Dak Helling 1996-09-05 Onkunde of onwil?

Op een dag word ik gebeld. Door de telefoon klinkt een vriendelijke, enigszins onzekere stem. “Goedemiddag meneer Langenberg, u spreekt met Mies Vrolijk uit Nieuwemeer. Mijnheer Langenberg kunt u mij misschien wat nadere inlichtingen verstrekken over de eisen van het Bouwbesluit en in het bijzonder de eisen waaraan mijn pannendak moet voldoen?”

De aanleiding van haar vraag wordt snel duidelijk. Mevrouw Vrolijk heeft de opdracht tot het bouwen van haar woonhuis verstrekt aan een bouwbedrijf dat bij het NVOB is aangesloten. Een degelijke en deskundige club, vindt ze. Het huis is inmiddels voor bewoning gereed maar bij de oplevering wordt geconstateerd dat de dakpannen, met uitzondering van de nokvorsten, op geen enkele wijze mechanisch zijn bevestigd. Daar is ze een beetje ongerust over want ze had wel eens gehoord dat dakpannen volgens het Bouwbesluit verankerd dienen te worden. (Particulieren doen tijdens de bouwfase vaak veel meer kennis op dan we denken).
Dezelfde vraag blijkt Mies Vrolijk al eerder gesteld te hebben aan haar aannemer. Die verwijst haar veronderstelling echter naar het rijk der fabelen. Ze vindt zichzelf dan weliswaar een leek, helemaal overtuigd van het gelijk van de aannemer is ze niet. Mies Vrolijk besluit het nog eens na te vragen bij het NVOB.
“Nee mevrouw, u vergist zich,” vertelt de NVOB-deskundige. “Uw aannemer heeft volkomen gelijk. Het Bouwbesluit is niet van toepassing op het pannendak. Maakt u zich nou niet ongerust en geniet maar lekker van uw nieuwe huis.”
Er blijft toch iets knagen bij Mies Vrolijk. Ze besluit contact op te nemen met Het Hellende Dak.

Door de telefoon leg ik haar uit dat zìj het aan het goede en het NVOB het aan het volkomen verkeerde eind had. Het Bouwbesluit en de normen waarnaar het Bouwbesluit verwijst, laten er geen enkele twijfel over bestaan. Mies Vrolijk belooft onze vereniging de benodigde gegevens toe te zenden en ik zeg haar toe dat wij op basis daarvan een zogenoemd verankeringsschema zullen uitwerken. Gewapend met het schema en een briefje van ons moet ze de aannemer wel kunnen overtuigen. Lukt dat niet dan zullen wij haar verder helpen.

Tot zover het treurige verhaal van mevrouw Vrolijk, een voorbeeld overigens uit vele. Nu de moraal. Zelfs professionele dakdekkersbedrijven ervaren maar al te vaak het probleem dat aannemers het verankeren maar onzin vinden. De vraag die zich in dit geval opdringt is: Handelt zo’n aannemer nou uit onwil of uit onkunde?
Onwil lijkt mij niet erg voor de hand liggend. De extra kosten voor het verankeren van dakpannen van een normaal woonhuis liggen in de ordegrootte van duizend tot vijftienhonderd gulden. Een bescheiden som ten opzichte van de stichtingskosten van een huis. Geen bedrag ook dat invloed zal uitoefenen op het al dan niet verkrijgen van de opdracht.

Ik kan hier maar één conclusie uit trekken: Het betreft hier duidelijk een geval van onkunde. Daarbij kan het woord onkunde nog op twee manieren worden uitgelegd. Onkunde in de zin van technisch niet in staat zijn of onkunde over de werkingssfeer van het Bouwbesluit. U mag zelf kiezen wat u kwalijker vindt. Nog kwalijker, zelfs ontoelaatbaar vind ik het dat er onvoldoende kennis aanwezig blijkt bij zo’n machtige organisatie als het NVOB. Mij lijkt dat een punt om ruim aandacht aan te besteden in het traject van erkenning en certificering dat nu bij het NVOB loopt.

door: Peter Langenberg



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam