Roofing Holland 1997-05-18 DuBo-boekje van Opstalan moet misverstanden over isolatie wegnemen

Tijdens de vorige maand gehouden dealerdag van Opstalan probeerde de Brabantse fabrikant een aantal misverstanden weg te nemen die in de branche bestaan ten aanzien van de toepassing en milieubelasting van diverse isolatiematerialen. In het vervolg van deze bijeenkomst brengt Opstalan een Duboboekje uit waarin vele gangbare misvattingen worden getackeld.

 Het Duboboekje is ontstaan vanuit de behoefte bij opdrachtgever Opstalan om enkele hardnekkige misverstanden in de markt over milieubelasting door toepassing van isolatiematerialen weg te nemen." Dit zegt professor Nico Hendriks, samensteller van de Opstalan-uitgave. En misverstanden bestaan er wel degelijk, zo bleek maar eens te meer tijdens de dealerdag die Opstalan vorige maand in 's Hertogenbosch hield. "De misvattingen gelden ten aanzien van drie punten: Dat het zinvol zou zijn om isolatiematerialen met elkaar te vergelijken, dat door dikker te isoleren de milieubelasting toeneemt omdat er immers meer grondstoffen worden verbruikt en tenslotte dat polyurethaan niet recyclebaar is."
Opstalan wilde een handig naslagwerkje dat iedereen zo in de binnenzak kan steken en waarin kort allerlei informatie over duurzaam bouwen wordt toegelicht. Tijdens de dealerdag liet samensteller Hendriks de aanwezigen alvast kennisnemen van de hoofdlijnen.
Volgens Hendriks betekent meer isolatiemateriaal weliswaar een grotere milieubelasting vanwege de productie, maar die milieubelasting is eenmalig. Door meer te isoleren vermindert ook het energiegebruik, meestal in de vorm van minder gasverbruik tijdens de exploitatiefase. Uit onderzoek is gebleken dat de milieubelasting die ontstaat door het toepassen van een ongeïsoleerde spouwmuur gemiddeld vijfmaal groter is dan die van een 'normaal' geïsoleerde spouwmuur. Voor het dak geldt dat uiteraard ook.
Een bekend misverstand is voorts de opvatting dat het aardgasverbruik lineair zou afhangen van de isolatiedikte. In werkelijkheid is het verband tussen de R-waarde en energieverbruik niet lineair. Dus tweemaal zoveel isoleren betekent niet dat het energieverbruik tot de helft wordt gereduceerd. Het transmissieverlies is namelijk evenredig met de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde). De U-waarde is omgekeerd evenredig met de warmteweerstand en daarom is het verband tussen isolatiedikte en aardgasverbruik ook niet lineair.
Het energieverlies in de exploitatiefase door een bouwdeel zoals het dak is evenredig met de U-waarde. Als vuistregel geldt dat het aardgasgebruik overeenkomt met tienmaal de U-waarde. Uit onderzoek aan een bepaald type gebouw bleek dat bij een toename van de warmteweerstand van 2,5 naar 4,0 inderdaad een jaarlijkse gasbesparing van 35 procent wordt gerealiseerd.

 

Ecologisch optimale isolatiedikte

Wanneer blijkt dat een aanzienlijke besparing op milieubelasting kan worden gerealiseerd door de Rc-waarde van 2,5 naar 4,0 te verhogen, wordt het ook interessant om naar de ecologische optimale isolatiedikte te kijken. Bij een toenemende isolatiedikte neemt de U-waarde steeds meer af waardoor ook de besparing op aardgasverbruik steeds minder interessant wordt. De besparing op milieubelasting kan op een zeker moment nauwelijks nog groter worden. Op dat punt is een ecologisch optimale isolatiedikte bereikt. De onderlinge verschillen in milieubelasting tussen de bekende isolatiematerialen als PUR, minerale wol en EPS zijn klein in vergelijking met de milieubelasting door gasverbruik. Daarom kan volgens Hendriks net zo goed worden gesproken van een ecologisch optimale warmteweerstand.
Volgens Hendriks' berekeningen wordt bij minerale wol een optimum bereikt bij een Rc-waarde van 5,7. De isolatiedikte zou in dat geval circa 215 mm moeten bedragen. Bij EPS ligt het optimum bij een Rc-waarde van 6,0 waarvoor een isolatiedikte benodigd is van 240 mm. Bij PUR kan een Rc-waarde worden bereikt van 6,0 als wordt geïsoleerd met een dikte van 160 mm. Wanneer dergelijke grote isolatiedikten worden toegepast heeft dat de nodige consequenties in de praktijk. Bij toepassing van zowel minerale wol als EPS in resp. traditionele dakelementen en sandwichelementen dwingt dat tot het gebruik van langere bevestigingsmiddelen, een hogere dakgoot, meer hout in de dakelementen (en daardoor zwaardere elementen) en -afhankelijk van helling en woningbreedte- één à twee rijen dakpannen meer. Bij gevels met spouw- en plaatbekleding zal er gewerkt moeten worden met bredere dorpels en lijsten, langere ankers en een groter bruto volume. Bij het platte dak leidt een grotere isolatiedikte eveneens tot langere bevestigers (bij mechanische bevestiging), een hogere buitenmuur en hogere dakopstand. Het zijn echter consequenties die volgens Hendriks technisch met enige creativiteit zijn op te lossen.

 

Steun in de rug

De markt zal niet bepaald zitten te wachten op de toepassing van grotere isolatiedikten. Hendriks: "De berekeningen tonen echter aan dat het alleszins de moeite waard is om te streven naar een hogere Rc-waarde dan de minimale eis van het Bouwbesluit. Het zou een flinke steun in de rug zijn wanneer SBR een Rc-waarde van 3,5 zou voorschrijven. De winst is in dat geval aanzienlijk."
Een ander misverstand dat de samensteller van het Duboboekje ontzenuwt betreft de recycling van polyurethaan. Ruw geschat ligt de jaarlijkse Nederlandse productie van PUR op tienduizend ton. Er zijn verschillende goede technieken beschikbaar om 'afgedankt' PUR-schuim opnieuw te gebruiken. Mechanische recycling is de oude manier. Van het afval worden vlokken gemaakt die met een PUR-bindmiddel opnieuw in plaatmateriaal worden verwerkt. Een andere technologie is het warm persen van de schuimdelen met toevoeging van een polymeer tot platen. Ook kan verpoederd polyurethaan met succes worden toegepast als vulstof. Daarnaast zijn er nog chemische methoden beschikbaar. De meest veelbelovende is glycolysis.

 

Energetische recycling

Onderbelicht in dit verband is de energetische recycling. Hierbij wordt de energie-inhoud van het PUR-schuim teruggewonnen. In feite is verbranding met energieterugwinning de meest effectieve manier voor de verwerking van PUR-schuim afval. In de moderne afvalverwerkende industrie is de CO2 uitstoot zeker niet hoger dan bij energiecentrales, zodat ook in dat opzicht geen sprake is van een extra milieu-belasting. Onderzoek heeft aangetoond dat moderne verbrandingsinstallaties in staat zijn alle CFK's uit oud PUR-schuim te vernietigen. Gecombineerd met moderne gasreinigingstechnieken is er bovendien geen emissieprobleem voor wat betreft dioxine en dergelijke.
Overigens zal Opstalan medio 1997 over een verbrandingsinstallatie beschikken voor de energetische recycling van PUR waarmee fabriek en kantoor in Oisterwijk worden verwarmd.
De eerste druk van het Dubo-boekje stuurt Opstalan kosteloos naar relaties en geïnteresseerden. Afhankelijk van de belangstelling wordt een tweede druk overwogen.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam