind

Vanuit werkomschrijvingen en/of bestekken blijkt lang niet altijd welke gronden gelden bij de toetsing van het grind. Dat betekent dat het soms willekeurig is wanneer grind wel of niet wordt goedgekeurd. Het probleem daarbij is dat de beschikbare grindsoorten voor het overgrote deel bedoeld zijn om te verwerken als toeslagmaterialen in beton. Bij de winning met behulp van baggermolens wordt in feite gekeken naar de eisen met betrekking tot dit voor beton bedoelde toeslagmateriaal. Voor dat doel worden zeven aangeschaft. De voor betongrind omschreven eisen staan vermeld in de NEN 5905, maar zijn in feite voor dakgrind niet of nauwelijks aan de orde. Omdat er geen algemeen eenduidige eisen bestaan voor dakgrind worden, bij een geschil, meestal wel de eisen ontleend aan vorengenoemde norm.

   
   

Ondanks deze handicap worden echter in steeds meer bestekken eisen geformuleerd ten aanzien van dit dakgrind. Derhalve kan als een soort grootste gemene deler een aantal randvoorwaarden worden geformuleerd. Het kan voor het dakbedekkingsbedrijf van nut zijn om enkele van deze randvoorwaarden te weten, of beter nog vooraf overeen te komen. Navolgend worden enkele van deze uitgangspunten verwoord. Bovendien worden de veel gehanteerde criteria zoals korreldiameter, zeving en slibgehalte daarbij aangegeven.

Nominale korreldiameter en zeving

De nominale korreldiameter is de korreldiameter, die tenminste voor 95% in de massa van het grindmonster voor komt. Bij een grindmonster dient tenminste sprake te zijn van een monster van 10 tot 15 kg. De wijze van monsterneming kan op zich al een hele discussie zijn, maar meestal worden partijen het erover eens dat als onvoldoende zekerheid bestaat over de homogeniteit van een hoeveelheid grind op verschillende plaatsen monsters worden getrokken. Deze monsters worden gemengd waarna er vervolgens opnieuw een monster wordt getrokken dat voor zeving wordt aangeboden.
Het monster wordt vervolgens gezeefd met de volgens NEN 2650 aangegeven zeven. Dat wil zeggen C 63, C 31,5, C 22,4, C 16 en C4. Vervolgens wordt met een veelal mechanische trilzeef de zeving volgens de norm uitgevoerd. Door het totale monster te wegen en het gewicht van het grondmonster dat achterblijft op elke zeef alsmede het restant dat door C4 op de onderbak terecht is gekomen ontstaat een eerste globale zeef-analyse.

Slibgehalte

Als men veel slib of zanddelen aantreft is het gebruikelijk om het totale monster te wegen en na het wassen en spoelen van het grind boven zeef C4 dit slibgehalte vast te stellen. Het percentage slib en klei mag niet meer dan 2% van de massa van het grindmonster bedragen. Voor extra nagezeefd grind mag dit percentage niet meer dan 0,5% bedragen.

Op basis van dit gegeven ontstaat het navolgende voor dakgrind bruikbare overzicht:

 
  Handelsmaat Extra nagezeefd
Klasse 16-32 30-60 20-30 30-50 30-80
Nom.diam. Zeef 16 mm 30 mm 20 mm 30 mm 30 mm
  massapercentages van het restant
  min max min max min max min max min max
C 63 - - - 15 - - - 15 - 25
C 31,5 - 15 85 100 - 15 85 100 85 100
C 22,4 10 95 95 100 85 100 95 100 95 100
C 16 85 100 98 100 95 100 99 100 99 100

Breukgrind

In zijn algemeenheid is rond grind het meest geschikt voor dakgrind. Scherpe stukken, of scherpe kanten aan het grind geven een risico op beschadiging van de onderliggende dakbedekking. In dat verband is het grind van de Boven-Rijn gunstiger dan van de Beneden Rijn, of de Maas.
Het percentage breukgrind mag niet meer dan 5% bedragen. In dat geval is sprake van een exemplarische beoordeling van de grindkorrels. Voor wat betreft de beoordeling van dit breukgrind is het goed te weten dat bij het blazen van grind op het dak veelal sprake zal zijn van een beduidend hoger percentage breukgrind, dan bij aanvoeren van dakgrind met een kubel. Ook bij het recyclen van dakgrind ontstaat een vrij groot percentage breukgrind.

door: Ing R. ter Stege



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam