Roofing Holland 1998-01-12 Eerst waterdicht, dan de rest

U kent ze wel, de sprekers met het stokoude cliché: "als ik een huis ga bouwen dan begin ik toch ook niet met het dak?". Dergelijke sprekers hebben geen verstand van daken en refereren onbewust aan de traditionele stapelbouw waar je inderdaad niet kunt beginnen met het dak. Maar beginnen met het dak is in de tentbouw heel gebruikelijk en ook in de reguliere bouwstroom wordt het dak steeds meer naar voren gehaald. Helaas sluit de werkwijze van dakdekken daar niet goed op aan. Dakdekkersbedrijven zouden daar meer oog voor moeten ontwikkelen.

   
   

De wijze van bouwen bepaalt in belangrijke mate wanneer er met het dak begonnen kan worden. Als voorbeeld van bouwwijzen onderscheiden we onder andere de stapelbouw, de montagebouw, de systeembouw etc. Er zijn meerdere bouwwijzen en dito benamingen maar voor het overzicht beperk ik me even tot deze drie. Stapelbouw, het woord zegt het al, is het simpelweg op elkaar stapelen van bouwdelen, al dan niet onderling verbonden. Montagebouw of skeletbouw is het oprichten van een draagstructuur of skelet en vervolgens het invullen en afwerken daarvan. Bij systeembouw tenslotte worden bouwdelen integraal benaderd. Wanden bijvoorbeeld kunnen als geheel worden uitgevoerd en/of aangevoerd en zowel dragend als vrijstaand zijn. Er is op de huidige bouwplaats vrijwel steeds sprake van een combinatie van bouwwijzen. Een mooi voorbeeld daarvan is de aanvoer van complete dakdozen op een in het werk samengesteld staalskelet.

Het belang van een waterdicht dak

Dat de functie van een dak niet alleen voor de gebruiker van belang is maar ook voor de bouwer behoeft geen betoog. In de bouw betekent 'Wind en waterdicht' hetzelfde als 'brand meester' bij de brandweer. Het werk is zeker nog niet gedaan maar de invloed van het weer is vrijwel geheel teruggebracht. Dat waterdicht belangrijker is dan winddicht mag ook duidelijk zijn. Met name bij het storten van betonnen vloeren van het type 'monoliet' is een waterdicht dak een voorwaarde. Ook betekent waterdicht zijn voor de bouwer vaak het afsluiten van een gemarkeerd punt in de bouw en dus het in rekening kunnen brengen van een bouwdeel of "periode" Er is de bouwer dus veel aan gelegen het dak zo snel als mogelijk waterdicht te hebben. Een dakbedekkingsbedrijf dient de aannemer wanneer hij in dat opzicht meedenkt.

De wijze van dakdekken

Er zijn diverse wijzen van dakbedekken. Zo is er een wijze van dakbedekken waarbij de dakbedekking fabrieksmatig is geconfectioneerd en zijn er zelfs wijzen waarbij de dakbedekking fabrieksmatig al op bouwdelen is aangebracht. Deze komen echter mondjesmaat voor. De meest gebruikelijke wijze van dakbedekken is gelijk aan stapelen. Voor het aanbrengen van bitumineuze dakbanen is het veruit de meest toegepaste wijze. Deze wijze sluit niet altijd aan op de bouwwijze in de praktijk en er komen als gevolg van het niet aansluiten op de bouwwijze problemen uit voort. Aan de hand van enkele voorbeelden uit de praktijk wil ik de problemen die voortvloeien uit het niet afstemmen van de verschillende bouwwijzen verduidelijken.

1 detailproblemen

De VB details voor bitumineuze bedekkingen, tot stand gekomen in overleg met Vebidak en BDA zijn vrijwel allemaal geënt op een situatie waarin de dakdekker als laatste het werk waterdicht maakt. Dat is in de nieuwbouw steeds minder het geval. Bij de montage- en de systeembouw moet de dakdekker waterdicht afwerken terwijl de gevel nog niet is aangebracht. Het randwerk is, bij het ontbreken van borstwering, lastig met twee randstroken uit te voeren. Dakdekkers leggen geen losse strookjes bij het dakeinde om daar dakbanen op aan te laten sluiten. Enkel indekken is vaak het gevolg.

   
   

Stads- en onderuitlopen op het laagste punt lukt in de regel wel. Ter plaatse van de afvoer wordt een plaat isolatie gelegd die 10 mm dunner is dan de overige isolatie. Helemaal mooi is het wanneer die plaat dan ook nog onbrandbaar is. In de nieuwbouw echter, komt het meer dan geregeld voor, dat de installateur nog geen standleiding heeft aangebracht. De installateur komt namelijk nadat de vloeren en wanden zijn aangebracht. Het later aanbrengen van de plakplaat op de toplaag is het gevolg. Wanneer ter plaatse 10 mm is uitgespaard wordt dat bijna tenietgedaan door de gewelde plakplaat en het extra plakstuk. Ook het 'opduwen' van het uitloopstuk bij het aanbrengen van de standleiding is een bekend euvel. Om het over gas- en waterdicht aansluiten maar niet te hebben. Wat voor afvoeren geldt, geldt in minder mate voor doorvoeren. De aansluiting van een dampremmende laag op de doorvoer is, zonder ter plaatse slopen van de bedekking, onmogelijk.

Naast details bij randen en doorvoeren zijn alleen de installaties op daken een positieve uitzondering. Blijkbaar speelt dit probleem al langer en is dit uitgewerkt. Centrale doorvoeren of opzetstukken zijn steeds vaker op daken waar te nemen. De installateur maakt vrijwel nooit gebruik van alle doorvoermogelijkheden maar kiest wat hij nodig heeft. Het markeren van de te plaatsen installaties met opzetstukken vermindert het aantal dakdoorvoeren en verhoogt de waterdichtheid. Wel kunnen andere problemen zich voordoen bij het later aanbrengen van de installaties. Met name als gevolg van bouwverkeer.

2. Bouwverkeer

De dakbedekkingen die in Nederland op de daken worden aangebracht zijn hoofdzakelijk 'zachte' bedekkingen. De begaanbaarheid van de bedekkingen is onderverdeeld in klassen op basis van de weerstand tegen dynamische en statische ponsbelasting. Een bouwvakker die met een volle kruiwagen in de hand over een spijker loopt die op de dakbedekking ligt is noch statisch, noch dynamisch aan het ponsen. De spijker zal er echter wel, en zeker bij éénlaagse dakbedekkingssystemen, door heen gaan. Omdat platte daken eerder waterdicht worden afgewerkt is de verleiding voor de bouwers vaak te groot om een gereed dak niet als werkvloer te gaan gebruiken. Zeker wanneer opgaand werk moet worden afgewerkt is werken vanaf het gerede dak aan de orde. Ook wanneer er een kraan is opgesteld doet het dak zeer vaak dienst als opslagplaats. Bij het bouwen in de stad is het vrijwel standaard. Wanneer de dakbedekking daar afdoende tegen beschermd wordt is dat nog tot daar aan toe.

Maar niet alleen de dakbedekking, ook de onderliggende isolatie moet bestand zijn tegen bouwverkeer. Steenwol dakisolatie bijvoorbeeld, is uitsluitend bestand tegen bouwverkeer wanneer de soort met de hoogste druksterkte wordt aangehouden en het geheel met stevige bouwplaten wordt afgedekt. En dan nog moet uitgekeken worden bij de overgangen tussen de bouwplaten wanneer er kruiwagens en dergelijke in het spel zijn. Eenmaal vertrapte steenwol moet vervangen worden tegen forse kosten en leidt vrijwel altijd tot een welles-nietes discussie. De aannemer vindt dat er op een goed dak gelopen kan worden en de dakdekker moet met de eerder genoemde ontwerp begaanbaarheidklasse uitleg geven over het niet bestand zijn van het dak tegen bouwvakkers en opperlieden.

Onomkeerbare ontwikkeling

Het is een illusie om te denken dat de bouwers met het oog op de hierboven beschreven problemen anders te werk zullen gaan. Velen voor mij hebben vastgesteld dat vloeren door bouwers belangrijker worden geacht dan daken. Eerder nog is het te verwachten, dat meer en meer het dak als een van de eerste bouwdelen aangebracht moet gaan worden. Dakdekkers zouden daar meer op moeten inspelen om de kwaliteit van en het bouwproces en het uiteindelijke dak te bewaken. Er zijn in dat opzicht wel wat mogelijkheden te bedenken hoewel die nooit allemaal afdoende zijn.

De dampremmende laag als tijdelijke bedekking

In RH 97/10 schrijft ing. R. ter Stege al dat dampremmende lagen in de nieuwbouw uitstekend dienst kunnen doen als noodlaag. Dat betekent dat de finale afwerking wel met de goede details uitgevoerd kunnen worden en bouwwerkzaamheden de zachte bedekking en ondergrond niet belasten. De enige noodlaag in de nieuwbouw die voldoet is een (volledig) verkleefde bitumineuze bedekking. Op staaldaken betekent dat lijmen van een gebitumineerd polyestermat wat in de praktijk nauwelijks tot niet voorkomt. Het tijdelijk waterdicht afwerken met PE-folie is niet mogelijk en niet aan de orde. De dampremmende werking als door ter Stege omschreven (damp- en waterdicht) moet in het geval van een eerder aangebracht staaldak dan ook sterk worden betwijfeld. Voor staaldaken moeten dan ook andere oplossingen worden gevonden.

Het actieve dakbedekkingsbedrijf

Een oplossing zou kunnen zijn dat het dakbedekkingsbedrijf meer de regie van de werkzaamheden naar zich toetrekt. Zelf aanbrengen van zetstukken bijvoorbeeld. Bij kunststof dakbedekkingssystemen is het gecoate staal niet voor niets zo populair. Zelf aanbrengen van standleidingen, rookluiken, bliksembeveiligingen etc. Het lijkt echter alsof menig dakbedekkingsbedrijf op dat punt watervrees vertoont. Waar schildersbedrijven inmiddels complete kozijnen renoveren en zelfs leveren schakelen dakbedekkingsbedrijven al nevenaannemers in voor het isoleren en het aanbrengen van lichtstraten. Ook samenwerken met enkele installateurs zou afstemmingsproblemen kunnen voorkomen. In ieder geval is een goed overleg met de bouwer over het tijdstip van aanbrengen van de toplaag, het vervolg tijdens het bouwproces en de oplevering van het uiteindelijk dak een voorwaarde. Teveel daken worden nu door een opzichter opgeleverd die maanden eerder door een dakdekker zijn opgeleverd.

Tot slot zouden de VB details uitgebreid moeten worden op dit punt. Een standaard detaillering met als uitgangspunt het achteraf aanbrengen van details in een eerder aangebrachte toplaag. Mocht dit niet leiden tot aanvaardbare details dan zullen belanghebbenden om de tafel moeten om te komen tot aanvaardbare en wellicht betere oplossingen.

 

door: Ing A.B. Berlee



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam